Vrijwilliger Social Media

Heb jij een hart voor cultuur, erfgoed en geschiedenis? Draag dan jouw steentje bij aan onze laagdrempelige locatie voor ontmoeting en cultuurhistorie! Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis is op zoek naar een vrijwilliger Marketing & Communicatie voor het beheer van onze social media.

In de Mariënburgkapel in hartje Nijmegen creëert het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis een plek waar iedereen welkom is om het rijke verleden van onze regio te ontdekken, om jouw verhaal te vertellen en om jezelf te ontwikkelen. Onze tentoonstellingen en activiteiten zijn voor en van alle Nijmegenaren. Wij nemen een actieve en betrokken rol aan in het erfgoedveld en zoeken de verbinding met bewoners, bezoekers, ondernemers en andere instellingen.

Wat ga je doen?
Binnen het vrijwilligersteam Marketing & Communicatie bedenk en ontwikkel je gezamenlijk nieuwe campagnes en uitingen. Binnen de uitvoering houd jij je in het bijzonder bezig met onze sociale media, zoals Instagram, Facebook en LinkedIn.

Wat hebben wij te bieden?
Je komt terecht in een klein team van hoofdzakelijk studenten en starters waarbinnen je de ruimte krijgt om praktijkervaring op te doen en jezelf verder te ontwikkelen. Het team maakt onderdeel uit van een gezellige groep vrijwilligers die zich met veel enthousiasme inzetten voor cultuur en erfgoed in onze regio. 

Enthousiast geworden? Stuur jouw motivatie naar vacatures@hvdng.nl. Wij nodigen je graag uit voor een kennismaking! Voor inhoudelijke vragen kun je ook telefonisch contact opnemen met onze vrijwilligerscoördinator Huub Vilé: 06 48907179.

Acquisitie op basis van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Nieuwe kapitein bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Er staat een nieuwe kapitein aan het roer bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis: per 1 april is Robin Hoeks gestart als nieuwe directeur. Opgegroeid in Brabant, is Hoeks voor zijn studie naar Nijmegen gekomen en niet meer weggegaan. Aan de Radboud Universiteit heeft hij zowel zijn bachelor Geschiedenis als master Historical Studies afgerond. In eerder onderzoek heeft Hoeks zich onder andere gericht op de omgang met erfgoed in Nijmegen. Bij het Huis is Hoeks geen onbekende. Eerder heeft hij meegewerkt als schrijver van een 51ste de canon venster van de Nijmeegse geschiedenis, een project dat nu opnieuw aandacht krijgt. De geschiedenis van de oudste stad van Nederland is dus niet onbekend voor Hoeks.

“Nijmegen heeft een schat aan zichtbaar en onzichtbaar erfgoed dat in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis een podium verdient”

In de afgelopen jaren heeft Hoeks veel op en neer gereisd tussen Nijmegen en Den Bosch voor zijn baan bij Erfgoed Brabant. Als redacteur publiceerde hij artikelen en podcasts over het Brabantse erfgoed. “Van de meer dan vier jaar die ik in Brabant heb gewerkt neem ik mee dat erfgoed meer is dan geschiedenis. Erfgoed is alles uit het verleden waaraan we in het nu waarde hechten: monumenten, volksverhalen, dialecten en gebruiken. Maar bovenal: de verhalen die we elkaar over het verleden vertellen. Uiteindelijk vormen we onze identiteit in onze verhalen.”

Hoeks begint met veel enthousiasme bij het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. “Het Huis heeft een dubbele laagdrempeligheid: zowel in de onderwerpen van de tentoonstellingen, als in de Nijmegenaren die de tentoonstellingen maken. Het Huis is een startpunt voor iedereen – Nimwegenaar uit zowel Nijmegen-Oost als het Waterkwartier, studenten, of historicus – die iets wil vertellen over het erfgoed van de stad.” Hoeks hoopt hier een nieuwe impuls aan te geven en de deuren open te zetten voor nieuwe initiatieven en betrokken vrijwilligers. Juist de vrijwilligers zijn voor Hoeks cruciaal: “Het is prachtig om mensen een plek te bieden die actief willen bijdragen aan het Nijmeegse erfgoed. Ik wil hen in de komende jaren alle ondersteuning bieden die nodig is voor het maken van geweldige exposities.”

Historische Nieuwjaarsprenten – Online expositie

Geproduceerd door Hans Wegman & Rene van Hoften
Prenten ingekleurd door Kees Moerbeek, Willem Venerius & Marijke Eken

De expositie over Nieuwjaarsprenten gaat helaas niet door, maar online zetten we deze tentoonstelling voort en lichten we er elke dag een bijzondere prent uit. Ook in Nijmegen gingen in de 19e eeuw mensen met Nieuwjaar langs de deur om hun beste wensen aan te bieden. Vooral gemeentepersoneel, zoals vuilnisophalers, lantaarnaanstekers en nachtwakers, bood een fraai gedrukte prent aan met een liedje of vers. Daarmee hoopte men een nieuwjaarsfooi op te halen. De prenten waren meestal in zwart-wit maar zijn voor de expositie ingekleurd.

Askarlieden (1851)

Askarlieden waren stratenvegers en -veegsters, ook wel karremans of karluiden genoemd, of in de volksmond de drekboer. Tegenwoordig zouden we zeggen: de gemeentereiniging.

Karremans (1731)

Een andere taak van de karremans was het leeghalen van de pleetonnen oftewel secreten oftewel stilletjes. Ze woonden dan ook niet voor niets in de Stillevegersgas, een zijstraat van de Voerweg.

Lantaarnaanstekers (1734)

Vanaf 1670 waren in de stad ruim 180 olielampen opgehangen. Voor die tijd nam men een eigen lampje mee naar buiten om niet over de gladde straatkeien uit te glijden. Die lantaarns moesten wel elke avond aangestoken en elke ochtend gedoofd worden. En een dagploeg moest ze overdag weer bijvullen. Ze werden in verband met baldadige jeugd die de lontjes graag uitblies, hoog opgehangen. Een intensieve activiteit voor een heel team van aanstekers en vullers. In 1851 werden de olielampen vervangen door gaslantaarns.

Lantaarnaanstekers (1834)

De tekst bij deze prent ging als volgt:
Als de duisternis onze aarde
Met haar valen sluijer dekt
En geen Maan of stargeflonker
’s avonds ons tot Gids verstrekt.

Ja, dan ziet gij met genoegen,
Naar het schijnsel van de Vlam,
Dat uit hoek of straatlantaren,
Zoo weldadig tot U kwam.

En dat heilzaam Oliepitje,
Burgers, wordt door ons gevoed,
En in lange winternachten,
Voor zijn ondergang behoed. 

Klapperlieden (1822)

Nachtwaker, dat is één van de oudste beroepen of functies. In de 18e en 19e eeuw wordt hij wel klepperman genoemd, naar het voorwerp in zijn hand, een klepper of ratel. Nijmegen heeft rond 1800 vier wijken, aangeduid met A,B,C en D en gescheiden door het stratenkruis Hezelstraat, Burchtstraat en Grotestraat, Broerstraat. In elk ‘viertel’ is een tweetal klepperlui actief. De klepperman is -afhankelijk van het seizoen- ’s nachts zes tot acht uur op pad. Toch is het maar een bijbaantje, hij verdient 156 gulden per jaar. Daar kun je geen gezin van onderhouden, dus moet er overdag ook gewerkt worden. De eerste strofe bij deze afbeelding:

De duyst’re Nagt komt al weer,
Gereed moeten wy weesen,
Wy moeten gaan dan op en neer,
Gelyk als is voor deesen;
Of schoon daar regen valt of Snee,
Wy zyn al evenwel te vree,
En mogen het niet laten,
Te gaan door alle straten.

Klepperlieden (1814)

De klepperman heeft een politietaak: het aanhouden van dieven. Daarnaast is hij brandwacht. Hij moet erop toezien dat er nergens brand ontstaat. In de stad is het brandgevaar groot. De huizen staan dicht op elkaar en gestookt wordt er met steenkool of turf. In 1876 worden ze voor hun diensten bedankt; de klepperman wordt afgeschaft. Zijn taken worden overgenomen door de pas opgerichte brandweer (1875) en door het politiekorps, dat uitgebreid wordt van 4  naar 22 manschappen.

Stads-vischhakkers (1851)

Vanaf 1633 lag onderaan op de Grotestraat de Nijmeegse vismarkt. Daar was een stadsvishakker actief, werd de vis bij afslag verkocht, was een keurmeester aanwezig en was er altijd een agent die de boel in de gaten hield. Want bij dat bieden op vis kon het er heet aan toegaan. De visvrouwen die hun vis daar inkochten werden niet voor niets ‘vischwyven met haren vuylen beck ’ genoemd. In 1880 verhuisde de vismarkt naar een open galerij in de Korenbeurs aan de Nieuwe Markt.

Stads-vischhakkers Zegenwensch
Ofschoon mijn ambt niet veel brengt in,
Vereerdt mij toch de gunst,
Dat ik voor d’Eersten dezer stad,
De visch snijd naar de kunst.

En schenkt het nieuw begonnen jaar,
Mij weder frischen Moed,
Maakt dat ik blij maar ned’rig ook,
Uw Ed’len begroet.

Des Hemels beste Zegening,
Daal neer in ruime maat,
Wien ’t stadsbestuur is toevertrouwd,
Op d’achtbare Magistraat.

De sleepkoets

De sleepkoets was vanwege het ontbreken van wielen uitstekend geschikt voor vervoer in smalle stadstraten. De sleepkoets had twee glij-ijzers en daardoor een kortere draaicirkel dan een koets met wielen. Verder had hij een heel lage instap, dus voor dames met ingewikkelde jurkcreaties ideaal. Deze koetsen deden dienst tot 1884, waarna het laatste exemplaar in het gemeentemuseum terecht kwam.

Kolendragers-kaaisjouwers (1854)

Het transport op de Waal ging in de 19e eeuw steeds meer per stoomschip. Voor de ketels van de stoomschepen waren grote hoeveelheden steenkool nodig. Een kleine groep mannetjesputters hield zich bezig met het laden van de steenkool, kolendragers noemen ze zichzelf op hun nieuwjaarsprent in 1854. Het was onregelmatig werk waarbij ze volledig afhankelijk waren van de eigenaren van de stoombootdiensten.

Tamboers (1869)

Vanaf 1815 was het wettelijk verplicht dat elke stad van enige omvang beschikte over een eigen schutterij. Het doel was de weerbaarheid van de burgers te verhogen, voor het verdedigen van hun stad, maar ook ter assistentie bij brandbestrijding en andere stedelijke diensten. Schutterplichtig waren vanaf 1827 mannen van 25 tot 35 jaar. De sterkte van de dienstdoende schutterij in Nijmegen wisselde tussen de 339 en 600 mannen. 

Informatie over afgelaste opening expositie

In het kader van de lezing van René van Hoften en Hans Wegman over Nijmeegse Nieuwjaarsliederen uit voorbije eeuwen zou het kwartet ICV een zestal liederen uit overgeleverde teksten opvoeren. Om het werk dat hierin gestoken is niet verloren te laten gaan, kun je hieronder de uitgeschreven partijen bekijken die opgesteld zijn door het kwartet ICV.

Van weinig Nieuwjaarsliederen is de melodie bewaard. Soms stond er bij de tekst vermeld dat deze gezongen kon worden “op de melodie van…”, maar de melodie zelf ontbrak. Als gevolg daarvan is bij de gekozen teksten gezocht naar passende melodieën in oude bronnen als John Playford’s English Dancing Master en Oude en Nieuwe Hollantse Boeren Lieties en Contredansen. Passend, in de zin van passend bij de sfeer van de teksten, daarbij vooral lettend op een voor de zangeres zingbaar metrum. En dat voor een heel ongebruikelijke bezetting, die nu eenmaal de bezetting van ICV is. Pier Winterwerp maakte voor alle liederen een arrangement voor deze bezetting. ICV geeft op deze wijze vorm aan voor hedendaagse toehoorders gedateerd aandoend liedgoed, dat in een historisch perspectief tot nieuw leven komt.

Kwartet ICV
Anouk Balins – Zang
Pier Winterwerp – Harmonium
Willem Elbers – Uilleann pipes en fluit
René Meeuws – Draailier.

Alle vier waren of zijn al decennia actief op uiteenlopende muzikale gebieden.

Met dank aan


Projectleider: Wanne van den Bijlaart
Samenstelling: Hans Wegman, Rene van Hoften
Prenten: Kees Moerbeek, Willem Venerius, Marijke Eken
Muzikale begeleiding (afgelaste) opening expositie: muziekgezelschap ICV

(Pier Winterwerp, Rene Meeuws, Willem Elbers en Anouk Balins)
Digitalisering: Cecile Collin, Loes de Graaf

Nieuwsbrief

Abonneer je op onze nieuwsbrief…!

Wil jij op de hoogte blijven van de nieuwste tentoonstellingen en lezingen? Ben je benieuwd naar ons team van vrijwilligers of wil je alles weten over de Mariënburgkapel? Met de nieuwsbrief ontvang je maandelijks een e-mail met de laatste tentoonstellingen, een kijkje in de keuken en een blik op de toekomst.

We gebruiken je gegevens alleen voor het versturen van de nieuwsbrief. Door je te abonneren geef je het Huis toestemming voor het verwerken van deze gegevens volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (privacywet). Uiteraard delen we deze gegevens niet met derde partijen.