Centrale Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden Nijmegen

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemene gegevens
Naam : Centrale Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden Nijmegen
Andere naam (namen):

{{#if: Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden Nijmegen| * Andere naam::Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden Nijmegen|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam2}}}]]|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam3}}}]]|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam4}}}]]|}}

Bestaansperiode: Beginjaar::1919 - Eindjaar::1941
Rechtsvorm: Rechtsvorm::
Voorganger(s):

{{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger1}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger2}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger3}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger4}}}]]|}}

Opvolger(s):

{{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger1}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger2}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger3}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger4}}}]]|}}

Hoger orgaan:

{{#if: | Hoger orgaan::|}}

Archief
{{#if: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126490141%7C Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
|}}

{{#if: | Vindplaats archief:|}}

{{#if: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126490141%7C
|}}{{#if: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126490141%7CNaar beschrijving archief|}}{{#if: | |}}

{{#if: Het Nijmeegse ambtenarenapparaat kende in het verleden een onderscheid in diverse groepen. Naast de ambtenaren, die een jaarwedde kregen en veelal een kantoorbaan hadden, was er de groep van de werklieden. Zij waren vooral werkzaam bij de verschillende gemeentebedrijven en voerden daar praktische klussen uit als bijvoorbeeld timmerman, schilder of stratenmaker. In tegenstelling tot ambtenaren kregen werklieden een weekloon. Sinds 1907 had de gemeente Nijmegen een werkliedenreglement, waarin de rechtspositie van de werklieden was vastgesteld.|

Algemene context

Het Nijmeegse ambtenarenapparaat kende in het verleden een onderscheid in diverse groepen. Naast de ambtenaren, die een jaarwedde kregen en veelal een kantoorbaan hadden, was er de groep van de werklieden. Zij waren vooral werkzaam bij de verschillende gemeentebedrijven en voerden daar praktische klussen uit als bijvoorbeeld timmerman, schilder of stratenmaker. In tegenstelling tot ambtenaren kregen werklieden een weekloon. Sinds 1907 had de gemeente Nijmegen een werkliedenreglement, waarin de rechtspositie van de werklieden was vastgesteld. |}}

{{#if: Bij raadsbesluit van 20 maart 1919 stelde de gemeenteraad een verordening vast die de samenstelling en bevoegdheden van de ‘Centrale Commissie van overleg voor Werklieden-aangelegenheden’ regelde. De eerste vergadering was op 16 juni 1919, de laatste op 28 april 1941. Gedurende twee jaar na de reorganisatie van 1931 bestond naast deze commissie een nieuwe Gecombineerde Commissie van Overleg voor Ambtenaren- en Werkliedenaangelegenheden en Politiepersoneel. Bij een schrijven van 30 september 1941 meldde de secretaris dat de commissie haar taken moest laten rusten op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.

Een directe rechtsopvolger van de commissie is niet aanwijsbaar. Uit de Centrale Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden vloeiden enkele commissies ad hoc voort, meestal om Burgemeester en Wethouders te adviseren over specifieke salarisverhogingen. Voorbeelden zijn de Commissie tot Onderzoek van de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst van de Gemeente Nijmegen en de Commissie van Onderzoek naar de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst der Gemeente Nijmegen. Vanaf 1919 werden de jaarlijkse verslagen van de centrale commissie als bijlagen bij het gemeenteverslag opgenomen.|

Geschiedenis

Bij raadsbesluit van 20 maart 1919 stelde de gemeenteraad een verordening vast die de samenstelling en bevoegdheden van de ‘Centrale Commissie van overleg voor Werklieden-aangelegenheden’ regelde. De eerste vergadering was op 16 juni 1919, de laatste op 28 april 1941. Gedurende twee jaar na de reorganisatie van 1931 bestond naast deze commissie een nieuwe Gecombineerde Commissie van Overleg voor Ambtenaren- en Werkliedenaangelegenheden en Politiepersoneel. Bij een schrijven van 30 september 1941 meldde de secretaris dat de commissie haar taken moest laten rusten op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.

Een directe rechtsopvolger van de commissie is niet aanwijsbaar. Uit de Centrale Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden vloeiden enkele commissies ad hoc voort, meestal om Burgemeester en Wethouders te adviseren over specifieke salarisverhogingen. Voorbeelden zijn de Commissie tot Onderzoek van de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst van de Gemeente Nijmegen en de Commissie van Onderzoek naar de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst der Gemeente Nijmegen. Vanaf 1919 werden de jaarlijkse verslagen van de centrale commissie als bijlagen bij het gemeenteverslag opgenomen. |Van deze organisatie is nog geen beschrijving beschikbaar.}}

{{#if: Deze permanente commissie adviseerde B. en W. over de vaststelling en wijziging van voorschriften tot uitvoering van het werkliedenreglement, over de toepassing van het reglement (behalve het opleggen van straffen) en over de uitvoering van de voorschriften in het reglement. Vanaf 25 juli 1919 was zij ook bevoegd om te adviseren over vaststelling en wijziging van het Werkliedenreglement.|

Taken en activiteiten

Deze permanente commissie adviseerde B. en W. over de vaststelling en wijziging van voorschriften tot uitvoering van het werkliedenreglement, over de toepassing van het reglement (behalve het opleggen van straffen) en over de uitvoering van de voorschriften in het reglement. Vanaf 25 juli 1919 was zij ook bevoegd om te adviseren over vaststelling en wijziging van het Werkliedenreglement. |}}

{{#if: Het college van B. en W. koos een commissievoorzitter uit haar midden en wees de secretaris aan. De rest van de commissie werd gevormd door de hoofden van de gemeentelijke diensten waar minstens tien werklieden werkzaam waren, en door zes afgevaardigden van de plaatselijke afdelingen van landelijke werkliedenorganisaties. Op 20 november 1919 werd de verordening zodanig gewijzigd dat van de diensthoofden alleen de vier hoofden van de takken van dienst waarbij de meeste werklieden werkzaam waren (de directeurs der Gasfabriek en Waterleiding, Elektriciteitswerken, Gemeentereiniging en Gemeentewerken) behoefden aan te schuiven. Bij een reorganisatie per 1 oktober 1931 werden de vier diensthoofden vervangen door drie gemeenteraadsleden en werd een wethouder aan de commissie toegevoegd.|

Organisatie

Het college van B. en W. koos een commissievoorzitter uit haar midden en wees de secretaris aan. De rest van de commissie werd gevormd door de hoofden van de gemeentelijke diensten waar minstens tien werklieden werkzaam waren, en door zes afgevaardigden van de plaatselijke afdelingen van landelijke werkliedenorganisaties. Op 20 november 1919 werd de verordening zodanig gewijzigd dat van de diensthoofden alleen de vier hoofden van de takken van dienst waarbij de meeste werklieden werkzaam waren (de directeurs der Gasfabriek en Waterleiding, Elektriciteitswerken, Gemeentereiniging en Gemeentewerken) behoefden aan te schuiven. Bij een reorganisatie per 1 oktober 1931 werden de vier diensthoofden vervangen door drie gemeenteraadsleden en werd een wethouder aan de commissie toegevoegd. |}}

{{#if: {{#if:1919-1941|locatie periode::1919-1941:|}}plaatsnaam:: adres::Nijmegen {{#if:|locatie in googlemaps|}}
|

Locatie

{{#if:1919-1941|locatie periode::1919-1941:|}}plaatsnaam:: adres::Nijmegen {{#if:|locatie in googlemaps|}}
|}} {{#if: |

|}} {{#if: Bij raadsbesluit van 20 maart 1919 stelde de gemeenteraad een verordening vast die de samenstelling en bevoegdheden van de ‘Centrale Commissie van overleg voor Werklieden-aangelegenheden’ regelde. De eerste vergadering was op 16 juni 1919, de laatste op 28 april 1941. Gedurende twee jaar na de reorganisatie van 1931 bestond naast deze commissie een nieuwe Gecombineerde Commissie van Overleg voor Ambtenaren- en Werkliedenaangelegenheden en Politiepersoneel. Bij een schrijven van 30 september 1941 meldde de secretaris dat de commissie haar taken moest laten rusten op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.

Een directe rechtsopvolger van de commissie is niet aanwijsbaar. Uit de Centrale Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden vloeiden enkele commissies ad hoc voort, meestal om Burgemeester en Wethouders te adviseren over specifieke salarisverhogingen. Voorbeelden zijn de Commissie tot Onderzoek van de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst van de Gemeente Nijmegen en de Commissie van Onderzoek naar de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst der Gemeente Nijmegen. Vanaf 1919 werden de jaarlijkse verslagen van de centrale commissie als bijlagen bij het gemeenteverslag opgenomen.| {{#if: * Gemeenteblad Nijmegen 1909 Nr. 28, p. 257-288.

  • Gemeenteverslag 1919.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, 1994, p. 25.|

Bronnen

  • Gemeenteblad Nijmegen 1909 Nr. 28, p. 257-288.
  • Gemeenteverslag 1919.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, 1994, p. 25.

|}} |}}

{{#if: Bij raadsbesluit van 20 maart 1919 stelde de gemeenteraad een verordening vast die de samenstelling en bevoegdheden van de ‘Centrale Commissie van overleg voor Werklieden-aangelegenheden’ regelde. De eerste vergadering was op 16 juni 1919, de laatste op 28 april 1941. Gedurende twee jaar na de reorganisatie van 1931 bestond naast deze commissie een nieuwe Gecombineerde Commissie van Overleg voor Ambtenaren- en Werkliedenaangelegenheden en Politiepersoneel. Bij een schrijven van 30 september 1941 meldde de secretaris dat de commissie haar taken moest laten rusten op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.

Een directe rechtsopvolger van de commissie is niet aanwijsbaar. Uit de Centrale Commissie van Overleg voor Werkliedenaangelegenheden vloeiden enkele commissies ad hoc voort, meestal om Burgemeester en Wethouders te adviseren over specifieke salarisverhogingen. Voorbeelden zijn de Commissie tot Onderzoek van de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst van de Gemeente Nijmegen en de Commissie van Onderzoek naar de Salariëring van Ambtenaren en Werklieden in Dienst der Gemeente Nijmegen. Vanaf 1919 werden de jaarlijkse verslagen van de centrale commissie als bijlagen bij het gemeenteverslag opgenomen.|

Verantwoording

{{#if: Hylke Roodenburg|Inleiding van de toegang op het archief door Hylke Roodenburg.|}} {{#if:2010|(2010)|}}

|}}


{{#if: 1.1 Bestuursinstellingen| |}} {{#if: 13 Arbeidsverhoudingen en werkgelegenheid| |}} {{#if: | [[Categorie:]] |}} {{#if: | [[Categorie:]] |}}

{{#if:94| |}}