“Als kersverse secretaris heb ik de vrijwilligersfunctie die ik zocht. Voor het Huis werken is voor een historica als ik echt heel fijn, omdat ik nu een stok achter de deur heb om vaker naar de kapel te gaan!”

Aan het woord is Charlotte van Bergen die eigenlijk geen aansporing nodig heeft om onze activiteiten te bezoeken. In het verleden kwam zij hier al vaker en heeft zelfs ooit twee lezingen in het Huis gegeven tijdens o.a. de Maand van de Geschiedenis. “Als er ergens een activiteit wordt georganiseerd waarbij je als ‘archeoloog’ naar stuk dakpan mag graven, dan ben ik er bij. Haha. Ik woon nu met vriend en zoontje van twee in Elst, maar ben een geboren en getogen Nijmeegse. Ik wilde eerst Engels studeren, maar de appel valt niet ver van de boom. Mijn vader is historicus en mijn moeder heeft klassieke talen gestudeerd. Dus ja, op de valreep koos ik toch ook voor geschiedenis. Met een jeugd vol bezoeken aan tempels, kerken en musea en daarbovenop een enthousiaste docent op de middelbare school die mooi over geschiedenis wist te vertellen, kon het ook eigenlijk niet anders.

Ik heb tijdens mijn studie nog een uitstapje gemaakt door een masterstudie in Tilburg te volgen over de Nederlandse jeugdliteratuur van de afgelopen twee eeuwen. Erg interessant vond ik dat. Drie jaar geleden, inmiddels was ik weer terug op het honk in Nijmegen, haalde ik ook mijn master geschiedenis. Mijn studietijd bracht ik bepaald niet alleen maar door met mijn neus in de studieboeken; ik heb ook bij filmhuis LUX gewerkt, was actief voor een culturele studentenorganisatie, heb als vrijwilliger op de diverse Nijmeegse festivals gewerkt, en ja wat niet meer eigenlijk.

Ik werk tegenwoordig in Den Haag bij de NWO – de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek – maar ik mis in mijn baan de connectie met het vak. Ik ben begonnen met het schrijven van recensies van boeken, tentoonstellingen, films en tv-series voor het platform Jonge Historici, bijvoorbeeld over de Gouden Koets in het Amsterdam Museum, over de zogenaamde afstandsmoeders in met name Brabant en Limburg, en over de communistische opvoeding vanaf de jaren ’50 in CPN-gezinnen. Als ik niet aan het pianospelen ben of bordspelletjes speel met vrienden, dan kun je mij met mijn zoontje tegenkomen op de kinderboerderij of in het zwembad. Naar de bioscoop gaan kan ik tegenwoordig ook net wat makkelijker betalen dan tijdens m’n studententijd en als ik ’s avonds echt even onderuit wil zakken dan is dat het liefst met historische videogames. Lekker virtueel door een fictieve maar levensecht nagemaakte historische stad lopen. Kortom, volgens mij zit ik hier wel goed bij het Huis en ik hoop van harte jullie een keer te mogen ontmoeten.“