header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Districtsarbeidsbeurs

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

De districtsarbeidsbeurs bestaat sinds 1909 en gaat vanaf 1921 verder onder de naam Gemeentelijke Dienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling. Deze dienst beschermt de georganiseerde werklozen tegen de gevolgen van werkloosheid, door o.a. werkverschaffing.

Geschiedenis[bewerken]

Sinds 1909 kent Nijmegen een gemeentelijke arbeidsbeurs. Deze bestaat vanaf 1916 voort als districtsarbeidsbeurs. Zoals de naam al aangeeft zorgt deze dienst voor de verzekerde, dat wil zeggen de georganiseerde arbeiders die via hun vakorganisaties gedekt zijn, tegen de gevolgen van werkloosheid. In 1919 stelt de raad een nieuwe verordening vast voor de arbeidsbeurs.[1] Het gemeentebestuur hoopt met die nieuwe verordening een nauwere band te krijgen tussen het gemeentebestuur en het bestuur van de arbeidsbeurs.[2] Het personeel van de beurs bestaat in 1919 enkel uit een directeur die alle werkzaamheden, ook de administratieve, zelf uitvoert.[3] In 1920 komt in de raad een voorstel aan de orde om de arbeidsbeurs op te heffen.[4]

Dit voorstel wordt verworpen, maar wel neemt de raad een voorstel van Burgemeester en Wethouders aan om de directeur van het arbeidsbureau tevens te belasten met de leiding van de administratieve werkzaamheden verbonden aan de uitvoering van het Werkloosheidsbesluit 1917. Met die werkzaamheden was tot op dat moment belast de afdeling Controle Financiën der gemeentesecretarie. Vanaf 1921 staat vervolgens het verslag van de gemeentelijke arbeidsbeurs in de gemeenteverslagen afgedrukt onder de titel Gemeentelijke Dienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling. Sinds 1921 kan de directeur weer beschikken over een administratieve kracht.

Taken[bewerken]

Door toenemende werkzaamheden voor de werkverschaffing en door de opening van een in 1931 opgerichte afdeling 'onvolwaardige' arbeidskrachten[5] neemt het personeel in 1931 met twee klerken toe. Bij de organisatie werken dan een directeur en drie klerken die met de volgende taken belast zijn:

  • verzorging van plaatselijke en districtsarbeidsbemiddeling
  • voorziening in los personeel ten behoeve van de gemeentebedrijven
  • werkzaamheden inzake werkloosheidsverzekering en werkverschaffing
  • verzamelen van statistische gegevens betreffende de arbeidsbemiddeling
  • voorziening in vast gemeentepersoneel
  • controle op de naleving van de bestekbepalingen157 van werken waarbij de gemeente betrokken is
  • verschillende werkzaamheden in verband met de steunverlening
  • plaatsing en nazorg van onvolwaardige arbeidskrachten.

Uit deze opsomming blijkt dat er raakvlakken, c.q. overlappingen zijn tussen de werkzaamheden van deze organisatie enerzijds en het Burgerlijk Armbestuur en de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon anderzijds.

Evenals voor de lokale overheid in het algemeen geldt ook voor de gemeentelijke dienst der werkloosheidsverzekering en arbeidsbemiddeling dat veel van haar taken voortvloeien uit nieuwe wetgeving door het Rijk. De Arbeidsbemiddelingswet van 1930[6], die in 1932 in werking treedt, zorgt voor een nieuwe basis voor de arbeidsbureaus.

Bezetting[bewerken]

Eind 1940 telt de dienst 41 ambtenaren.[7] In dit eerste oorlogsjaar is er sprake van een "groote toename der plaatsingen in Duitschland". Ook voor de oorlog was het een normale praktijk werklozen uit te zenden naar Hitler-Duitsland, maar nu in de gewijzigde omstandigheden krijgt deze arbeidsbemiddeling een -extra- nare bijklank. In 1941 vindt een reorganisatie van de arbeidsbemiddeling plaats en komen er gewestelijke arbeidsbureaus die op 1 mei 1940 met hun werkzaamheden starten. Sinds de bezetting is de bemiddeling van werkzoekenden een zaak van de Duitsers.[8] Zij verordonneren een arbeidsinzet met verplichtend karakter eerst voor Nederland (vanaf 28 februari 1941) en vervolgens voor Duitsland (vanaf 22 mei 1942). In 1942 worden de vakbonden en de werklozenkassen opgeheven door de Duitsers en daarmee valt het onderscheid weg tussen georganiseerde en ongeorganiseerde werklozen.

Voetnoten[bewerken]

  1. Gemeenteverslag, 1919, p. 69. Gemeenteblad, 1919 B, no. 16.
  2. Gemeenteverslag 1919, bijlage V, p. 1.
  3. Gemeenteverslag, 1919, bijlage V, p. 4.
  4. Het betreft een raadsvoorstel in de vergadering van 14 december 1920, zie Gemeenteverslag, 1920, p. 39.
  5. Gemeenteverslag 1931, bijlage X, p. 12.
  6. Gemeenteverslag 1932, bijlage X, p. 2.
  7. Zie 38e jaarverslag van den gemeentelijken dienst der werkloosheidsverzekering en arbeidsbemiddeling, tevens districts-arbeidsbeurs te Nijmegen over 1940, p. 2, in S.A.N., 19.9276
  8. Zie ook Eliëns, F.M., Nijmegen tussen bezetting en bevrijding, Zaltbommel 1995, pp. 28, 29, waar melding wordt gemaakt van het feit dat in juli 1940 een Duitse ambtenaar aan de districtsarbeidsbeurs wordt toegevoegd.

Bronnen[bewerken]

  • Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.

Verantwoording[bewerken]

Bewerking van de resultaten van onderzoek, gedaan in de jaren 1994-1996, naar lokaal bestuur en gemeentelijke overheid in Nijmegen door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden