header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De Broederenkerk

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Oprichting[bewerken]

De naam Broerstraat verwijst naar de dominicanen, ook wel predikers, predikbroeders of 'brueren' genoemd. De eerste dominicaan die Nijmeegse bodem betrad was de heilige Albertus Magnus, die in 1273 de St. Stevenskerk inwijdde. Precies twintig jaar later kwamen zes Dominicanen naar Nijmegen. Zij kregen aan de Broerstraat, toen nog een landelijke weg, de beschikking over een kapel die destijds toebehoorde aan Tilman Werenbertsz, heer van Ubbergen. Deze kapel werd in 1375 afgebroken en vervangen door een groter, aan de H. Maagd toegewijd bedehuis: de Broederenkerk. Ernaast verrees het Dominicanerklooster. De ingang van het klooster lag aan de Korte Burchtstraat. Het stadsbestuur steunde de Dominicanen met giften in de vorm van vis en wijn en met subsidies voor een orgel in 1423 en voor schilderingen van de Kruisweg in 1429, deze laatste voor 40 gulden per schilderwerk.

In protestantse handen[bewerken]

Tussen 1579 en 1585 en vanaf 1591, het jaar van de Reductie, werd de Broederenkerk door de hervormde gemeente gebruikt; de katholieke eredienst was verboden. De Dominicanen bleven echter in Nijmegen als missiestatie en bedienden hun parochianen in schuilkerken en door thuisbezoeken. De hervormden duidden de Broerskerk wel aan als de Kleine Kerk, ter onderscheiding van de Grote Kerk, de Sint Stevenskerk. Rond 1605 werd de nu protestantse Broederenkerk na herhaaldelijke verzoeken opgeknapt. In 1668 werd het gebouw ook door een Brits garnizoen gebruikt en in 1668 hield de Waalse kerk er haar diensten. Daarnaast repeteerden leerlingen van de Latijnse school in de kerk toneelstukken; drama was een vak op dit instituut. In 1775 werd een orgel van Matthijs Verhofstad voor 2800 gulden in de Broederenkerk geïnstalleerd.

Strijd tussen protestanten en katholieken[bewerken]

Toen de Fransen op 8 november 1794 de stad innamen, hoopten de katholieken de door Frans vuur zwaar beschadigde Broederenkerk terug te krijgen. Zij dachten dat hun dag was gekomen met gelijke rechten en godsdienstvrijheid; de hervormde bovenlaag vreesde echter voor verlies van haar voorrechten: achter het atheïstische Frankrijk stak volgens hen het Roomse gevaar de kop op. Sommige katholieken riepen om teruggave van de Stevenskerk. Uiteindelijk veranderde vrijwel niets tot 1808: de katholieken bleven hun vroegere schuilkerken gebruiken. Jan Engelbart Sanders van Well was tussen 1808 en 1811 de eerste katholieke regerende burgemeester van Nijmegen; hij had het vaak aan de stok met zijn protestantse medebestuurders die vochten om hun macht te behouden. Zij slaagden daar na een aantal conflicten met katholieken binnen het stadsbestuur uiteindelijk in. De afkeer tussen protestanten en katholieken was springlevend en dat zou pas laat in de twintigste eeuw veranderen. Tussen 24 en 31 juli 1808 verbleef koning Lodewijk Napoleon in Nijmegen; Sanders van Well, gesteund door zijn vrouw Wendeliena van Bennekom, maakte hier goed gebruik van. Hij toonde de koning nog in gebruik zijnde katholieke schuilkerken en wees daarbij op de numerieke verhoudingen tussen katholieken en protestanten in de stad. Van Well wilde alle oude voormalige katholieke kerken terugkrijgen. Bisschop Van Velde de Melroy, apostolisch administrator van Nijmegen en omgeving, wist Lodewijk Napoleon en de meeste Nijmeegse katholieken ervan te overtuigen de Stevenskerk aan de hervormden te laten en zich tevreden te stellen met twee kleinere kerken.

Terug bij de katholieken[bewerken]

Van Wells bemoeienis had resultaat: op 25 juli 1808 wees Lodewijk Napoleon de Broederenkerk en de Regulierenkerk (de huidige Molenstraatkerk) bij Koninklijk Besluit toe aan de katholieken. Ook zou een werkhuis voor armen worden gebouwd en de vestingstatus van Nijmegen werd met onmiddellijke ingang ingetrokken. Met de opbrengst van de sloop van de vesting moesten het werkhuis en de teruggave van de kerken worden gefinancierd. De opheffing van de vestingstatus werd onder koning Willem I in 1814 ongedaan gemaakt. Er was ook een slepend conflict met het stadsbestuur, dat lange tijd weigerde bepaalde financiële verplichtingen die voortvloeiden uit de teruggave van de twee kerkgebouwen tegenover de katholieke kerk in Nijmegen na te komen. Het is niet zo dat 'de Nijmeegse katholieken' de Stevenskerk of andere kerken wilden terugkrijgen; er was veel onenigheid binnen hun kamp. Sommige pastoors waren er niet op gebrand hun kerkjes in te ruilen voor grote, maar nog door schade onbruikbare kerkgebouwen. Op 31 mei 1810, Hemelvaartsdag, namen deken B. Huntjes en pastoor J. Reggers de Broederenkerk in gebruik door er de eerste missen op te dragen. Het gebouw werd pas op 13 november 1833 officieel ingewijd na reparaties tussen 1830 en 1833. Het protestantse stadsbestuur verzette zich tegen iedere gift of subsidie aan de katholieke kerk. Koning Willem I greep in 1820 in: bij Koninklijk Besluit van 26 maart werd bepaald dat Nijmegen een som van 10.000 gulden voor de Broederenkerk en de Regulierenkerk moest betalen; bij hetzelfde besluit werden beide kerken definitief gereserveerd voor de katholieke eredienst.

Verbouwing en verwoesting[bewerken]

Tussen 1866 en 1885 verbouwde architect P.J.H. Cuypers het gebouw tot een neogotische kerk. Hij voorzag de kerk van een zijbeuk aan de zuidzijde, een spiegelbeeld van de zijbeuk aan de noordzijde. Door de bouw van stenen gewelven, een nieuwe neogotische voorgevel en een zeer slanke toren in dezelfde stijl kreeg de kerk een negentiende-eeuws aanzien. In de kern bleef zij echter een middeleeuwse kerk. In 1944 werden de Broederenkerk en het aangrenzende klooster zwaar beschadigd door oorlogsgeweld en nadien bleef het complex nog zes jaar als ruïne overeind. Herstel was mogelijk, maar werd niet door iedereen wenselijk geacht. Allerlei acties van de burgerij ten spijt besloot de gemeenteraad in 1950 tot sloop. Het jaar daarop voegden slopers de daad bij het woord.

Bronnen[bewerken]

  • F.A.M. Dries-Schilte, De restitutie van de Broerskerk en de Regulierenkerk te Nijmegen aan de katholieke eredienst in: Archief voor de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland, 9e jaargang, 1967, p. 119-171.
  • R. Koning, Cuypers, restauratie-architect van de Broerskerk in: Nijmeegs Katern, 1993 no. 1, p. 2-6.
  • Onbekend, Uit de tijdschriften: De restitutie van de Broerskerk en de Regulierenkerk te Nijmegen aan de katholieke eredienst in: Tijdschrift Numaga, jaargang XIV, 1967, p. 118-123.
  • A.G. Pikkemaat, Bataafse Vrijheid in Nijmegen 1794-1795, Nijmegen 1963 (proefschrift).
  • Regionaal Archief Nijmegen, Wetenschappelijke correspondentie, inv.nr. 559-010e (ca. 1985).
  • P. Sliepenbeek, Nijmegen september 1944, Nijmegen 1969, p. 41.


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden