header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeente Wijchen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Gemeente Wijchen
Andere naam (namen):

Bestaansperiode: 1810 - 1983
Rechtsvorm: Overheid
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Geschiedenis

Grondgebied

De huidige gemeente Wijchen is gelegen in het Rijk van Nijmegen en wordt begrensd door de gemeenten West Maas en Waal, Druten, Beuningen, Nijmegen en Heumen, en de rivier de Maas. In de periode 1810 - 1817 omvatte de gemeente behalve het dorp Wijchen, ook de buurtschappen Woezik en Woord. Wijchen was onderverdeeld in vier 'rotten' : Dorpsrot, Boskantsrot, Passerot en Woeziksrot. Het dorp Niftrik was in deze periode een zelfstandige gemeente. Alverna ontstond pas in de loop van de negentiende eeuw rondom het gelijknamige klooster. Met ingang van 1818 werden de gemeenten Wijchen en Niftrik samengevoegd tot een nieuwe gemeente Wijchen, waarvan het grondgebied ongewijzigd bleef tot 1980. Per 1 januari van dat jaar werd de aangrenzende gemeente Overasselt opgeheven, waarbij het daartoe behorende dorp Balgoij werd toegevoegd aan de gemeente Wijchen (2). Per 1 januari 1984 vond een ingrijpende gemeentelijke herindeling plaats en werden de gemeenten Batenburg, Bergharen en Wijchen samengevoegd tot de nieuwe gemeente Wijchen.

Ontwikkeling

In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw waren het Rijk van Nijmegen en het aangrenzende Land van Maas en Waal een vrijwel geheel agrarische streek, die te kampen had met veel wateroverlast, veroorzaakt door kwel- en regenwater en door dijkdoorbraken. Door de geïsoleerde ligging tussen de rivieren en de weinige, meestal modderige wegen was het moeilijk om in het gebied door te dringen. De slechte toestand van de bodem veroorzaakte grote armoede onder de agrarische bevolking. Zodanig zelfs, dat het Land van Maas en Waal lange tijd als de armste regio van Nederland werd beschouwd. Vanwege de aanwezigheid van de spoorlijn en de rijksweg van 's-Hertogenbosch naar Nijmegen was het op een zandrug gelegen Wijchen nog het best bereikbaar. Mede hierdoor bekleedde deze gemeente een centrale positie in de regio.
In de eerste helft van de twintigste eeuw werd de toestand in het gebied enigszins verbeterd door de bouw van gemalen. Hierdoor kon het overtollige water beter op de Maas worden gelost dan voorheen, toen men afhankelijk was van de natuurlijke afvloeiing. Daarnaast zorgde de kanalisatie van de Maas ervoor dat de kans op dijkdoorbraken sterk verminderde.
Tijdens de wederopbouw in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog vonden uiteindelijk een ingrijpende ruilverkaveling en, daarmee samenhangend, een sterke verbetering van de infrastructuur en het waterbeheersingssysteem plaats. De regio werd hierdoor ontsloten en het landschap onderging een complete metamorfose. Intensieve landbouw werd nu mogelijk en het hele boerenbedrijf werd gesaneerd. Door de industrialisatie, die na de Tweede Wereldoorlog krachtig werd gestimuleerd door het gemeentebestuur, gingen kleine zelfstandige boeren in loondienst werken, hetgeen hun een grotere bestaanszekerheid gaf. Als gevolg daarvan werden veel kleine boerenbedrijven opgeheven. Het aantal inwoners dat buiten de gemeente werkzaam was nam toe, enerzijds door de toenemende trek van de bevolking van de stad naar het platteland, anderzijds door de betere bereikbaarheid van de regio. Was het inwonertal van de gemeente tussen 1818 en 1930 verdrievoudigd van 2211 naar 6007, daarna is de bevolking in slechts vijftig jaar meer dan vier maal zo groot geworden tot bijna 26.000 in 1983. Mede hierdoor werd de centrumfunctie van Wijchen voor het omliggende gebied versterkt, onder meer op het gebied van onderwijs, cultuur en gezondheidszorg. In 1983 was de rol van de landbouw nog maar klein (3).

Gemeentewapen

Op 20 juli 1816 verleende de Hoge Raad van Adel wapens aan de gemeenten Niftrik en Wijchen. Het wapen van Wijchen werd beschreven als : 'van lazuur, beladen met een drift koeijen staande op een terras, alles van goud' en dat van Niftrik als : 'van lazuur, beladen met een koe staande op een terras, alles van goud' (4). Is een drift (kudde) misschien een wat grootse naam voor de twee koeien van Wijchen, opmerkelijk is ook het niet vermelden van de, toch nogal opvallende, boom die voor de neus van deze koeien staat. Er is wel geopperd, dat de Wijchense koeien hun oorsprong zouden vinden in de plaatselijke veemarkt (5). De overeenkomsten met het wapen van Niftrik zijn echter groot en daar kende men geen veemarkt. Na de gemeentelijke herindeling van 1984 zou de nieuwe gemeente Wijchen het wapen van de stad Batenburg als gemeentewapen gaan voeren.

Bestuur

De Bataafse omwenteling van 1795 luidde een periode in van snelle en grote veranderingen op bestuurlijk en territoriaal gebied. In Wijchen en Niftrik bleef voorlopig echter veel bij het oude. Pas de invoering van de Franse bestuursorganisatie, in 1810 en 1811, betekende een ingrijpende wijziging.Medio februari 1810 namen Franse troepen bezit van de vesting Nijmegen en het overige gedeelte van Gelderland bezuiden de Waal. Op 16 maart stond de koning van Holland bij het Traktaat van Parijs dit gebied af aan het Franse keizerrijk. Het ingelijfde gedeelte van Gelderland ging deel uitmaken van het nieuw opgerichte departement 'des Bouches du Rhin' (van de Monden van de Rijn), met 's-Hertogenbosch als hoofdstad. Aan het hoofd van het departementaal bestuur stond een prefect. Het departement bestond uit drie arrondissementen, aan het hoofd waarvan onderprefecten waren aangesteld. Deze fungeerden als tussenpersoon tussen het departementaal bestuur en de lokale besturen (6). De arrondissementen werden onderverdeeld in kantons, die elk een aantal 'mairieën' of 'communes' (gemeenten) omvatten. De gemeente Wijchen werd de hoofdplaats van het gelijknamige kanton in het arrondissement Nijmegen (7). Ook de gemeente
Niftrik maakte deel uit van dat kanton. Bij keizerlijk decreet van 8 november 1810 werd in het nieuw ingelijfd gebied per 1 januari 1811 een deel van de Franse wetgeving uitvoerbaar verklaard, waaronder enkele wetten die de gemeentelijke bestuursinrichting regelden. De Franse wet plaatste een maire aan het hoofd der gemeente. In gemeenten met minder dan 2500 inwoners, zoals Wijchen en Niftrik (die in het jaar 1808 respectievelijk 1856 en 270 inwoners telden) werd deze bijgestaan door één 'adjoint' (adjunct), en bestond de 'conseil municipal' (gemeenteraad) uit tien leden. Alle functionarissen werden benoemd door de prefect. In tegenstelling tot vroeger lagen de taken van de nieuwe gemeentebesturen nu uitsluitend op administratief terrein; zij reikten niet verder dan die van het tegenwoordige gemeentebestuur. De maire voerde de wetten en bevelen van hogerhand uit en hield toezicht op de gemeenteambtenaren. Hij zat de gemeenteraad voor, maar was er geen lid van. De raad had slechts weinig bevoegdheden. Hij vergaderde veertien keer per jaar, en had de financiële controle over rekening en begroting (8). Ten dele was het genoemde decreet dat de invoering der gemeentelijke bestuursinrichting per 1 januari 1811 regelde, slechts een formele bevestiging van een reeds bestaande situatie. In het departement van de Monden van de Rijn vonden namelijk reeds in juli 1810 de benoemingen en de eedafleggingen der maires en adjuncten plaats (9). In Wijchen werd H. de Kleyn tot maire benoemd en in Niftrik P. Willems. Eind 1813, begin 1814 verlieten de Fransen deze streken en werd de Nederlandse soevereiniteit hersteld. Bij Soeverein besluit van 4 februari 1814 werd het arrondissement Nijmegen in bestuurlijk opzicht bij het departement van de Boven-IJssel gevoegd, dat sedert 1810 werd gevormd door het Gelderse grondgebied ten noorden van de Waal (10). Bij de Grondwet van 1814 werd de provincie Gelderland in ere hersteld. De titel 'prefect' werd vervangen door 'gouverneur'. In de arrondissementen, voortaan 'kwartieren' geheten, kwamen kwartierscommissarissen (11). De hoofden der plaatselijke besturen werden niet meer als 'maire' maar als 'burgemeester' aangeduid. In hoofdzaak bleef de door de Fransen ingevoerde gemeentelijke bestuursorganisatie echter gehandhaafd (12). Het Gelderse reglement voor het plattelandsbestuur van 1817, dat per 1 januari 1818 in werking trad, verdeelde het platteland in zeventien hoofdschoutambten, geleid door hoofdschouten. Elk hoofdschoutambt bestond uit een aantal schoutambten (of gemeenten). De gemeenten Wijchen en Niftrik werden samengevoegd tot het nieuwe schoutambt Wijchen, dat ressorteerde onder het hoofdschoutambt Rijk van Nijmegen. In tegenstelling tot de stedelijke besturen, die rechtstreeks contact onderhielden met het provinciebestuur, dienden de gemeentebesturen op het platteland alle correspondentie met de provincie via de hoofdschouten te laten lopen. Aan het hoofd van het plaatselijk bestuur stond een schout, benoemd door de koning. Hij werd bijgestaan door twee assessoren, door Provinciale Staten gekozen uit de gemeenteraad. Het aantal raadsleden, aangesteld door Provinciale Staten, werd teruggebracht naar vier. Schout en assessoren vormden het dagelijks bestuur. De schout zat de raadsvergaderingen en de vergaderingen met de assessoren voor. Tot zijn taken behoorden de uitvoering van raadsbesluiten en de handhaving der wettelijke bepalingen en verordeningen. De gemeenteraad stelde de plaatselijke verordeningen vast en had verder voornamelijk een controlerende taak ten aanzien van de gemeentefinanciën (13). In 1825 werd een nieuw bestuursreglement voor het platteland van Gelderland vastgesteld. Dit bracht geen wezenlijke veranderingen in de taken en bevoegdheden der gemeentelijke bestuursorganen. De benaming 'schoutambt' maakte voorgoed plaats voor 'gemeente', terwijl de schout voortaan weer de titel van burgemeester droeg. De aanduiding 'assessor' bleef gehandhaafd. De burgemeester werd benoemd door de koning, de assessoren door de gouverneur, en de raadsleden door Provinciale Staten. Gemeenten zoals Wijchen kregen zeven raadsleden, inclusief de burgemeester en de assessoren. Voorts bepaalde het reglement dat de zeventien hoofdschoutambten in Gelderland zouden worden vervangen door grotere districten onder leiding van een districtscommissaris. De invoering der districten geschiedde geleidelijk: telkens wanneer een hoofdschout zijn functie had neergelegd of was overleden, werd diens ambtsregio met een naburige gecombineerd, totdat tenslotte in 1837 een nieuwe verdeling in vijf districten definitief werd vastgesteld. Op deze manier werd het hoofdschoutambt Rijk van Nijmegen, waartoe de gemeente Wijchen behoorde, in 1825 vervangen door het district Nijmegen, in 1827 aangevuld met het voormalige hoofdschoutambt Maas en Waal (14).
De Grondwet van 1848 en de daarop gebaseerde Gemeentewet van 1851 maakten een einde aan de wettelijke verschillen tussen stad en platteland. Hierdoor werd de districtscommissaris, de schakel tussen plattelandsgemeenten en provinciebestuur, in feite overbodig. De districten werden per 1 januari 1850 opgeheven. Elke gemeente kreeg drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, en de burgemeester. De raadsleden werden nu rechtstreeks gekozen door de stembevoegde inwoners. Het kiesrecht was beperkt tot mannen en afhankelijk gesteld van de belastingsom die in de directe belastingen werd betaald, de zogenaamde census. De benoeming van de burgemeester bleef aan de koning. De wethouders werden gekozen uit en door de gemeenteraad.
Gemeenten met meer dan 3000 inwoners, zoals Wijchen, kregen elf raadsleden en twee wethouders. Aan het hoofd der gemeente kwam nu de gemeenteraad te staan. Met betrekking tot de regeling en het bestuur van de gemeentehuishouding bezat deze alle bevoegdheden die niet wettelijk aan een van beide andere bestuursorganen waren opgedragen. De bestuursverhoudingen die de Gemeentewet van 1851 in het leven riep, zijn in essentie gehandhaafd tot op de dag van vandaag (15). In de loop van de negentiende eeuw werd het kiesrecht verruimd door aanpassing van de census. In 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd, in 1919 ook voor vrouwen (16). Bij verordening van de rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied van 12 augustus 1941, werden in alle gemeenten de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders per 1 september 1941 ontbonden. Hun taken gingen over op de burgemeester; de wethouders werden nu diens medewerkers (17). Na de bevrijding op 17 september 1944 vond in Wijchen op 19 oktober 1945 de eerste naoorlogse raadsvergadering plaats (18). De eerste naoorlogse vergaderstukken van het college van burgemeester en wethouders dateren van 26 oktober 1945 (19).
De sterke naoorlogse bevolkingsgroei had zijn invloed op de interne organisatie van de gemeente, zowel bestuurlijk als personeel. Telde de tijdelijke gemeenteraad in 1945 nog 13 leden, nadien nam het aantal raadsleden toe tot 15 in 1958 en 17 in 1970. Bij de volgende verkiezingen kwamen er nog twee bij en in 1982 werden al 21 raadsleden benoemd. In 1961 en 1970 had de gemeenteraad pogingen gedaan om het aantal wethouders uit te breiden van twee naar drie, maar Gedeputeerde Staten weigerden hiermee in te stemmen. In 1974 kreeg Wijchen eindelijk zijn derde wethouder en acht jaar later zelfs een vierde.

Ook het personeelsbestand breidde zich gestaag uit en er ontstonden verschillende afdelingen binnen de organisatie. In de loop der tijd vormden zich verschillende diensten en bedrijven. In 1947 werd de dienst Sociale Zaken opgericht, in 1956 het Gemeentelijk Grondbedrijf en in 1961 de dienst Gemeentewerken. Ook de Centrale Boekhouding (1962) en het Centraal Antennebedrijf (1979) werden aparte takken van dienst (20). Daarnaast had Wijchen zijn eigen brandweer, die vanaf 1958 respectievelijk 1962 ook de brandweerzorg van de buurgemeenten Batenburg en Bergharen op zich nam (21). Per 1 augustus 1981 hield de gemeentelijke brandweer op te bestaanin verband met de regionalisering van de brandweer (22). De taak van de gemeenteveldwachters was tijdens de Tweede Wereldoorlog overgenomen door de Marechaussee en na de oorlogwerd de Rijkspolitie ingesteld. Met ingang van 22 maart 1983 kreeg Wijchen Gemeentepolitie, die zou blijven bestaan tot de regionalisering van de politie in 1994 (23).
Wijchen fungeerde als centrumgemeente voor enkele gemeenschappelijke regelingen met naburige gemeenten, zoals de Streekmuziekschool, de Distributiedienst, de Schoolartsendienst en het Industrieschap Loonse Waard. De administratie van deze gemeenschappelijke regelingen werd vaak door de gemeentesecretarie gevoerd. Wijchen had zoals gezegd sinds 1961 een dienst Gemeentewerken, die ook het bouw- en woningtoezicht regelde. Veel andere gemeenten in de regio lieten deze zaken verzorgen door de Technische Kringdienst Maas en Waal en Rijk van Nijmegen. Toen in 1978 duidelijk werd dat deze dienst geen lang leven meer beschoren zou zijn,besloten de buurgemeenten Batenburg en Bergharen met Wijchen dienstverleningsovereenkomsten aan te gaan, waarbij Wijchen de desbetreffende zorg overnam. De overeenkomst met Bergharen trad in werking per 1 september 1978, die met Batenburg per 1 januari 1980. Daarnaast sloot Bergharen met Wijchen een overeenkomst tot dienstverlening op het gebied van sociale zaken, die in werking trad per 1 januari 1979. Voor die gemeente leidden beide overeenkomsten tot een algehele dienstverleningsovereenkomst per 1 januari 1980, waarbij de gemeente Wijchen alle ambtelijke werkzaamheden voor Bergharen ging verrichten (24).
Per 1 januari 1980 werd de aangrenzende gemeente Overasselt opgeheven, waarbij het aan de Maas gelegen dorp Balgoij aan de gemeente Wijchen werd toegevoegd (25). Met ingang van 1 januari 1984 vond tenslotte een gemeentelijke herindeling plaats, waarbij de gemeenten Wijchen, Batenburg en Bergharen werden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Wijchen (26).

1. Met dank aan de heren J.A. Jansen en M. Kleijnen te Wijchen, die zo vriendelijk waren de
inleiding van kritische kanttekeningen te voorzien.
2. Alverna, de jongste kern in de gemeente, is ontstaan rondom het Franciscanerklooster 'Alverna', genoemd naar de berg Alverna in Toscane, waar St.-Franciscus van Assisi vaak verbleef. In een tekst uit 1887 wordt de naam ook voor het dorp gebruikt. De naam Balgoij komen we voor het eerst tegen in 1172 als 'Balgoie' en wordt verklaard als een samenstelling van de germaanse woorden 'balga-' (zwelling, lichte verhoging), of 'balwa-' (slecht) en 'agwjô' (land aan een waterloop). Niftrik vinden we in 1117 gespeld als 'Nifterka'. De vorm '-niftar' betekent wel 'achter'. Ook wordt wel gedacht aan het woord 'nebhas' (nevel) ter aanduiding van het westen, maar dat lijkt vergezocht. Verder is de oude naam moeilijk te duiden. Een andere verklaring is misschien te vinden vanuit de veertiende-eeuwse spelling 'Niifftricht', dat iets als 'nieuwe overvaart' betekent. De oudste vermelding van Woezik dateert uit 1196. Het dorp wordt dan aangeduid als 'Wonseke'. De betekenis van de naam is onzeker. Woord komt het eerst voor in 1247 als 'Warde'. Waard betekent 'riviereiland' of 'laagliggend land aan een rivier'. Wijchen wordt voor het eerst vermeld in 1155 als 'Wichine'. Ook van deze naam is de betekenis onzeker. Men denkt aan de germaanse woorden 'wîh' (heilig) of 'wîg' (strijd). Het laatste doet denken aan het oudnoorse woord 'vígi' (verschansing) en middelnederduitse 'wîch-hûs' (gebouw voor krijgsdoeleinden) en zou kunnen wijzen op een versterkte nederzetting. Van Berkel en Samplonius, Plaatsnamenboek; Gysseling, Toponymisch woordenboek. R.E. Künzel, D.P. Blok en J.M. Verhoeff, Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200.
3. Camps, Wijchen; Peters, Opbouw en uitbouw.
4. Sierksma, Gemeentewapens, p. 246; http://www.ngw.nl/n/niftrik.htm; http://www.ngw.nl/w/wijchen.htm. Lazuur is de heraldische naam voor blauw.
5. Vroeger was Wijchen op het gebied van de veehandel een internationaal vermaarde marktplaats. In de eerste helft van de twintigste eeuw is daar langzaam de klad in gekomen. In 1956 werd de laatste Wijchense veemarkt gehouden.
6. Bulletin des Lois, 4e serie, nrs. 281 (24 april 1810) en 284 (26 april 1810) (exemplaar aanwezig in Het Archief te Nijmegen, archief gemeente Winssen 1810 - 1817, inv. nr. 111) Ramaer, Fransche tijd, p. 78; Gorissen, Städteatlas, p. 14; Hendriks, Steenkamer en Mustert, Nijmegen, p. 58 - 62; Adam e.a., Inventaris, VI, p. 1805 - 1807.
7. Bulletin des Lois, 4e serie, nr. 288 (14 mei 1810); Gorissen, Städteatlas, p. 14 - 16.
8. Bulletin des Lois, 4e serie, nr. 327bis (8 november 1810); De Blécourt, Organisatie, p. 21-22; Martens van Sevenhoven, Schets, p. 227; Kocken, Stads- en plattelandsbestuur, p. 196 - 200.
9. Rijksarchief in Noord-Brabant, archief van de prefect van het departement van de Monden van de Rijn, inv. nr. 1359: register van eedaflegging door de maires en adjuncten in de arrondissementen 's-Hertogenbosch en Eindhoven, p. 19 - 21 en 23 juli 1810. Ook in het
arrondissement Nijmegen zijn de maires en adjuncten in die maand beëdigd. In de stad Nijmegen werd het municipaal bestuur op 25 juli 1810 geïnstalleerd; Hendriks, Steenkamer en Mustert, Nijmegen, p. 81 - 85.
10. Het Archief te Nijmegen, archief gemeente Winssen, inv. nr. 6: bekendmaking der
commissarissen-generaal van het departement van de Boven-IJssel, 15 februari 1814; Ramaer, Fransche tijd, p. 98. Volgens Ramaer regelde het Soeverein Besluit van 26 februari 1814 de aansluiting bij genoemd departement. Dit besluit betrof echter de rechtspraak.Staatsblad, 26 februari 1814 (nr. 29).
11. Bijvoegsel tot het Staatsblad, 29 maart 1814; Buurman, Schets, p. 38 - 39; Ramaer, Fransche tijd, p. 100 - 101.
12. Kocken, Stads- en plattelandsbestuur, p. 203 - 204.
13. Reglement voor het plattelandsbestuur in Gelderland, 1817 (exemplaar aanwezig in
Bibliotheek Arnhem, 374 B 27); De Blécourt, Organisatie, p. 26; Martens van Sevenhoven, Schets, p. 233 - 234; Gorissen, Städteatlas, p. 16-19; Buurman, Schets, p. 40 - 41.
14. Ramaer, Koninkrijk, p. 179 - 180; Martens van Sevenhoven, Schets, p. 234 - 236; Gorissen, Städteatlas, p. 20; Buurman, Schets, p. 41 - 42 en 47.
15. Staatsblad, 29 juni 1851 (nr. 85); Ramaer, Koninkrijk, p. 213 en 240; Gorissen, Städteatlas, p. 20; Buurman, Schets, p. 42 - 43; Kocken, Stads- en plattelandsbestuur, p. 459 - 556.
16. Vollmuller, Geschiedenislexicon, p. 308.
17. Verordeningenblad, 11 augustus 1941 (nr. 152).
18. Inv.nr. 981.
19. Inv.nr. 1046.
20. Sociale Zaken: inv.nr. 1255, Grondbedrijf: inv.nr. 1249, Gemeentewerken: inv.nr. 1243, Centrale Boekhouding: inv.nr. 1238, Centraal Antennebedrijf: inv.nr. 1236.
21. Inv.nr. 6786 - 6787.
22. Inv.nr. 6798.
23. Inv.nr. 1279 - 1284.
24. Inv.nr. 5774 - 5776, 5779.
25. Inv.nr. 1305 - 1306.
26. Inv.nr. 1302 - 1303.

Locatie

-:Wijchen

Bronnen

  • Adam, H.B.N.B., e.a. Inventaris van de archieven der gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd in Gelderland, 1795 - 1813. Arnhem, 1982 - 1983; 7 delen (Gelderse inventarissenreeks, nr. 21).
  • Berkel, G. van, en K. Samplonius. Het plaatsnamenboek. Houten, 1989.
  • Blécourt, A.S. de. De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795 - 1851. Haarlem, 1903.
  • Brekelmans, F.A. Overzicht van de bronnen voor de geschiedenis van Wijchen en Niftrik. Typoscript. Wijchen, 1953.
  • Buurman, D.J.G. 'Schets van de opeenvolgende bestuursindelingen in Gelderland vóór de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre 57 (1958), p. 23 - 50.
  • Camps, H. Wijchen. Geschiedenis van zeven seconden. Wijchen, 1956.
  • Gorissen, F. Niederrheinischer Städteatlas/Geldrische Städte, 1. Heft: Nimwegen. Kleef, 1956 (Publikationen der Gesellschaft fü Rheinische Geschichtskunde, nr. 51).
  • Gysseling, M. Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226). 1960.
  • Hendriks, H.J.J., M.J. Steenkamer en A.G. Mustert. Nijmegen onder raadpensionaris, koning, keizer en souvereine vorst. Zutphen, 1971 (Geldersche Historische Reeks, nr. 2).
  • Jaarverslagen van de Provinciale Archiefinspectie Gelderland.
  • Kocken, M.J.A.V. Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851. Den Haag, 1973.
  • Künzel, R.E., D.P. Blok en J.M. Verhoeff, Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200. Amsterdam, 1989; 2e gewijzigde druk. (Publikaties van het P.J. Meertens-Instituut, deel 8).
  • Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der gemeentewet van 1851'. Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften. Arnhem, 1977 (Werken der vereniging Gelre, nr. 35), p. 203 - 257.
  • Monté VerLoren, J.P. de, en J.E. Spruit. Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechterlijke organisatie in de Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling. Deventer, 1982; 6e druk.
  • Peters, H. Opbouw en uitbouw. De ontwikkeling van Wijchen tussen 1950 en 1980. Wijchen, 1981.
  • Peters Sengers, T. En toch kwam er een kerk. Vijftig jaar St.-Paschalis-parochie te Wijchen-Woezik. Wijchen, 1989.
  • Peters Sengers, T. Vincentiusvereniging Wijchen 100 jaar. Wijchen, 1995.
  • Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland: de Fransche tijd (1795 - 1815). Den Haag, 1926.
  • Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland: het koninkrijk der Nederlanden (1815 - 1931). Den Haag, 1931.
  • Schulte, A.G. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst: het Land van Maas en Waal. 's-Gravenhage, 1986.
  • Sierksma, K. De gemeentewapens van Nederland. Antwerpen, 1960.
  • Statistieke beschrijvingen van de steden en het platteland van Gelderland, I: het kwartier van Nijmegen. Uitgegeven door P.D. Keijmel. Arnhem, 1971.
  • Volmuller, H.W.J. Nijhoffs geschiedenislexicon: Nederland en België. Den Haag / Antwerpen, 1981.
  • Vries, W. de. Bijdragen tot de geschiedenis van het rechterlijk bestel in Gelderland, I:
  • rechtsgebieden gelegen in het Kwartier van Nijmegen. Arnhem, 1965, p. 49 - 60.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door J. Boon, A. de Wildt en G. Boomsma. (2002)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden