Commissie van advies bedoeld in Artikel 46 van het Werkliedenreglement Nijmegen

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemene gegevens
Naam : Commissie van advies bedoeld in Artikel 46 van het Werkliedenreglement Nijmegen
Andere naam (namen):

{{#if: Commissie van advies bedoeld in Artikel 39 van het Werkliedenreglement Nijmegen| * Andere naam::Commissie van advies bedoeld in Artikel 39 van het Werkliedenreglement Nijmegen|}} {{#if: Scheidsgerecht Nijmegen| * Andere naam::Scheidsgerecht Nijmegen|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam3}}}]]|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam4}}}]]|}}

Bestaansperiode: Beginjaar::1911 - Eindjaar::1941
Rechtsvorm: Rechtsvorm::
Voorganger(s):

{{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger1}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger2}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger3}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger4}}}]]|}}

Opvolger(s):

{{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger1}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger2}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger3}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger4}}}]]|}}

Hoger orgaan:

{{#if: | Hoger orgaan::|}}

Archief
{{#if: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126489727%7C Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
|}}

{{#if: | Vindplaats archief:|}}

{{#if: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126489727%7C Icoon archief.png
|}}{{#if: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126489727%7CNaar beschrijving archief|}}{{#if: | |}}

{{#if: Het Nijmeegse ambtenarenapparaat kende in het verleden een onderscheid in diverse groepen. Naast de ambtenaren, die een jaarwedde kregen en veelal een kantoorbaan hadden, was er de groep van de werklieden. Zij waren vooral werkzaam bij de verschillende gemeentebedrijven en voerden daar praktische klussen uit als bijvoorbeeld timmerman, schilder of stratenmaker. In tegenstelling tot ambtenaren kregen werklieden een weekloon. In het werkliedenreglement werden ook regelingen omtrent de bestraffing van werklieden vastgelegd. Als het hoofd van een dienst meende een werkman een straf te moeten opleggen, werd de betreffende persoon daarvan door Burgemeester en Wethouders op de hoogte gesteld. De werkman kreeg de gelegenheid om zijn zaak te laten onderzoeken door het zogenoemde Scheidsgerecht. Deze commissie besliste of de werkman strafbaar was en welke straf hem moest worden opgelegd. Uiteindelijk bepaalde B. en W. de strafmaat binnen de grenzen van de uitspraak van het Scheidsgerecht. Tot en met 1915 werkte de commissie onder de naam Scheidsgerecht, soms met de toevoeging ‘bedoeld in artikel 43 van het werkliedenreglement voor de gemeente Nijmegen’.|

Algemene context

Het Nijmeegse ambtenarenapparaat kende in het verleden een onderscheid in diverse groepen. Naast de ambtenaren, die een jaarwedde kregen en veelal een kantoorbaan hadden, was er de groep van de werklieden. Zij waren vooral werkzaam bij de verschillende gemeentebedrijven en voerden daar praktische klussen uit als bijvoorbeeld timmerman, schilder of stratenmaker. In tegenstelling tot ambtenaren kregen werklieden een weekloon. In het werkliedenreglement werden ook regelingen omtrent de bestraffing van werklieden vastgelegd. Als het hoofd van een dienst meende een werkman een straf te moeten opleggen, werd de betreffende persoon daarvan door Burgemeester en Wethouders op de hoogte gesteld. De werkman kreeg de gelegenheid om zijn zaak te laten onderzoeken door het zogenoemde Scheidsgerecht. Deze commissie besliste of de werkman strafbaar was en welke straf hem moest worden opgelegd. Uiteindelijk bepaalde B. en W. de strafmaat binnen de grenzen van de uitspraak van het Scheidsgerecht. Tot en met 1915 werkte de commissie onder de naam Scheidsgerecht, soms met de toevoeging ‘bedoeld in artikel 43 van het werkliedenreglement voor de gemeente Nijmegen’. |}}

{{#if: Per 1 januari 1916 werd het werkliedenreglement aangepast en daarmee ook de naam van de commissie: tot en met 1924 luisterde zij naar de naam ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 39 van het Werkliedenreglement’. Na een nieuwe wijziging in het reglement op 1 januari 1925 sprak men over de ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 46 van het Werkliedenreglement’. Kortweg werd zij al sinds 1916 ‘Commissie van Advies’ genoemd. In de genoemde verordeningsartikelen waren samenstelling en zittingsperiode van de permanente commissie geregeld. De eerste bijeenkomst vond plaats op 20 maart 1911, gevolgd door enkele bijeenkomsten over de samenstelling van de commissie. Het aantal vergaderingen per jaar varieerde tussen vijf en geen enkele. De laatste genotuleerde vergadering vond plaats op 1 maart 1939. De reden en datum van opheffing zijn niet bekend, maar waarschijnlijk kan een parallel worden getrokken met de opheffing van andere commissies aangaande werkliedenaangelegenheden in 1941. Dat gebeurde op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.|

Geschiedenis

Per 1 januari 1916 werd het werkliedenreglement aangepast en daarmee ook de naam van de commissie: tot en met 1924 luisterde zij naar de naam ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 39 van het Werkliedenreglement’. Na een nieuwe wijziging in het reglement op 1 januari 1925 sprak men over de ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 46 van het Werkliedenreglement’. Kortweg werd zij al sinds 1916 ‘Commissie van Advies’ genoemd. In de genoemde verordeningsartikelen waren samenstelling en zittingsperiode van de permanente commissie geregeld. De eerste bijeenkomst vond plaats op 20 maart 1911, gevolgd door enkele bijeenkomsten over de samenstelling van de commissie. Het aantal vergaderingen per jaar varieerde tussen vijf en geen enkele. De laatste genotuleerde vergadering vond plaats op 1 maart 1939. De reden en datum van opheffing zijn niet bekend, maar waarschijnlijk kan een parallel worden getrokken met de opheffing van andere commissies aangaande werkliedenaangelegenheden in 1941. Dat gebeurde op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied. |Van deze organisatie is nog geen beschrijving beschikbaar.}}

{{#if: De commissie besliste of de werkman strafbaar was en welke straf hem moest worden opgelegd. Uiteindelijk bepaalde B. en W. de strafmaat binnen de grenzen van de uitspraak van de commissie.|

Taken en activiteiten

De commissie besliste of de werkman strafbaar was en welke straf hem moest worden opgelegd. Uiteindelijk bepaalde B. en W. de strafmaat binnen de grenzen van de uitspraak van de commissie. |}}

{{#if: De commissie bestond uit vijf leden van wie twee werden aangewezen door B. en W., twee door de vaste werklieden in de gemeente en één laatste lid door de vier eerder benoemde leden. Voor elk van de leden werd tevens een plaatsvervangend lid benoemd. De voorzitter werd uit de vijf leden gekozen en aan het geheel werd door B. en W. een secretaris toegevoegd.|

Organisatie

De commissie bestond uit vijf leden van wie twee werden aangewezen door B. en W., twee door de vaste werklieden in de gemeente en één laatste lid door de vier eerder benoemde leden. Voor elk van de leden werd tevens een plaatsvervangend lid benoemd. De voorzitter werd uit de vijf leden gekozen en aan het geheel werd door B. en W. een secretaris toegevoegd. |}}

{{#if: {{#if:1911-1941|locatie periode::1911-1941:|}}plaatsnaam:: adres::Nijmegen {{#if:|locatie in googlemaps|}}
|

Locatie

{{#if:1911-1941|locatie periode::1911-1941:|}}plaatsnaam:: adres::Nijmegen {{#if:|locatie in googlemaps|}}
|}} {{#if: |

|}} {{#if: Per 1 januari 1916 werd het werkliedenreglement aangepast en daarmee ook de naam van de commissie: tot en met 1924 luisterde zij naar de naam ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 39 van het Werkliedenreglement’. Na een nieuwe wijziging in het reglement op 1 januari 1925 sprak men over de ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 46 van het Werkliedenreglement’. Kortweg werd zij al sinds 1916 ‘Commissie van Advies’ genoemd. In de genoemde verordeningsartikelen waren samenstelling en zittingsperiode van de permanente commissie geregeld. De eerste bijeenkomst vond plaats op 20 maart 1911, gevolgd door enkele bijeenkomsten over de samenstelling van de commissie. Het aantal vergaderingen per jaar varieerde tussen vijf en geen enkele. De laatste genotuleerde vergadering vond plaats op 1 maart 1939. De reden en datum van opheffing zijn niet bekend, maar waarschijnlijk kan een parallel worden getrokken met de opheffing van andere commissies aangaande werkliedenaangelegenheden in 1941. Dat gebeurde op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.| {{#if: * Gemeentebladen Nijmegen 1909, 1910 en 1915.

  • Gemeenteblad Nijmegen A 1924.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, 1994, p. 25.|

Bronnen

  • Gemeentebladen Nijmegen 1909, 1910 en 1915.
  • Gemeenteblad Nijmegen A 1924.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, 1994, p. 25.

|}} |}}

{{#if: Per 1 januari 1916 werd het werkliedenreglement aangepast en daarmee ook de naam van de commissie: tot en met 1924 luisterde zij naar de naam ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 39 van het Werkliedenreglement’. Na een nieuwe wijziging in het reglement op 1 januari 1925 sprak men over de ‘Commissie van Advies bedoeld in artikel 46 van het Werkliedenreglement’. Kortweg werd zij al sinds 1916 ‘Commissie van Advies’ genoemd. In de genoemde verordeningsartikelen waren samenstelling en zittingsperiode van de permanente commissie geregeld. De eerste bijeenkomst vond plaats op 20 maart 1911, gevolgd door enkele bijeenkomsten over de samenstelling van de commissie. Het aantal vergaderingen per jaar varieerde tussen vijf en geen enkele. De laatste genotuleerde vergadering vond plaats op 1 maart 1939. De reden en datum van opheffing zijn niet bekend, maar waarschijnlijk kan een parallel worden getrokken met de opheffing van andere commissies aangaande werkliedenaangelegenheden in 1941. Dat gebeurde op last van de Rijkscommissaris voor het bezette gebied.|

Verantwoording

{{#if: Hylke Roodenburg|Inleiding van de toegang op het archief door Hylke Roodenburg.|}} {{#if:2010|(2010)|}}

|}}


{{#if: 1.1 Bestuursinstellingen| |}} {{#if: 1.3 Overheidspersoneel| |}} {{#if: | [[Categorie:]] |}} {{#if: | [[Categorie:]] |}}

{{#if:132| |}}