header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Bouw- en houtbonden

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Definitie[bewerken]

Bouw- en houtbonden zijn vakbonden voor werknemers in het bouwbedrijf en de houtverwerkende industrie. De afdelingen vertegenwoordigen deze bonden op lokaal niveau.

Bouwbonden[bewerken]

Rond 1900 ontstond er, langs verzuilde lijnen, een groot aantal vakbonden voor arbeiders werkzaam in de bouw. Deze bonden beperkten zich doorgaans tot één beroepsgroep en bleven daardoor klein. Geleidelijk aan begonnen deze bondjes met elkaar te fuseren, wat uiteindelijk leidde tot de vorming van grote bouwbonden. In dit proces liep de katholieke arbeidersbeweging voorop met de oprichting, in 1917, van de Nederlandsche R.K. Bouwvakarbeidersbond St. Joseph. Deze bond, die in 1963 zijn naam wijzigde in Nederlandse Katholieke Bond van Werknemers in de Bouwnijverheid (NKBB) St. Joseph, bestond tot 1972.

De moderne arbeidersbeweging, de vakbonden verenigd in het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), volgde in 1920 met de vorming van de Algemeene Nederlandsche Bouwarbeidersbond (ANB), al vertegenwoordigde deze aanvankelijk niet iedere beroepsgroep in de bouw, aangezien sommige kleine vakbonden, zoals de Nederlandsche Schildersgezellenbond (opgericht in 1893), hadden geweigerd zich bij de ANB aan te sluiten. Dit gebeurde pas in 1941 op last van de bezetter, een maatregel die na de Tweede Wereldoorlog niet werd teruggedraaid. De ANB, die zijn naam in 1952 wijzigde in Algemene Nederlandse Bouwbedrijfsbond en in 1967 in Algemene Nederlandse Bond voor de Bouwnijverheid, maar steeds dezelfde afkorting bleef voeren, bestond tot 1971.

Na de Tweede Wereldoorlog besloten St. Joseph, de ANB en de bouwbond van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) regelmatig met elkaar te overleggen. Zij richtten daartoe de Centrale Commissie Bouwnijverheid (CCB) op.

Houtbonden[bewerken]

De houtbonden, die zich parallel aan de bouwbonden vormden, waren in wezen vakbonden voor arbeiders die zich bezighielden met de afwerking en inrichting van gebouwen, zoals behangers en meubelmakers. Vanuit het NVV was in 1908 de Algemeene Nederlandsche Bond van Meubelmakers, Behangers en aanverwante Vakgenooten opgericht, in 1952 omgedoopt tot Algemene Bedrijfsbond voor Meubilerings- en Houtbedrijven (ABMH). De katholieke houtbond, opgericht in 1920, was de Nederlandsche R.K. Bond van Houtbewerkers, Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenoten St. Antonius van Padua, die in 1965 zijn naam wijzigde in Nederlandse Katholieke Bond van Werknemers in de Meubel-, Meubilerings-, Hout- en aanverwante bedrijven St. Antonius van Padua, maar die gedurende zijn bestaan doorgaans werd aangeduid als de Katholieke Houtbewerkersbond, kortweg de KHB.

Fusie bouw- en houtbonden[bewerken]

De houtbonden waren kleiner dan de bouwbonden en rond 1970 kwam hun levensvatbaarheid ter discussie te staan. De ABMH werd in 1971 samengevoegd met de ANB tot de Algemene Nederlandse Bond voor de Bouw- en Houtnijverheid, een statutaire naam, want de nieuwe bond afficheerde zichzelf naar buiten toe als de Bouwbond NVV. Een jaar later, in 1972, fuseerden de KHB en de NKBB St. Joseph tot de Nederlandse Katholieke Bond voor de Bouw- en Houtnijverheid (KBBH), een officiële naam die evenmin in zwang raakte, aangezien de bond zich naar buiten toe presenteerde als de Bouw- en Houtbond NKV.

NVV en NKV samen[bewerken]

Door de afkorting van de vakcentrale waarbij zij waren aangesloten, respectievelijk het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) en het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV), in hun naam te voeren, benadrukten de bonden hun band daarmee. Het NVV en het NKV begonnen in 1972 besprekingen om nauwer met elkaar te gaan samenwerken, wat in 1976 leidde tot een federatie van beide vakcentrales, de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en in 1982 zelfs tot een fusie onder dezelfde naam. De vakbonden aangesloten bij het NVV en het NKV werden aangemoedigd hetzelfde proces van federatievorming en fusering te doorlopen. De Bouwbond NVV en de Bouw- en Houtbond NKV liepen voor de troepen uit door al in 1973, dus voor hun vakcentrales, een lichte federatie te vormen, onder de naam Federatie Bouwbonden NVV-NKV. Bij deze gelegenheid traden ze uit de CCB, die daarmee ophield te bestaan. In 1976 gingen ze een stapje verder door een zware federatie te vormen en voortaan gezamenlijk naar buiten te treden als de Bouw- en Houtbonden FNV. Op 1 januari 1982 hieven beide bonden zichzelf op om plaats te maken voor de Bouw- en Houtbond FNV; op afdelingsniveau had de fusie tussen beide bonden toen meestal al plaatsgevonden.

Schaalvergroting[bewerken]

De Bouw- en Houtbond FNV besloot halverwege de jaren negentig dat lokale afdelingen minimaal 250 leden moesten tellen; afdelingen die hieronder zaten werden verzocht met naburige afdelingen te fuseren. Dit proces van schaalvergroting werd in 1997 afgerond. In 2000 veranderde de vakbond zijn naam in FNV Bouw. Op 1 januari 2015 verdween de bond, toen hij, samen met Abvakabo FNV, FNV Bondgenoten en FNV Sport, fuseerde met de vakcentrale. Bij die gelegenheid zijn alle plaatselijke afdelingen verdwenen. De taken van de bond zijn overgenomen door de sector Bouwen & Wonen van de FNV, die lokaal spreekuren organiseert.

Lijst van bouw- en houtbonden[bewerken]

Alle bouw- en houtbonden waarvan het Regionaal Archief Nijmegen archieven in huis heeft, zijn te vinden in de lijst van bouw- en houtbonden.

Bronnen[bewerken]

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden