header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeente Alphen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Gemeente Alphen
Andere naam (namen):

Bestaansperiode: 1810 - 1817
Rechtsvorm:
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Geschiedenis

Medio februari 1810 namen Franse troepen bezit van de vesting Nijmegen en het overige gedeelte van Gelderland bezuiden de Waal. Op 16 maart stond de koning van Holland bij het Traktaat van Parijs dit gebied af aan het Franse keizerrijk. Bij senaatsbesluit van 24 april 1810 en het daaropvolgend keizerlijk decreet van 26 april ging het ingelijfde gedeelte van Gelderland deel uitmaken van het nieuw opgerichte departement 'des Bouches du Rhin' (van de Monden van de Rijn), met 's-Hertogenbosch als hoofdstad. Aan het hoofd van het departementaal bestuur stond een prefect. Het departement van de Monden van de Rijn was onderverdeeld in drie arrondissementen (Eindhoven, 's-Hertogenbosch en Nijmegen), aan het hoofd waarvan onderprefecten werden aangesteld. Deze fungeerden als tussenpersoon tussen het departementaal bestuur en de lokale besturen. [1]

Bij keizerlijk decreet van 14 mei 1810 werden de drie arrondissementen van het departement van de Monden van de Rijn onderverdeeld in kantons, die elk een aantal 'mairieën' of 'communes' (gemeenten) omvatten. De nieuw gevormde gemeente Alphen werd ingedeeld bij het kanton Druten. Dit kanton behoorde tot het arrondissement Nijmegen. [2]

Bij keizerlijk decreet van 8 november 1810 werd in het nieuw ingelijfd gebied per 1 januari 1811 een deel van de Franse wetgeving uitvoerbaar verklaard, waaronder enkele wetten die de gemeentelijke bestuursinrichting regelden. De Franse wet plaatste een maire aan het hoofd der gemeente, Jan Cornelis Steenbruggen. In gemeenten met minder dan 2500 inwoners, zoals Alphen met 680 inwoners, werd deze bijgestaan door één 'adjoint' (adjunct) en bestond de 'conseil municipal' (gemeenteraad) uit tien leden. [3] Alle functionarissen werden benoemd door de prefect. De invoering van de Franse bestuursorganisatie had tot gevolg dat de scheiding tussen rechterlijke macht en administratief bestuur, die men sinds 1795 tot stand had willen brengen, daadwerkelijk in werking trad.
Ten dele was het genoemde decreet dat de invoering van de gemeentelijke bestuursinrichting per 1 januari 1811 regelde, slechts een formele bevestiging van een reeds bestaande situatie. In het departement van de Monden van de Rijn vonden namelijk reeds in juli 1810 de benoemingen en de eedafleggingen der maires en adjuncten plaats.

Eind 1813, begin 1814 verlieten de Fransen deze streken en werd de Nederlandse soevereiniteit hersteld.Bij soeverein besluit van 4 februari 1814 werd het arrondissement Nijmegen in bestuurlijk opzicht bij het departement van de Boven-IJssel gevoegd, dat sedert 1810 werd gevormd door het Gelderse grondgebied ten noorden van de Waal. Bij Grondwet van 29 maart 1814 werd de provincie Gelderland in ere hersteld. De titel 'prefect' werd vervangen door 'gouverneur'. In de arrondissementen, die nu weer kwartieren heetten, kwamen kwartierscommissarissen. Het hoofd van het plaatselijk bestuur, Jan Cornelis Steenbruggen, werd niet meer als 'maire' maar als 'burgemeester' aangeduid. In hoofdzaak bleef de door de Fransen ingevoerde gemeentelijke bestuursorganisatie echter gehandhaafd.

De samenvoeging per januari 1818 van de drie gemeenten Appeltern en Altforst, Maasbommel en Alphen tot de nieuwe gemeente Appeltern betekende het einde van de in 1810 in het leven geroepen gemeente Alphen.

[1] - Archief gemeente Winssen, inv. nr. 111: Bulletin der Wetten, 1e deel, No. 1, I (24 april 1810) en II (26 april 1810); Ramaer, Fransche tijd, 78; Gorissen, Städteatlas, 14; Hendriks, Steenkamer en Mustert, Nijmegen, 58-62; Adam e.a., Inventaris , IV, 1805-1807.

[2] - Archief gemeente Winssen, inv. nr. 111: Bulletin der Wetten, 1e deel, No. 1, III en IV (14 mei 1810); Gorissen, Städteatlas, 14-16.

[3] - Archief gemeente Alphen 1810-1817, Begroting voor 1811, inv. nr. (2899).

Taken en activiteiten

De taken van de nieuwe gemeentebesturen lagen uitsluitend op administratief terrein. De maire voerde de wetten en bevelen van hogerhand uit en hield toezicht op de gemeenteambtenaren, waaronder de 'receveur' of 'percepteur' (ontvanger), die verantwoordelijk was voor de financiële administratie. De maire zat de gemeenteraad voor, maar was er geen lid van. De raad had slechts geringe bevoegdheid. Hij vergaderde ieder jaar veertien dagen en had de financiële controle over rekening en begroting. [1]
Net als elders nam het nieuwe gemeentebestuur van Alphen de taken van de eeuwenoude geërfdenorganisaties grotendeels over.

[1]- Archief gemeente Winssen, inv. nr. 111: Bulletin der Wetten, 1e deel, No. 4, LXI (8 november 1810); Martens van Sevenhoven, Schets, 227; Kocken, Stads- en plattelandsbestuur, 196-200.

Locatie

-:Alphen

Bronnen

  • Adam, H.B.N.B., e.a. Inventaris van de archieven der gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd in Gelderland, 1795-1813. Arnhem, 1982-1983; 7 delen (Gelderse inventarissenreeks, nr. 21).
  • Gorissen, F. Niederrheinischer Städteatlas/Geldrische Städte, 1. Heft: Nimwegen. Kleef, 1956 (Publikationen der Gesellschaft für Rheinische Geschichtskunde, nr. 51).
  • Hendriks, H.J.J., M.J. Steenkamer en A.G. Mustert. Nijmegen onder raadpensionaris, koning, keizer en souvereine vorst. Zutphen, 1971 (Geldersche Historische Reeks, nr. 2).
  • Kocken, M.J.A.V. Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851. Den Haag, 1973.
  • Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der gemeentewet van 1851'. Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften. Arnhem, 1977 (Werken der vereniging Gelre, nr. 35), blz. 203-257.
  • Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland: de Fransche tijd (1795-1815). Den Haag, 1926.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door AoB. (2006)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
WEBLOG
Nieuws en achtergronden uit de praktijk
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden