header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De blauwe steen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens locatie
Naam locatie : De blauwe steen
Plaatsnaam : Nijmegen
Straatnaam : Burchtstraat


Plek voor ernst en luim. In het wegdek van de Burchtstraat, op het kruispunt van Burchtstraat, Broerstraat en Grotestraat, ligt sinds onheugelijke tijden de Blauwe Steen. Op dit kruispunt grensden de oudste vier stadswijken aan elkaar: het Sint-Jansvierdel, het Sint-Antonisvierdel, het Broervierdel en het Onze-Lieve-Vrouwenvierdel. Deze indeling van het oudste gedeelte van de stad in kwartieren of vierdelen wordt in 1513 voor het eerst gemeld, maar is waarschijnlijk van oudere datum. Naar goed middeleeuws gebruik was de naamgeving ontleend aan de kerken, kloosters of kapellen in de vierdelen: respectievelijk de Commanderie van Sint-Jan, de Sint-Antoniskerk (een kapel bij het Sint-Antonisgasthuis), de Broerkerk en de O.L.V.-kapel aan de Pikkegas, die omstreeks 1420 werd gebouwd en na 1451 waarschijnlijk de kloosterkapel van het klooster op de Hessenberg werd. Naast deze vier oudste wijken onderscheidde men nog de Voorstad (het gedeelte buiten de eerste ommuring) en de Nieuwstad (aan de Waal ten oosten van het Valkhof). Deze administratieve indeling in wijken werd gebruikt voor fiscale en militaire doeleinden. Het kruispunt van de Blauwe Steen was dus zeer centraal in de stad gelegen en kreeg waarschijnlijk daarom een rol toebedeeld in het rechtsleven van de stad. Dat kan weer verklaren waarom deze plek van stadswege werd gemarkeerd met een groot stuk harde natuursteen, zogenaamde 'blauwe' steen of 'Namense' steen. De oudste bekende vermelding van de Blauwe Steen staat in de stadsrekening over het jaar 1522. Daarin staat opgetekend dat twee arbeiders een dag aan de Blauwe Steen hebben gewerkt om daaraan een ring te bevestigen. De plek heeft zeker al langer als gerechtsplaats gediend, zoals blijkt uit een bepaling uit de 'Oude Brief' (stedelijke verordening) uit 1447, waar sprake is van het afhandelen van rechtszaken "aen den Cruys" op de Markt. Recht werd hier in de zestiende eeuw niet meer gesproken, maar wel vonden er nog bepaalde rechtsprocedures en tenuitvoerleggingen van vonnissen plaats.

Een burger of ingezetene van de stad, die door de burgemeesters was gearresteerd op verdenking van een misdrijf, werd door dezen nog dezelfde dag officieel driemaal om de Blauwe Steen geleid. Hierbij konden burgers de verdachte 'verborgen', waardoor deze op borgtocht uit zijn hechtenis mocht worden ontslagen. De betreffende burger stelde zich ervoor borg dat de verdachte zich later weer bij het gerecht zou melden na hiertoe te zijn gedagvaard. De borg betaalde een borgsom en verbond zijn 'lijf en goed' tot zekerheid aan zijn borgstelling. Niet alle misdrijven gaven echter de mogelijkheid tot vrijlating op borgtocht. Voor zeer ernstige delicten zoals moord, doodslag, vergiftiging, brandstichting, hoogverraad en dergelijke kon geen vrijlating op borgtocht worden verkregen. Het leiden van arrestanten rond de Blauwe Steen was geen wettelijke verplichting. Op verzoek van de arrestant kon dit toch wel vernederende publieke ritueel achterwege blijven. De vrijlating op borgtocht in strafzaken is rond het midden van de achttiende eeuw in onbruik geraakt. Het ritueel van de rondleiding rond de Blauwe Steen bestond zeker nog in 1705, maar moet daarna uit het Nijmeegse rechtsleven zijn verdwenen. Dat moet ook gegolden hebben voor het gebruik om bepaalde vonnissen op de Blauwe Steen ten uitvoer te leggen. De ring die in 1522 aan de steen werd bevestigd, diende waarschijnlijk om wetsovertreders vast te ketenen, wanneer zij hier bij wijze van schandstraf 'te pronk' werden gesteld. Nog in 1662 werd de ring door een metselaar opnieuw vastgezet, wat erop duidt dat de Blauwe Steen nog steeds in gebruik was als plek om delinquenten tijdelijk aan de ketting te leggen. Het kon er ook wreder aan toegaan op de Blauwe Steen. Zo werden hier in de zestiende eeuw delinquenten gegeseld, werd in 1532 van een (waarschijnlijk wegens meineed) veroordeelde een vinger afgehouwen en werden in 1545 bij een buidelsnijder zijn beide oren afgesneden. Symbolische terechtstellingen vonden hier ook plaats. Zo werden op de Blauwe Steen in 1531 en 1560 ketterse (lees: protestantse) boeken verbrand. De preekstoel die door een calvinistische predikant in de Sint-Janskerk was gebruikt, werd hier in 1566 gegeseld en verbrand door verontwaardigde inwoners die hem uit de kerk naar de Markt gesleept hadden. Tot ver in de achttiende eeuw was het in de stad een gewoonte dat lijkstoeten de Grote Markt aandeden en dat de lijkkist om de Blauwe Steen werd gedragen. Schuldeisers van de overledene zouden het recht hebben de begrafenis te verhinderen, totdat de schuld was betaald, maar er zijn geen bewijzen dat dit recht in Nijmegen heeft bestaan of speciaal aan de Blauwe Steen was verbonden.

Het verschijnsel van de Nijmeegse Blauwe Steen als centrale plaats voor het uitvoeren van bepaalde rechtsprocedures is niet uniek. Ook de stad Leiden kende een Blauwe Steen en evenzo was er in Arnhem een steen met een ring die diende voor het te pronk stellen of geselen van delinquenten. De stad Hoorn kent een 'rode steen', die de plek aangeeft waar vroeger de doodvonnissen werden voltrokken.

De Blauwe Steen is steeds op zijn oorspronkelijke plaats blijven liggen, zij het dat verschillende exemplaren elkaar in de loop van de eeuwen hebben opgevolgd. Mogelijk is dat al gebeurd in 1522, maar zeker is dat de Blauwe Steen in 1647 door een nieuw exemplaar werd vervangen. Waarschijnlijk had hij teveel geleden onder het beulswerk of onder de vele paardenhoeven en karwielen die over hem heen waren gegaan. Want dat de steen ook toen al, net zoals nu, onderdeel van het straatplaveisel was, blijkt uit een raadsbesluit uit 1668, toen namelijk werd besloten om op de steen groeven aan te laten brengen, "om datter de peerden te zeer over vielen". Ook toen al was de stad blijkbaar beducht voor schadeclaims van weggebruikers. Over het latere leven van de Blauwe Steen is niet veel bekend in de historische literatuur. In het begin van de twintigste eeuw is hij op enigszins ongelukkig wijze tussen de tramrails terecht gekomen en lijkt hij omwille van een kaarsrecht verloop van de tramroute te zijn bijgesneden. Ook toen nog was hij een instrument der wet, zoals blijkt uit de foto waarop te zien is hoe een agent van politie zich op (de restanten van) de steen geposteerd heeft. De slechte toestand van de steen was in 1939 voor de Nijmeegsche Handelsvereeniging aanleiding om een nieuw exemplaar aan de gemeente aan te bieden.

In 1976 heeft carnavalsvereniging de Blauwe Schuit de steen geadopteerd, waarschijnlijk vanuit de misvatting dat de Blauwe Steen en de Blauwe Schuit meer met elkaar gemeen hebben dan het eerste deel van hun namen. Maar carnavalisten kun je het nu eenmaal niet aanrekenen dat ze maling hebben aan het onderscheid tussen feiten en verzinsels. Een prettige bijkomstigheid van deze misvatting was dat de vereniging in 1976 een nieuwe Blauwe Steen aanbood ter vervanging van het exemplaar uit 1939, waarvan in 1975 was vastgesteld dat hij versleten was. De steen werd aangeboden, aldus de voorzitter van de Blauwe Schuit, omdat zowel zijn vereniging als de Blauwe Steen er zijn voor het handhaven van tradities. Tevens sprak hij de wens uit dat de nieuwe steen geen steen des aanstoots zou zijn en dat hij een aanzet zou zijn voor het herstel van de oude stad. Op de dinsdag van carnaval werd de steen op zijn plaats gelegd in aanwezigheid van een grote schare Blauwe Schuiters, het college van B en W en een aantal raadsleden. Onder de steen werd een metalen koker gedeponeerd met daarin een oorkonde, foto's en boeken van de Blauwe Schuit. Burgemeester De Graaf kondigde aan dat de gemeente voortaan elk jaar op de laatste carnavalsdag om 11.11 uur op de Blauwe Steen een vat bier zou laten aanslaan door Prins Carnaval en de voorzitter van de Blauwe Schuit. Dit ter leniging van de dorst van passanten, die wel zelf een bierglas moeten meebrengen. Dat men op de Blauwe Steen niet slechts te schande kan worden gezet maar ook gehuldigd, blijkt uit de sinds 1984 bestaande gewoonte van de Vereniging van Binnenstad Ondernemers (VBO). Jaarlijks reikt zij in de laatste week van het jaar op de Blauwe Steen het zogenaamde 'blauwe steentje' uit aan een persoon die zich in dat jaar voor de stad Nijmegen buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt.



Afbeeldingen

Verantwoording

Jan Kuys, Voorpublicatie uit: Nijmegen, Geschiedenis van de oudste stad van Nederland


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden