header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De vakbeweging in Nijmegen 1891-1945

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Een bescheiden begin[bewerken]

De Nijmeegse typografen waren de eersten die zich verenigden. In 1849 sloten enkelen van hen zich aan bij bij de Arnhemse vereniging 'Boekdrukkunst de Grondzuil der Verlichting' en de timmerlieden richtten hun Timmermans-Bus op, een onderlinge verzekering, om elkaar te steunen bij ziekte, sterfgevallen en financiële nood. Deze 'bussen' waren de voorlopers van de ziekenfondsen. De tijd was nog niet rijp voor vakbonden die in verzet kwamen tegen lage lonen en andere ongunstige arbeidsvoorwaarden. In die begintijd werden veel bondjes opgericht, maar de meeste hielden het niet lang vol. Zij werden door de stedelijke overheid, de geestelijkheid en de werkgevers de kop ingedrukt. In 1867 organiseerden elf Nijmeegse typografen zich als eersten door zich aan te sluiten bij de Algemene Nederlandsche Typografenbond (ANTB). Bondsleden werden soms door hun werkgever voor de keus gesteld: uit de bond of ontslag. Dat gebeurde o.a. in 1867, toen drukker H.C.A. Thieme zijn personeel onder druk zette om uit de ANTB te stappen. Als eerste werd ANTB-lid Fleischer ontslagen, waarna een staking uitbrak, maar de bond was te zwak en te geisoleerd om het vol te houden. Thieme hield zijn bedrijf met hulp van onderkruipers op de been en de staking mislukte. Alle stakers werden ontslagen en de bond hief zich in 1871 op.

Socialisten in Nijmegen[bewerken]

Met de komst van de Sociaal Democratische Bond naar Nijmegen in 1888 deed het socialisme zijn intrede; dat maakte de weg vrij voor strijdbare bonden en de geslaagde heroprichting van de afdeling Nijmegen van de ANTB op 13 september 1881, die uiteindelijk uitgroeide tot Druk en Papier FNV Nijmegen in 1982. Het socialisme stuitte op grote tegenstand door overheid, werkgevers en geestelijkheid, waarbij de katholieke krant De Gelderlander zich jaren lang niet onbetuigd liet met aanvallen op alles wat socialistisch was. Pesterijen en boycots aan beide kanten waren aan de orde van de dag. De katholieke zuil richtte in 1894 haar eigen vakbond op: de RK Volksbond, vanaf 1916 veranderd in RK Werklieden Vereeniging (RKWV). De katholieke NKGB (Nederlandse Katholieke Grafische Bond) was de tegenhanger van de ANTB. Tussen 1914 en 1939 groeide het aantal leden van de NKGB van 127 tot 209 leden; het ledenaantal van de ANTB steeg tussen 1914 en 1919 van 178 tot 188, tussen 1919 en 1939 daalde het tot 138.

Botsingen tussen de socialisten[bewerken]

De eerste socialistische vakbond was het Plaatselijk Arbeiderssecretariaat (PAS), voortgekomen uit een eigen Bestuurdersbond bestaande uit de typografenbond ANTB en de organisaties van sigarenmakers en timmerlieden. Het PAS ging in de jaren dertig de communistische kant op. In 1906 volgde de oprichting van de Nijmeegse Bestuurdersbond (NBB), een lokale afdeling van het NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen). De ANTB sloot zich in 1914 aan bij de NBB. Het bestaan van twee socialistische vakbonden in Nijmegen leidde meteen tot onenigheid om principiële en ideologische redenen. Het PAS steunde ongeorganiseerde arbeiders en wilde stakingen, de NBB deed dat niet. Toen in hetzelfde jaar in de ijzergieterij van de Nijmeegse Tramwegmaatchappij de meest ongeorganiseerde arbeiders in staking gingen wegens het ontslag van een aantal collega's, steunde het PAS hen. De NBB weigerde hun staking te steunen. Deze actie duurde veertien weken en uiteindelijk dolven de stakers het onderspit: de ontslagenen werden niet teruggenomen en de meesten van hen verlieten de stad.

Vakverenigingen in 1920[bewerken]

In 1920 telde Nijmegen de volgende vakorganisaties: twee socialistische bonden, de NBB met 2153 leden in 17 vakverenigingen en het PAS, een afdeling van het NAS (Nationaal Arbeiderssecretariaat), met 325 leden in 5 vakverenigingen; in totaal ongeveer 5584 leden. Daarnaast de RKWV met 2700 leden in 17 vakverenigingen, de Christelijke Bestuurdersbond van het CNV met 406 leden in 9 vakverenigingen en enkele kleinere arbeidersverenigingen van protestantse en katholieke snit. Er waren ook verenigingen die voor ontwikkeling en ontspanning zorgden.

Crisis[bewerken]

Tussen 1923 en 1929 was door economische groei de armoede teruggedrongen en was er werk. Een kleinere crisis liet tussen eind december 1920 en 1923 het aantal werklozen van 978 tot 1704 stijgen, daarna bleef het iets boven 1100 liggen. Daarna volgde de grote crisis vanaf 1929 en vele faillissementen, ontslagen en snel groeiende werkloosheid. Daarbij kwamen nog de onvermijdelijke overheidsbezuinigingen. Met deze crisis steeg het aantal werklozen van 1109 eind december 1929 tot 5995 eind december 1936. Ondertussen kregen werklozen onder de Rijkswerkverschaffing werk, waarbij zij in kampen verbleven. Nijmeegse werklozen gingen tussen 1932 en 1934 naar kamp Enter in Drente, daarna naar kamp Gelselaar in Utrecht. De lonen waren laag, 30 cent per uur, de werktijden waren met 50 uur per week lang en de overige arbeidsvoorwaarden waren ook slecht. Werkkleding en het meeste gereedschap waren voor eigen rekening. In 1932 braken stakingen uit in Enter, die door de Nijmeegse vakcentrales werden gesteund. Na deze mislukkingen werden de Nijmeese werklozen vanaf 1934 te werk gesteld bij plaatselijke projecten, onder andere bij de bouw van het Goffertstadion en -park en de aanleg van de Nieuwe Haven. Tussen 1935 en 1937 voerden de bonden actie voor het door het NVV en de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) gelanceerde Plan van de Arbeid, bedoeld om de crisis te bestrijden en werklozen tegen normaal loon aan werk te helpen in projecten van de overheid. Het Plan moest een alternatief zijn voor de bezuinigingen van het kabinet Colijn en zou 200 miljoen gulden per jaar kosten. In Nijmegen voerde een door de NBB en de SDAP opgerichte Plancommissie op allerlei manieren actie. Op 6 september 1937 demonstreerden op de Kopse Hof duizenden bezoekers voor het Plan, dat het volgende jaar echter strandde door tegenwerking door de liberalen en de confessionelen.

Tegen het nationaalsocialisme[bewerken]

In de jaren dertig voerden de vakbonden strijd tegen het fascisme/nationaalsocialisme en het communisme. Alle aanhangers van deze stromingen werden uit de bonden gestoten. Na de Duitse inval in 1940 wilde de bezetter het 'marxistische' NVV, tevens de grootste Nederlandse vakbond, als eerste gelijkschakelen. Dat gebeurde op 16 juli 1940, toen bij decreet van rijkscommissaris Seyss Inquart de NSB'er H. Woudenberg als commissaris van het NVV werd benoemd, dat daardoor tot een fascistische organisatie verviel. Op 1 mei 1942 werden alle vakbonden vervangen door het nationaalsocialistische Nederlands Arbeidsfront (NAF); Het NVV hief zich als laatste bond officieel op, het CNV en de RKWV hadden deze stap al op 25 juli 1941 gezet, toen Woudenberg ook over deze bonden de leiding zou krijgen. Kardinaal De Jong verbood katholieken zelfs het lidmaatschap van de RKWV onder Woudenberg. De bonden bleven illegaal voortbestaan en kwamen tijdens de bevrijding in 1944 en 1945 weer boven water.

Bronnen[bewerken]

  • M. Alofs, 100 jaar grafische vakbeweging in Nijmegen, Stichting Vakbondshistorisch Archief, Nijmegen 1991. 83 p. Plnr. Bibliotheek Regionaal Archief Nijmegen (RAN) A 51.
  • M. Alofs en B. Reinalda, Zorglijke tijden: de Nijmeegse vakbeweging tussen 1919 en 1942, FNV Nijmegen/Vakbondshistorisch Archief, Nijmegen 1986, 88 p. Plnr: RAN Br 6255.
  • K. de Blaay en L. Derks, Ten strijd!: typografen: van standsbewustzijn naar klassebewustzijn: bekeken aan de hand van landelijke en plaatselijke ontwikkelingen: scriptie. Nijmegen, 1982. 217 p. Plnr: RAN A 796.
  • J. Brauwer, De zaak Spansier 1933-1935. Een Nijmeegs vakbondsman voor de nazi-rechters, in : Jaarboek Numaga jrg. LIV, 2007, o. 129-149.
  • F. de Jong, Een beeld van een vakbeweging: geschiedenis van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen, zoals die spreekt uit prenten en documenten, gebouwen en gedichten, Wageningen 1976. Plnr: RAN A 2808.
  • P. Kruizinga, Om een zekerder bestaan: arbeidersorganisatie in Nijmegen: 1850-1920: doctoraalscriptie, Nijmegen 1986. 124 p. Plnr: RAN A 843.
  • C. Lammers, Het NVV. Zijn ontstaan, groei en betekenis, Amsterdam 1948. Plnr. Bibliotheek Radboud Universiteit Nijmegen, Br 18034.
  • B. Reinalda e.a., De vroege jaren van de Nijmeegse vakbeweging, Nijmegen 1983. Plnr. RAN Br. 6357.


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden