header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De Vierdaagse in Nederlands-Indië

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis Vierdaagse
Logovierdaagse.png
startpagina
Alles over de geschiedenis van de Vierdaage in het Digitale Huis van de Nijmeegse Geschiedenis Lees verder>>>

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Beelden van de wandelvierdaagse in Batavia (Nederlands-Indië), juni 1938

In dit historische overzicht mogen uiteraard de vierdaagse afstandsmarsen die in Nederlands-Indië werden gehouden niet ontbreken. Er zijn er daar heel wat gelopen. De eerste vond in 1935 plaats in Medan, op het eiland Sumatra, en werd georganiseerd door de Sumatra Athletiek Bond. In de daarop volgende jaren (1936 t/m 1939) werden de marsen uitgeschreven door de Nederlandsch-Indische Athletiek Unie, onder auspiciën van de NBvLO. Ze zijn gehouden in de volgende plaatsen: Medan (op Sumatra), Bandoeng (Java), Fort de Kock (op Midden-Sumatra), Magelang (op Java), Malang (op Java), Batavia (nu Djakarta) en Bandjarmasin (op Borneo). Van de Vierdaagse in de laatste plaats is ons slechts bekend dat deze alleen in het jaar 1938 is gelopen. Aan alle marsen namen zowel burgers als militairen deel, zij het dat de militairen verre in de meerderheid waren.

Medan

De 'voorvierdaagse' vond hier dus plaats in 1935, en wel op 7, 8, 9 en 10 juni. Men liep 35 km. Begin- en eindpunt was hotel De Boer in de stad. De routes waren elke dag verschillend. Van de 99 deelnemers haalden 88 de eindstreep. De start was om 2 uur 's middags, en tegen 10 uur 's avonds kwam de laatste wandelaar binnen. Behalve militairen deden er ook burgers mee: één vrouw en een aantal planters. Onder de laatsten bevond zich E. Blanksma uit Baarn. Van hem ontvingen we de routekaart. Hij weet te vertellen dat het een intens zware tocht was ten gevolge van de grote hitte en tropische regenbuien onderweg. De band van de Sultan van Langkat zorgde voor de muziek tijdens de intocht, waarna de voorzitter van de Sumatra Athletiek Bond, kapitein Jhr. Boreel, de beloningen uitreikte aan degenen die de mars volbrachten. In de Deli Courant wordt gesproken van een geslaagd experiment.

Bandoeng

M. de Jong uit Assen herinnert zich vooral hoe warm het was: 35 tot 40 graden. C.F. Roolant uit Amhem liep in de eerste plaats mee voor een goed cijfer, hij wilde promotie maken, net als de heer J.P. Rikkerink uit Venlo. Hij liep mee in 1937 en 1938. Het deelnemen aan de Vierdaagse verhoogde de kans om toegelaten te worden tot de kaderschool voor de brigadiersopleiding. In zijn geval telde dat inderdaad mee. Hij schrijft ons waaruit de bepakking moest bestaan: geweer en bajonet, draagriem stel waaraan twee patroontassen gevuld met losse patronen in houders, veldfles (die steeds gevuld moest zijn); op de rug een ransel, waarin zat een reserve-uniform, ondergoed, handdoek, toiletartikelen en een sprei; terzijde reserveschoenen, en onderaan de ransel was een etensblik bevestigd. Op het hoofd ging de bamboehoed, links opgeslagen. De verzorging onderweg was goed. Er ging een fietsende verpleger mee, bovendien begeleidde een keukenwagen met thee de stoet. Rikkerink herinnert zich nog goed de deelname van burgers, onder meer een groepje bankpersoneel. De mars begon en eindigde bij het voetbalveld Velocitas. De hele mars liep er een tamboer mee, evenals een hoornblazer. Vooral ten gevolge van de warmte en het heuvelachtige terrein was het een zware tocht, aldus een andere deelnemer, de heer Schrijvers uit Epse (Gld.). De heer J. Hoornveld uit Jutrijp was in 1939 van de partij in Bandoeng. Hij was daar net aangekomen, en greep de eerste kans aan om aan een sportevenement mee te doen. In Nederland was hij al een fanatiek wielrenner en lange-afstandloper. Zijn Vierdaagsekruis is hem door de Japanners ontnomen. Gelukkig heeft hij nog wel foto's van de Vierdaagse, dank zij het feit dat hij die naar zijn familie in Nederland had gestuurd. Na zijn terugkeer in Nederland nam hij onder meer deel aan de Elfstedentocht op de schaats in 1956.

Fort de Kock

De heer G. Wessel uit Paramaribo was in 1937 gelegerd in Fort de Kock. Hij weet zich veel te herinneren van de Vierdaagse daar. We citeren uit zijn brief „De bepakking was dus net als men op patrouille ging. Dus veldzak, geweer, klewang, veldfles, de schouderen buikriem en de patroontassen met patronen (scherp) en niet te vergeten de bamboe hoed. De groepen waren dus gewoon brigades, die op dag-, nacht- of meerdaagse patrouille gingen. Fort de Kock is een bergstad. Patrouille lopen hier was behoorlijk zwaar, omdat het altijd eigenlijk klimmen of dalen was. In de veldzak (rugransel) zat altijd voedsel voor 14 dagen. De vierde dag bij thuiskomst waren de troepen in carré opgesteld en werden de vlaggen gehesen en werd het Wilhelmus gespeeld door een groep hoornblazers en vervolgens werden de medailles (kruisjes) uitgereikt. Een vierdaagse in dit gewest was veel zwaarder dan de normale Vierdaagse. In 1938 was ik in Nijmegen en liep daar de Vierdaagse als burger. In 1939 was ik alweer terug in Fort de Kock."

Magelang

A. van den Ham uit Arnhem en mevrouw A. Wicherts-Oyen uit Soest liepen in 1939 in Magelang de Vierdaagse, als burgers. Zij herinneren zich vooral de nogal strenge organisatie. Mevrouw Wicherts werd bijna gediskwalificeerd omdat ze een eindje achter een militaire kolonne meeliep. Ze had afstand moeten houden, maar ja, ze had even met een kleine inzinking te maken, en wat doe je dan om daar overheen te komen? Juist, je laat je trekken door een prima marcherende groep, voorafgegaan door een trommelslager. Zij kwam er met een officiële waarschuwing van af, net als een jongen die met een stok liep. Mevrouw Wicherts schrijft: „De sfeer onderweg was prima, doch er was geen publiek, hooguit enkele kampongbewoners. Daar ons groepje (Albert van den Ham, Jimmy van Beusekom en ik zelf) zo snel liep, was er, met uitzondering van de controle, zelfs niemand die ons na de dagmars opwachtte en dat vonden wij uiteraard niet zo leuk. Het waren wij die, gebaad en al, de komst van de overige deelnemers zaten af te wachten. Op de laatste dag echter had men, tot ons groot genoegen, een militaire kapel op een open vrachtauto buiten de stad opgesteld en zo kwamen wij met muziek bij de eindstreep. Prachtig was dat. Een reporter van de plaatselijke krant was aanwezig en toen iedereen binnen was, kregen wij onze medaille en bloemen." Ook de heer M. Steen uit Arnhem was erbij. Hem is vooral bijgebleven dat hij zich elke dag met geweervet insmeerde tegen de zon. De deelname was ook hier voor de militairen belangrijk voor een mogelijke promotie. Gewaarschuwd werd tegen het drinken van klappermelk bij een temperatuur hoger dan 30 graden C. Daar krijg je namelijk knikkende knieën van. Wel goed is siroop en thee (met of zonder melk). De heer E. Gentenaar uit Nijmegen was in 1939 gelegerd in Semarang en liep met zijn detachement naar Magelang, als een soort training. Na de Vierdaagse reisden ze per bus terug naar de eigen kazerne. Hij heeft nog vele malen in Nijmegen meegelopen.

Malang

De heer H. de Wit uit Breda was in 1937, 1938 en 1939 van de partij in Malang. Hij beschouwde de marsen als een fijne ontspanning. De inheemse bevolking schudde het hoofd bij het zien van de zingende wandelaars. De laatste wandeldag was er groot feest, met veel (Europees) publiek en vrolijke muziek. Begin- en eindpunt waren het stadion in de stad. Blijkbaar mocht je niet zomaar deelnemen aan de Vierdaagse als je militair was. G. van de Kuilen (Breukelen) schrijft ons dat hij in Nijmegen al enige malen had deelgenomen. Hij was gelegerd in Soerabaja. Na vele trainingsmarsen behoorde hij tot de gelukkigen die aan het evenement moesten meedoen. Om half 4 's morgens vertrokken ze vanuit de tangsi (kazerne) in Malang, waar ze gelegerd waren. Ze liepen 120 passen per minuut, wat 6 km per uur is. Zijn detachement was al omstreeks 9 uur binnen. Er was niemand van het ontvangstcomité aanwezig. Na enkele ogenblikken kwamen er toch enkele lieden aanstormen die haastig achter een tafeltje gingen zitten. De commandant meldde zich bij de generaal, die zich afvroeg of er misschien stukken waren overgeslagen... De aankomst was dus niet zo leuk, geen muziek, geen bloemen. In een groot café in Malang vierden ze daarom maar de goede afloop. De verzorging onderweg was overigens uitstekend. Langs de gehele route waren eenvoudige hulpposten ingericht. De inheemse bevolking was daar ook met verfrissingen zoals klappers, stroopjes, ijslollies, kopi toebroek (zwarte koffie) en vruchten. De tocht voor B.S. Vrijdaal (Groningen) en zijn groep was extra lang. Zij moesten namelijk ook nog eens lopen van de kazerne naar de startplaats en terug, en dat met ongeveer 18 kg bepakking! Toch schrijft hij ons: "Het bleek dat patrouilletochten veel zwaarder waren". Hij weet als bijzonderheid te melden dat de afdeling van de marechaussee (commandant was sergeant Desmet) de afstand zonder één moment van rust aflegde. In 1937 waren er 594 deelnemers, inclusief elf weesjongens. Net als zoveel andere wandelaars is de heer Vrijdaal zijn medaille tijdens de oorlog in Nederlands-Indië kwijtgeraakt.

Batavia

De dagelijks te wandelen afstand was voor burgers en militairen gelijk: 45 km. Het verschil zat in de voor de militairen verplichte bepakking. De heer J. Pelt uit Nieuwersluis liep in 1936, 1937 en 1938 mee als burger. Hij maakte deel uit van een groepje van 15 personen, werkzaam bij boekhandel/drukkerij Kolff & Co in Batavia. Vooral voor de Europese soldaten was de tocht een zware opgave. De oefen marsen waren namelijk steeds na zonsondergang gehouden, en nu moesten ze lopen in de gloeiend hete zon.

Verantwoording

De tekst van dit artikel is overgenomen uit het boek De Wereld wandelt uit 1991.



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden