Duuren, Johannes van

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemene gegevens persoon
Volledige naam : Johannes van Duuren
Geboortejaar: Geboortedatum::1804
Overlijdensjaar: Overlijdensdatum::1873
Beroep : opzichter Dolhuis

In 1837 werd Johannes van Duuren (1804-1873) benoemd tot opzichter in het ‘dolhuis’. De verpleging van de krankzinnigen was er hard en onmenselijk. De zieken werden in een klein kamertje opgesloten dat ze één keer per week mochten verlaten om zichzelf en hun kamertje (‘de stal’) te laten schoonmaken. De zieken aten uit koperen bakken die met een ketting aan de deur van hun kamer vastzaten. Zo kon er de orde worden bewaard en werd voorkomen dat de ene dolle de andere zou aanvallen. Van Duuren, bekend om zijn zachte karakter, werd in zijn werk geleid door menslievendheid en het gevoel van de waarde van ieder mens. Hij had zich verdiept in de nieuwe mogelijkheden in de krankzinnigenverpleging, en kort na zijn indiensttreding voerde hij zijn opvattingen door. Binnen vier weken opende hij alle kamers van de ‘dollen’.

In het begin konden maar weinigen van deze vrijheid genieten. Enkelen vielen flauw toen ze in de buitenlucht kwamen, anderen waren zó lusteloos geworden dat ze bijna niet meer konden lopen. Eén vrouw was ten gevolge van de lange opsluiting zo ineengebogen dat zij naar de open binnenplaats gedragen moest worden.

De nieuwe werkwijze was niet door Van Duuren zelf bedacht. Ook elders in Nederland en Europa was men al tot veranderde inzichten gekomen. Aan het eind van de 18e eeuw begonnen artsen krankzinnigheid te beschouwen als een ziekte. Dat impliceerde dat behandeling mogelijk en wenselijk was en bovendien dat krankzinnigen gewone mensen waren. Krankzinnigheid wat iets dat hun was overkomen.

Deze moderniseringsgolf leidde ook in Nederland tot veranderingen die onder meer hun beslag kregen in de Eerste Krankzinnigenwet (1841). De zorg voor krankzinnigen kwam onder staatstoezicht. Geesteszieken in gevangenissen opnemen mocht niet meer, zij hoorden thuis in krankzinnigengestichten (die daardoor overbevolkt raakten, met alle gevolgen voor de kwaliteit). Daarom werd de Inspectie voor de Krankzinnigengestichten opgericht, bestaande uit de rijksambtenaar Feith en de Utrechtse hoogleraar Schroeder van der Kolk, ook arts in het Utrechtse dolhuis. Zij bezochten in 1842 het Nijmeegse dolhuis en spraken in hun inspectierapport hun diepe bewondering uit voor Van Duuren. Zij loofden zijn liefdevolle en doeltreffende verpleging. Met nadruk wezen de heren op de goede gezondheidstoestand van de verpleegden; zij vonden dit bijzonder, vooral omdat het gebouw zelf in een zeer slechte staat verkeerde. De verdiensten van Van Duuren werden door de inspecteurs aan de minister gemeld, en in oktober 1842 benoemde de koning hem tot ‘Broeder in de Orde van de Nederlandse Leeuw’. Sinds 2007 bestaat de Johannes van Duurenprijs, die uitgereikt wordt aan een verpleegkundige die of team dat innovatief bezig is geweest in de psychiatrische zorg of gewerkt heeft aan het terugdringen van de dwang.

Verantwoording

Tekst uit de tentoonstelling voor het 51e canonvenster Nijmegenaren met een beperking (2012)