Gasfabriek en straatverlichting

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

In 1848 werd een raadscommissie belast met de oprichting van een gasfabriek en de exploitatie van openbare straatverlichting door middel van ‘loopend gaz’. De stedelijke verlichting bestond tot midden negentiende eeuw uitsluitend uit olielantaarns. Als plaats voor de nieuwe fabriek werd gekozen voor het terrein ‘de Kat’, ter hoogte van de pelmolen, aan de huidige Parkweg. De aanbesteding van de ‘Verlichting van Stadsstraten en Pleinen door middel van uit steenkoolen bereid Pijp-Gaz’ vond in 1850 plaats en werd uiteindelijk gegund aan de firma Schretlen.

Op het niet branden van de lantaarns stond een boete. Stedelijke bedienden en agenten van politie waren belast met de controle daarop. Er waren veelvuldig klachten van inwoners over het niet of niet goed branden van de lantaarns. Een aantal Nijmegenaren wendde zich zelfs tot het stadsbestuur. De ontevreden burgers drongen aan op het oprichten van een eigen gasfabriek, na het aflopen van het contract met de firma Schretlen.

Net als de waterleiding en het veer werd de gasvoorziening door veel burgers gezien als een zaak van algemeen belang. In 1868 ging de raad daarin mee, waarna een briefwisseling met Schretlen ontstond waarin deze zich verzette tegen de antistemming die ‘in de goede gemeente is gegroeid als gevolg van opruiers en dagbladartikelen’. Zijn aanbod aan de gemeente om zijn fabriek over te nemen werd met algemene stemmen afgewezen. In 1869 besloot de gemeenteraad tot de bouw van een gemeentelijke gasfabriek. In 1872 ging de fabriek bij het Bottendaal, ten zuiden van de Hezelpoort, van start.

Bronnen

Regionaal Archief Nijmegen, Wetenschappelijke correspondentie, inv.nr. 539-020 (1971).


Commentaar

<comments hideForm="false"/> of, lees de overige commentaren ...