header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeente Druten (1818-1983)

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Gemeente Druten (1818-1983)
Andere naam (namen):
  • Schoutambt Druten (1818-1825)

Bestaansperiode: 1818 - 1983
Rechtsvorm: Gemeente
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

Voor de organisatie van het gemeentebestuur werden na het vertrek van de Fransen in 1814 reglementen opgesteld, waarbij een scherp onderscheid werd gemaakt tussen stad en platteland. Voor de plattelandsgemeenten (tussen 1818 en 1825 schoutambten genoemd) rondom Nijmegen trad per 1 januari 1818 een Gelders reglement in werking, in 1825 door een nieuw reglement vervangen. Deze reglementen voorzagen in een gemeenteraad en een college. Het college werd gevormd door de burgemeester (tussen 1818 en 1825 schout genoemd) en één of meer assessoren. De burgemeester werd door de koning benoemd, de gemeenteraad door de gedeputeerde staten en de assessoren vóór 1825 door de gedeputeerde staten en daarna door de gouverneur. De Gelderse plattelandsgemeenten onderhielden geen rechtstreeks contact met het provinciaal bestuur, maar deden dit via een bestuurlijke tussenlaag: zeventien hoofdschoutambten, die na 1825 geleidelijk werden vervangen door vijf districten. De Grondwet van 1848 en de daarop gebaseerde Gemeentewet van 1851 maakten een einde aan de wettelijke verschillen tussen stad en platteland. Iedere gemeente kreeg drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Hiervan was de gemeenteraad het belangrijkste orgaan, waaraan alle bevoegdheden met betrekking tot de regeling en het bestuur van de huishouding van de gemeente toekwam die niet wettelijk aan één van de beide andere bestuursorganen waren opgedragen. De raadsleden werden voortaan direct gekozen door stembevoegde inwoners, de gemeenteraad koos uit zijn midden de wethouders en de burgemeester werd benoemd door de koning. Alle heerlijke rechten met betrekking tot voordracht van functionarissen vervielen en de districten werden, per 1 januari 1850, afgeschaft. Verder schreef de Gemeentewet iedere gemeente een gemeentesecretaris voor, de hoogste gemeentelijke ambtenaar, die als taak had de drie bestuursorganen te ondersteunen. Voor de bestuurlijke verhoudingen was de voornaamste ontwikkeling dat het kiesrecht gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw voor een steeds grotere groep inwoners werd opengesteld, totdat in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen werd ingevoerd en in 1919 ook voor vrouwen. In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd de Gemeentewet bij verordening van de rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied tijdelijk opgeschort; per 1 september van dat jaar werden alle gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders ontbonden. Hun taken werden verenigd in de persoon van de burgemeester; de wethouders fungeerden daarbij als zijn medewerkers. De oude bestuurlijke verhoudingen werden pas in het najaar van 1945 hersteld. Na de Tweede Wereldoorlog zette zich een tendens door waarin steeds meer taken van het plaatselijk bestuur op een intergemeentelijk niveau werden geregeld via gemeenschappelijke regelingen tussen (buur)gemeenten. Om het gemeentelijk bestuur efficiënter te maken drongen het Rijk en de provincie aan op het samengaan van gemeenten. In 1984 vond er een gemeentelijk herindeling plaats in het gebied ten westen van Nijmegen.

Geschiedenis

De gemeente ontstond in 1818 door samenvoeging van de gemeente Afferden en Deest, de gemeente Druten en de gemeente Puiflijk. Het aantal inwoners groeide van 2.606 in 1818 tot 12.401 in 1983. Tussen 1818 en 1850 behoorde de gemeente achtereenvolgens tot het hoofdschoutambt Maas en Waal en het district Nijmegen. Op 1 januari 1984 fuseerde de gemeente met de gemeente Horssen tot de (nieuwe) gemeente Druten.

Taken en activiteiten

De gemeente vervulde taken op het gebied van armenzorg, beheer van gemene middelen, belastinginning, bevolkingsregistratie, brandweer, burgerlijke stand, gezondheidszorg, milieubescherming, onderwijs, openbare orde, ruimtelijke ordening, vuilophaal en welzijn. Zij voerde deze taken uit binnen het kader dat zij zelf stelde en dat van landelijk wet- en regelgeving. Een deel van deze taken voerde zij in samenwerking met buurgemeenten uit.

Locatie

1818-1983:Druten

Bronnen

  • Adam, H.B.N.B., e.a. Inventaris van de archieven der gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd in Gelderland, 1795-1813. Arnhem 1982-1983, 7 delen (Gelderse inventarissenreeks, nr. 21).
  • Blécourt, A.S. de, De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795-1851, Haarlem 1903.
  • Boom, H. ten, 'De Hervormde gemeente te Puiflijk. Haar einde in het begin van de 19e eeuw', in: Nederlands Archieven van kerkgeschiedenis, LIII (1973), p. 160 - 170.
  • Buurman, D.J.G., 'Schets van de opeenvolgende bestuursindelingen in Gelderland vóór de invoering van de provinciale wet van 1850', in: Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre, 57 (1958), p. 23 - 50.
  • Capelleveen, H. van, "Zoo sloeg dan de ure…", De protestanten van Druten, Afferden en Deest, Druten 1985.
  • Dobbelsteen, W. van den, 'Druten', in: T. en J. de Roos, Gemeentehuizen: van Aalten tot Zutphen, Arnhem-Groningen 1995, p. 80 - 82.
  • Gorissen, F., Stede-atlas van Nijmegen, Arnhem 1956.
  • Heuvel, C. van den, Mensen van Druten. Een geschiedenis. (Wijchen 2002) (Tweestromenlandreeks 24).
  • Janssen, G.B., 'Steenfabricage in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal', in: Tweestromenland, 1985, nr. 44, p. 20 - 37; 1992, nr. 72, p. 3 - 10.
  • Kocken, M.J.A.V., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851, Den Haag 1973.
  • Limburg, R., B.P. Buessink en A. Wijnen, Herindeling in Tweestromenland. Een onderzoek naar de gevolgen van gemeentelijke herindeling in het Land van Maas en Waal, Amsterdam 1987.
  • Manders, H., Het Land tussen Maas en Waal, Zutphen 1976.
  • Manders, H., Maas en Waal. Van armoede tot welvaart, Arnhem 1988.
  • Martens van Sevenhoven, A.H., 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der gemeentewet van 1851', in: Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften, Arnhem 1977 (Werken der vereniging Gelre, nr. 35), p. 203 - 257.
  • Os, J. van, Duizend jaar Deest, Deest 1997.
  • Os. J. van en A. Talsma, Boldershof 75, Druten z.j.
  • Os-Peters, M.G.P. van, 'Enkele Congregaties in Maas en Waal', in: C. Visser en J. van den Burg (red.), Religie in Maas en Waal, Beneden-Leeuwen z.j..
  • Ramaer, J.C., Geschiedkundige atlas van Nederland: de Fransche tijd (1795 - 1815), Den Haag 1926.
  • Ramaer, J.C., Geschiedkundige atlas van Nederland: het koninkrijk der Nederlanden (1815 - 1931), Den Haag 1931.
  • Schulte, A.G. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst: het Land van Maas en Waal, 's-Gravenhage 1986, p. 56 - 93.
  • Sierksma, Kl., De gemeentewapens van Nederland, Utrecht 1960.
  • Keijmel, P.D., Statistieke beschrijvingen van de steden en het platteland van Gelderland, I: Het kwartier van Nijmegen, Arnhem 1971.
  • Volmuller, H.W.J., Nijhoffs geschiedenislexicon: Nederland en België, Den Haag/Antwerpen 1981.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door Andreas Caspers. (2017)



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden