header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Baden op het Valkhof en in de Stad

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Met de ondergang van het Romeinse Rijk en de opkomst van het Christendom verdween de badcultuur en werd ook het zwemmen naar de achtergrond gedrongen, vooral door regels en bezwaren van kerkelijke zijde. In de Middeleeuwen ontstond een andere opvatting over seksualiteit en lichamelijkheid. Zwemmen was zo goed als verboden, vooral omdat het met het ontbloten van lichaamsdelen te maken had. Samen in bad gaan werd als moreel verval beschouwd. Bovendien werd water als broedplaats van ziekten (pest, cholera) gezien. Maar dat wil niet zeggen dat de nieuwe christelijke moraal al voor iedereen het richtsnoer was.

Het gebied rond het St. Jacobspoortje (nr. 10), tussen de kraan en de Meipoort (nr.42), stond midden 15e eeuw bekend als ‘An ghen Stave’ vanwege de aanwezigheid van een openbare stoof.

Karel de Grote (768-814) huwde meerdere keren en had daarnaast een aantal bijvrouwen. Met hen kreeg hij een groot aantal echtelijke en buitenechtelijke kinderen die allemaal aan het hof opgroeiden. Karel de Grote reisde van palts (koninklijke verblijfplaats) naar palts. Favoriete plaatsen waren Aken en Nijmegen. In Aken was hij graag vanwege de warme bronnen. Zijn biograaf schreef over de Akense badcultuur: ‘En hij [Karel] nodigde niet alleen zijn zonen uit in zijn bad, maar ook edellieden en vrienden, en soms zelfs heel de groep van zijn gevolg en zijn lijfwacht. Meer dan eens waren er honderd man of meer samen in bad’. We weten het niet, maar mogelijk ging de niet preutse Karel ook op het Valkhof in Nijmegen met een heel stel mannen in een heet bad.

Tegen het einde van de Middeleeuwen waren er in Nijmegen een paar badgelegenheden te vinden, openbare stoven genoemd. De oudste lag aan het eind van de Grotegas bij het St. Jacobspoortje en een tweede op het Heuveltje, hoek Hezelstraat/Ganzenheuvel. Beide stoven werden enige jaren gedreven door Nicolaas van Hedel, ook wel Nicolaas van de Staven (stave = stoof) genaamd. Voorwaarde voor de exploitatie van de stoven was dat zich geen vrouwen van lichte zeden in de badgelegenheid mochten ophouden. Kennelijk bestond er de vrees dat een badhuis tot een bordeel kon uitgroeien, want massage kent immers zijn ‘donkere’ kanten. Lang hebben deze badgelegenheden niet bestaan. Water kwam eeuwenlang uit stadspoelen en stadspompen. De pomp aan het Kelfkensbos uit 1747 is de enige die nog is overgebleven.


Verantwoording[bewerken]

Tekst uit de tentoonstelling voor het 51e canonvenster Bad- en zwemcultuur (2013)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden