header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Artsenijmengkundige Vereeniging Nijmegen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Artsenijmengkundige Vereeniging Nijmegen
Andere naam (namen):

Bestaansperiode: 1833 - 1878
Rechtsvorm: Vereniging
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

In de eerste helft van de negentiende eeuw richtten de apothekers en artsen van Nijmegen en omgeving een aantal genootschappen op. Het Medisch Leesgezelschap (1814) en het Leesgezelschap ‘De Scheikunde Gehuldigd’ (1820) hadden de aanschaf van vakliteratuur op respectievelijk medisch en farmaceutisch gebied ten doel. Nadat de Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Toevoorzicht, een door de provincie ingesteld orgaan dat toezicht hield op de gezondheidszorg, deze gezelschappen had verzocht zich ook met praktische aangelegenheden bezig te houden, werd in 1833 de Artsenijmengkundige Vereeniging opgericht, die een medicinale kruidentuin (de Hortus Botanicus) aan de Doddendaal beheerde en een apothekersopleiding verzorgde. Leden van deze vereniging richtten in 1840 de Vereeniging ter Beoefening van de Natuurkunde en in 1846 de Vereeniging tot Beoefening van Practische Scheikunde op, verenigingen die zich bezighielden met toegepaste wetenschap – het herhalen van in literatuur beschreven experimenten en het analyseren van monsters. Na 1850 begon het ledenaantal van deze genootschappen sterk te dalen; rond 1880 waren de meeste ter ziele gegaan. Hun functie als kennis- en opleidingsinstituut was inmiddels door vakscholen overgenomen.

Geschiedenis

Nadat de medicinale kruidentuin die de apothekers Pas, Abeleven en Visser in 1821 hadden opgericht aan het Mariënburg al in 1828 was opgeheven, verzocht in 1833 de Plaatselijke Commissie voor Geneeskundig Toevoorzicht aan de leden van het Leesgezelschap ‘De Scheikunde Gehuldigd’, waartoe ook de genoemde apothekers behoorden, opnieuw een dergelijke tuin aan te leggen. De leden besloten daarop de Artsenijmengkundige Vereeniging op te richten, een koepelvereniging waaronder zowel het oude Leesgezelschap als de nieuwe Hortus Botanicus viel. Voor de Hortus kochten enkele leden van de nieuwe vereniging een terrein aan het Doddendaal. Het onderhoud van de Hortus, die een tuinhuis, een orangerie, een verwarmde kas en een vijver bevatte, werd bekostigd door de contributie van de leden, een jaarlijkse bijdrage van de Plaatselijke Commissie en vanaf 1856 een gemeentelijke subsidie. Deze subsidie ondersteunde het botanische en scheikundige onderwijs dat de vereniging aan jongelieden gaf. Na opening van de gemeentelijke hbs in 1865 verloor zij gaandeweg haar onderwijstaak én haar leraren. In 1870 was er nog maar één leerling, twee jaar later werd de subsidie stopgezet. Met de verkoop van de Hortus in 1878 werd de Vereeniging ontbonden.

Taken en activiteiten

Het doel van de vereniging was het houden van bijeenkomsten ter bevordering van het gemeenschappelijk belang van de leden, het handhaven van het Leesgezelschap ‘De Scheikunde Gehuldigd’, de kruidentuin onderhouden en ‘onderwijs geven aan de jeugdigen beöefenaren der Wetenschap’. Daarnaast voorzag de Vereeniging lokale apothekers en zorginstellingen van medicinale kruiden.

Organisatie

De vereniging bood de mogelijkheid lid te worden van de vereniging in haar geheel (contributie 12 gulden), van enkel het Leesgezelschap (8 gulden) of van enkel de Hortus (4 gulden). Daarnaast kende de vereniging buitengewone leden, de term waarmee leerlingen werden aangeduid. Het bestuur werd samengesteld uit leden van de vereniging in haar geheel. De vereniging werd opgericht door het gemeentebestuur schriftelijk om toestemming te verzoeken. In 1855 werd het bestuur voorgesteld van de vereniging een rechtspersoon te maken, maar of dit is gebeurd is niet bekend. De Hortus was eigendom van aandeelhouders, aanvankelijk allen lid van de vereniging, maar gaandeweg ontstond de situatie dat niet-leden mede-eigenaar waren van de tuin. Dit was mogelijk één van de factoren die hebben bijgedragen aan de ontbinding van de vereniging.

Locatie

Nijmegen:

Bronnen

  • - L.J. Rogier, 'Uit de geschiedenis van de beoefening der geneeskunde : inzonderheid Nijmegen', Numaga 7, 1960, p. 134-200.
    - H.C.J. Oomen, 'Een Hortus Botanicus in Nijmegen', Numaga 7, 1960, p. 201-210.
    - H.C.J. Oomen, 'Oude en nieuwe nanatuurkunde in Nijmegen’, Numaga 9, 1962, p. 40-43.
    - Guus Pikkemaat, Geschiedenis van Noviomagus Nijmegen; Nijmegen en ’s-Gravenhage 1988, p. 329-334.
    - G.C.J. van der Velde, ‘Gezondheidszorg te Nijmegen in de periode 1816-1865; De werkzaamheid van de “Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Toevoorzigt”’, Numaga 14, 1967, p. 5-39.

Verantwoording



Tekst Andreas Caspers, 2015

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden