Impressie officiële opening Kijk de Dijk

In de expositie ‘Kijk de Dijk’ zijn prenten en maquettes te zien van Wim Kol. De expositie loopt van van woensdag 9 juni tot zondag 11 juli 2021.

De serene ruimte van de kapel is omgetoverd tot de kleurrijke wereld van Kol. In het midden ligt de dijk. Aan de ene kant het drooggemalen, functionele landschap en aan de andere kant de buitendijkse wereld met die enorme hoeveelheden stijgend en dalend water. Aan die grens hecht zich Kols leven: bijzondere woonvormen, onder tegen de dijk aanschurkend of fier daarbovenuit stekend, met lange smalle trappetjes die tot opklimmen uitdagen en bevrijdend uitzicht beloven, als je het aandurft ze te beklimmen.

Daaromheen staat een soort prentenboek, daarin dwalen we in Kols landschap. We komen van alles tegen: woonlabyrinten in de dijk, waar het water soms doorheen klotst, moestuinen die in de winter bevloeid worden, buitendijkse woningen die met het water mee stijgen en dalen, en vuurtorens, bakens in de onmetelijke Hollandsche ruimte. Kols dijkenlandschap is een rijk oerhollands universum.


 

In gesprek met Wim Kol

Door: Veerle Mertens

De tentoonstelling “Kijk de Dijk” vormt een kleurrijk eiland in de verder witte Mariënburgkapel. Als bij een prentenboek word je uitgenodigd om tussen de tekeningen te komen dwalen en je te laten verbazen over de mogelijkheden van de interactie tussen mens en natuur bij het gebruik van de dijk. In de expositie ‘Kijk de Dijk’ zijn prenten en maquettes te zien van Wim Kol. De expositie loopt van woensdag 9 juni tot zondag 11 juli 2021.

Mensen nemen de dijk veel te veel voor lief en dat terwijl ons land er mee wordt doorkruist. We zijn bij de interactie met de dijk stil blijven staan in de tijd. Het platteland moet volgens veel mensen vooral zo blijven zoals het altijd geweest is. Landelijk, idyllisch en herinneren aan vroeger. Maar er kan zoveel meer. Wat allemaal? De visie van Wim Kol over dit onderwerp is terug te vinden in de tekeningen en maquettes die hij de afgelopen jaren heeft gemaakt. Met futuristische tekeningen vol grapjes, maar ook vol momenten van vervreemding probeert hij de bezoekers ertoe te bewegen de dijk ook eens vanuit een moderne blik te bekijken. Dat hij het grootste deel van deze tekeningen na zijn pensioen heeft gemaakt, geeft hem naar eigen zeggen echt de vrijheid om op papier te zetten hoe hij het zelf ziet. Er zijn geen verwachtingen meer van anderen, zoals opdrachtgevers, waar het werk aan moet voldoen.

Deze vrijheid, hang naar moderniteit en interactie met de natuur is iets wat in zijn volledige oeuvre terugkomt. Dat begint al bij zijn tijd in West-Afrika, waar hij in de jaren zestig heen ging om een bijdrage te leveren aan de ontwikkelingshulp die hier werd opgezet. Hier komt hij in aanraking met de speciale relatie die de bouw in Afrika heeft met de natuur en de aarde – iets wat hij later terugvindt in het werk van Land Art kunstenaars als Robert Morris en Serra. Tegelijkertijd besefte hij hier dat hij als westers architect en persoon een pioniersrol te vervullen heeft op het gebied van duurzaamheid en klimaat. Het eerste huis dat hij bouwt is dan ook volledig uitgerust met zonne-energie, en dat al in 1980. Niet veel later bouwt hij een hotel van strobalen. Technieken die hun tijd wellicht nog iets te ver vooruit waren, maar dat is juist waarop hij zo trots is. Als architect moet je gebruikmaken van de nieuwe technieken die er voorhanden zijn. Dat deden zijn voorbeelden Rietveld, Van Doesburg maar vooral de Russische constructivisten en Italiaanse futuristen ook. Zij durfden risico te nemen en radicaal anders te denken.

De manier waarop zij dachten over het bouwen van een totaalconcept – ook wel gesamtkunstwerk genoemd – komt terug in het laatste grote ontwerp van Wim Kol: de schouwburg in Cuijk. In dit gebouw heeft hij tot aan de tegels, het glas-in-lood en zelfs de deurknoppen de mogelijkheid gehad om zijn ideeën en ontwerpen door te voeren. Dat hij het jammer vindt dat de theelepeltjes niet onder de mogelijkheden vielen, zegt ook iets over zijn idealen en zijn loopbaan, waarin hij zich van timmerman tot architect heeft ontwikkeld.

Terug naar de dijk. Als ik Wim Kol vraag om uit te leggen wat hem zo fascineert aan de dijk, dan komt hij met een uitleg over de manier waarop je aan een dijk de interactie tussen de mens en het water kunt terugzien:

“Stel je fietst over een dijk. Zolang er aan beide kanten enkel gras groeit kun je ervan uit gaan dat er in de nabije omgeving geen mensen wonen. Staat er echter een paaltje aan de oever waar een bootje aan vast is geknoopt, dan kun je ervan uitgaan dat er ten minste één persoon in de directe omgeving woont. Maar is er zelfs sprake van een kademuur of zelfs van een rivier die actief door een dorp of stadje geleid is, dan mag je uitgaan van intensieve bewoning en gebruik van de natuur door de mens.”

Alleen zijn we bij die intensieve bewoning van het rivierengebied en bij de interactie met de omgeving een beetje het contact met de natuur kwijtgeraakt. We zijn misschien wel te behoudend en beschermend geworden. Dat onze interactie met de omgeving ook anders kan, met behoud en respect voor de natuur en juist door het gebruik van duurzame materialen en recycling, dat is de boodschap die hij de bezoekers van de tentoonstelling hoopt mee te geven.