header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeente Dreumel

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Gemeente Dreumel
Andere naam (namen):
  • Commune de Dreumel (1810-1813)
  • Mairie de Dreumel (1810-1813)
  • Schoutambt Dreumel (1818-1825)

Bestaansperiode: 1810 - 1983
Rechtsvorm: Gemeente
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

Voor de organisatie van het gemeentebestuur werden na het vertrek van de Fransen in 1814 reglementen opgesteld, waarbij een scherp onderscheid werd gemaakt tussen stad en platteland. Voor de plattelandsgemeenten (tussen 1818 en 1825 schoutambten genoemd) rondom Nijmegen trad per 1 januari 1818 een Gelders reglement in werking, in 1825 door een nieuw reglement vervangen. Deze reglementen voorzagen in een gemeenteraad en een college. Het college werd gevormd door de burgemeester (tussen 1818 en 1825 schout genoemd) en één of meer assessoren. De burgemeester werd door de koning benoemd, de gemeenteraad door de gedeputeerde staten en de assessoren vóór 1825 door de gedeputeerde staten en daarna door de gouverneur. De Gelderse plattelandsgemeenten onderhielden geen rechtstreeks contact met het provinciaal bestuur, maar deden dit via een bestuurlijke tussenlaag: zeventien hoofschoutambten, die na 1825 geleidelijk werden vervangen door vijf districten.

De Grondwet van 1848 en de daarop gebaseerde Gemeentewet van 1851 maakten een einde aan de wettelijke verschillen tussen stad en platteland. Iedere gemeente kreeg drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Hiervan was de gemeenteraad het belangrijkste orgaan, waaraan alle bevoegdheden met betrekking tot de regeling en het bestuur van de huishouding van de gemeente toekwam die niet wettelijk aan één van de beide andere bestuursorganen waren opgedragen. De raadsleden werden voortaan direct gekozen door stembevoegde inwoners, de gemeenteraad koos uit zijn midden de wethouders en de burgemeester werd benoemd door de koning. Alle heerlijke rechten met betrekking tot voordracht van functionarissen vervielen en de districten werden, per 1 januari 1850, afgeschaft. Verder schreef de Gemeentewet iedere gemeente een gemeentesecretaris voor, de hoogste gemeentelijke ambtenaar, die als taak had de drie bestuursorganen te ondersteunen.

Voor de bestuurlijke verhoudingen was de voornaamste ontwikkeling dat het kiesrecht gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw voor een steeds grotere groep inwoners werd opengesteld, totdat in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen werd ingevoerd en in 1919 ook voor vrouwen. In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd de Gemeentewet bij verordening van de rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied tijdelijk opgeschort; per 1 september van dat jaar werden alle gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders ontbonden. Hun taken werden verenigd in de persoon van de burgemeester; de wethouders fungeerden daarbij als zijn medewerkers. De oude bestuurlijke verhoudingen werden pas in het najaar van 1945 hersteld. Na de Tweede Wereldoorlog zette zich een tendens door waarin steeds meer taken van het plaatselijk bestuur op een intergemeentelijk niveau werden geregeld via gemeenschappelijke regelingen tussen (buur)gemeenten. Om het gemeentelijk bestuur efficiënter te maken drongen het Rijk en de provincie aan op het samengaan van gemeenten. In 1984 vond er een gemeentelijk herindeling plaats in het gebied ten westen van Nijmegen.

Geschiedenis

De gemeente werd in 1810 opgericht. Het aantal inwoners groeide van 1.155 in 1818 tot 3.179 in 1983. Tussen 1810 en 1814 behoorde de gemeente tot het arrondissement Nijmegen en tussen 1818 en 1850 achtereenvolgens tot het hoofdschoutambt Maas en Waal en het district Nijmegen. Op 1 januari 1984 fuseerde zij met de gemeenten Afferden en Wamel tot de gemeente West Maas en Waal.

Taken en activiteiten

De gemeente vervulde taken op het gebied van armenzorg, beheer van gemene middelen, belastinginning, bevolkingsregistratie, brandweer, burgerlijke stand, gezondheidszorg, jeugdzorg, milieubescherming, onderwijs, openbare orde, ruimtelijke ordening, sociale werkvoorziening, vuilophaal, welzijn. Zij voerde deze taken uit binnen het kader dat zij zelf stelde en dat van landelijk wet- en regelgeving. Een deel van deze taken voerde zij in samenwerking met buurgemeenten uit.

Locatie

1810-1864:Dreumel

1865-1983:Dreumel Rooijsestraat 5.429122&spn=0.0125,0.0125&t=m&q=Locatie%A0Gemeente_Dreumel@51.847269, 5.429122 locatie in googlemaps

Bronnen

  • Blécourt, A.S. de, De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795 - 1851. Haarlem, 1903.
  • Buurman, D.J.G., 'Schets van de opeenvolgende bestuursindelingen in Gelderland vóór de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en Mededelingen der Vereniging Gelre 57 (1958).
  • Driessen, A., en Sengers, A.J.M., 'West Maas en Waal', in Gemeentehuizen in Gelderland. Van Aalten tot Zutphen, Groningen 1995, 260-263.
  • Gorissen, F. Niederrheinischer Städteatlas/Geldrische Städte, 1. Heft: Nimwegen. Kleef, 1956 (Publikationen der Gesellschaft für Rheinische Geschichtskunde, nr. 51).
  • Hendriks, H.J.J., M.J. Steenkamer en A.G. Mustert, Nijmegen onder raadpensionaris, koning, keizer en souvereine vorst. Zutphen, 1971 (Geldersche Historische Reeks, nr. 2).
  • Keijmel, P.D., Statistieke beschrijvingen van de steden en het platteland van Gelderland uit 1808, deel I, Het Kwartier van Nijmegen. Arnhem, 1971. (Overdruk uit de Bijdragen en Mededelingen der Vereniging Gelre LIV-LXV).
  • Kocken, M.J.A.V., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851. Den Haag, 1973.
  • Manders, H., Maas en Waal. Van armoede tot welvaart, Arnhem 1988.
  • Manders, J.H., Het land tussen Maas en Waal, Zutphen 1976.
  • Martens van Sevenhoven, A.H., 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der gemeentewet van 1851'. Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften. Arnhem, 1977 (Werken der Vereniging Gelre, nr. 35).
  • Provinciaal Blad van Gelderland, 1837 [RAN, Bibliotheek]
  • Ramaer, J.C., Geschiedkundige atlas van Nederland: de Fransche tijd (1795-1815). Den Haag, 1926.
  • Ramaer, J.C., Geschiedkundige atlas van Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden (1815 - 1931). Den Haag, 1931.
  • Roos, T. en J. de, Gemeentehuizen in Gelderland: van Aalten tot Zutphen. Arnhem / Groningen, 1995 (Werken der Vereniging Gelre, nr. 46).
  • Sengers, A.J.M., West Maas en Waal. Een geschiedenis in woord en beeld. [Beneden-Leeuwen, 1989].
  • Sierksma, Kl., De gemeentewapens van Nederland, Utrecht 1960.
  • Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied. Z.p., 1941
  • Verslagen van de provinciale inspecteur der archieven uitgebracht aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. Z.p., 1925 - 1983.
  • Verzameling van Reglementen voor de provincie Gelderland. Arnhem, 1826. [RAN, Bibliotheekcatalogus nr. A 1306]
  • Volmuller, H.W.J., Nijhoffs geschiedenislexicon: Nederland en België. Den Haag / Antwerpen, 1981.
  • Welie, J. van en Koolwijk, J. van, Heemkundeprojekt over Dreumel 1925-1985. Deel 2: Tweede Wereldoorlog van mobilisatie tot capitulatie, wederopbouw, vergelijking heden-verleden, Druten 1992.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door Andreas Caspers. (2017)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden