Beleg en inname in 1672

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemeen

Rampjaar 1672. Het voortbestaan van de Republiek der Verenigde Nederlanden stond op het spel. In de voortdurende machtsstrijd tussen de Europese grootmachten stond de Republiek tegenover het Frankrijk van Lodewijk XIV. Deze trok samen met zijn bondgenoten in juni 1672 met zijn legers de Nederlanden binnen. Een groot deel van het grondgebied werd bezet. De Franse veldheer Turenne nam op zijn tocht door de Betuwe al snel fort Knodsenburg in en begon met de beschieting van Nijmegen. Afgeschoten vuurpotten - een soort brandbommen - brachten letterlijk ‘Nijmegen onder vuur.’ Nadat het Franse leger op 2 juli de omsingeling had voltooid, werd de stad van alle kanten beschoten. Bijna 300 mortierbommen en meer dan 7.000 kanonskogels kregen de burgers in een week tijd te verduren. Ondanks de slechte toestand van de verdedigingswerken en gebrek aan munitie verweerden het garnizoen en de burgers zich heftig. Op 8 juli viel echter het doek en moest de stad zich overgeven. Enkele dagen na de inname kreeg Nijmegen niet de ‘eer’ van een bezoek van de beroemde Zonnekoning Lodewijk XIV. Hij koos voor de rust van het eenvoudige Huis Waaijenstein bij Oosterhout.

Otto van Gent

De Nijmeegse bevelhebber Johan van Welderen is als naamgever van de Van Welderenstraat een stuk bekender dan zijn collega, kolonel Otto van Gent. Terwijl Van Welderen met zijn bezittingen na het beleg vrij mocht vertrekken, sneuvelde Van Gent op 5 juli bij een gewaagde uitval uit de Hezelpoort tegen de Fransen. Kolonel Van Gent, naar wie de van Gentstraat in 1899 genoemd is, was een neef van de Nederlandse zeeheld Willem Joseph van Gent, die enige weken eerder was gesneuveld in de Slag bij Solebay tegen de Engelsen.

Bastion Nassau

In het begin van de zeventiende eeuw was de vesting Nijmegen uitgebreid met nieuwe verdedigingswerken. Fort Knodsenburg in het noorden en elf bastions rond de stadsmuur moesten nieuwe aanvallen met grote kanonnen kunnen weerstaan. Turenne concentreerde zich op Bastion Nassau, gelegen ter hoogte van de huidige Nassausingel. De Fransen slaagden er na veel moeite en ten koste van veel doden en gewonden in dit bastion door loopgraven te naderen en te ondermijnen. Hierdoor dreigde de vestingmuur opgeblazen te worden en was een doorbraak mogelijk. De stad was gedwongen de onderhandelingen over capitulatie te openen.

Munitieproblemen

Niet alleen in mankracht was er een groot verschil tussen de 60.000 soldaten van Turenne en de 2.500 man in het garnizoen, ook in vuurkracht delfde de Nijmeegse defensie het onderspit. Dit had deels met enkele onhandigheden aan Nijmeegse zijde te maken, zo blijkt uit de verhalen. Bij de levering van acht gloednieuwe kanonnen die voor het beleg nog snel aangevoerd waren, ontbraken namelijk de juiste kogels! De wel beschikbare kanonnen en kogels werden onbruikbaar door een regenbui! Hierdoor waren het kruit en de lonten namelijk nat geworden.

Verantwoording

Teksten uit de tentoonstelling ‘Nijmegen onder vuur’ ter gelegenheid van de Open Archievendag 2008 (Regionaal Archief Nijmegen, 2008)

Commentaar

<comments hideForm="false"/> of, lees de overige commentaren ...