header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeenteraadsverkiezingen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Sinds de Grondwet van 1848 staat de gemeenteraad aan het hoofd van de gemeente en worden de raadsleden rechtstreeks door de burgers gekozen. Het raadslidmaatschap voor het leven werd vervangen door een zittingstijd van zes jaar, een derde van de raadsleden trad om de twee jaar af. Voor de vrijkomende zetels werden gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Het aantal raadsleden werd afhankelijk van het inwonertal van de gemeente. In 1851 telde de raad 19 leden, sinds 1946 heeft Nijmegen 39 raadsleden.

Kiesstelsel[bewerken]

Kiesgerechtigden[bewerken]

Aanvankelijk hadden alleen mannen vanaf 23 jaar die een bepaald bedrag aan directe belastingen betaalden stemrecht (censuskiezers). Wie wilde stemmen voor de gemeenteraad moest minimaal achttien gulden aan belastingen betalen. Van de Nijmeegse bevolking mocht bij de raadsverkiezingen in 1851 4,46 procent zijn stem uitbrengen. De kiesgerechtigden schreven thuis op een willekeurig stuk papier de namen van de kandidaten die ze op de vrijgekomen plaatsen wilden. Vervolgens leverden ze dat papier in bij het stembureau. De grondwetsherziening van 1887 breidde het kiesrecht uit. Om tot het kiezerskorps te worden toegelaten moest iemand voldoen aan bepaalde ‘kenteekenen van welstand en geschiktheid’, die in de Kieswet van 1896 verder werden uitgewerkt. Het stemrecht hing voortaan af van het betalen van een bepaald bedrag aan belastingen, het bezit van een bepaalde hoeveelheid spaargeld, het behaald hebben van bepaalde examens, het ontvangen van een bepaald loon of het bezit van een woning. De stemgerechtigde leeftijd werd verhoogd van 23 tot 25 jaar. Op basis van de nieuwe criteria mocht ongeveer tien procent van de Nijmegenaren naar de stembus.

Stelsel van evenredige vertegenwoordiging[bewerken]

De Kieswet van 1896 introduceerde ook het stembiljet en het stemhokje. Stemmen werd daarmee geheim. De grondwetsherziening van 1917 bracht het algemeen kiesrecht voor mannen vanaf 23 jaar, twee jaar later kregen ook vrouwen stemrecht. Raadsleden werden voortaan voor vier jaar gekozen. Het districtenstelsel maakte plaats voor het nog steeds fungerende stelsel van Evenredige Vertegenwoordiging. In het districtenstelsel, zoals Nederland dat voor 1917 kende, werd een kandidaat in de eerste ronde gekozen als hij de absolute meerderheid van de stemmen behaalde. Behaalde geen van de kandidaten de absolute meerderheid dan volgde een herstemming tussen de kandidaten met de meeste stemmen, waarbij er tweemaal zoveel kandidaten doorgingen als er zetels te vergeven waren. Bij Evenredige Vertegenwoordiging is het percentage behaalde zetels bij benadering gelijk aan het percentage behaalde stemmen. Een partij die twintig procent van de stemmen haalt krijgt ongeveer 20 procent van de zetels.

Kiesverenigingen en politieke partijen[bewerken]

Kiesverenigingen[bewerken]

Midden negentiende eeuw waren er nog geen politieke partijen, alleen plaatselijke politieke verenigingen (kiesverenigingen) die kandidaten voordroegen. In negentiende-eeuws Nijmegen speelde vooral de tegenstelling tussen de protestantse elite, vertegenwoordigd door de kiesvereniging Eensgezind en de opkomende katholieke middenklasse, die de kiesvereniging Regt en Billijkheid voor Allen in het leven riep. Eensgezindheid wilde alles bij het oude laten, Regt en Billijkheid voor Allen, later Recht voor Allen, stond voor de emancipatie van de eeuwenlang achtergestelde katholieken. Midden negentiende eeuw was het aantal katholieke raadsleden verhoudingsgewijs klein. Pas tegen het einde van de eeuw bestond de raad, in overeenstemming met de samenstelling van de Nijmeegse bevolking, overwegend uit katholieken.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Verkiezingswagen in de Spoortstraat 1950

Politieke partijen[bewerken]

Onder invloed van belangrijke nationale thema's, zoals de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs, de uitbreiding van het kiesrecht en de positie van arbeiders, ontstonden rond 1880 de eerste politieke partijen. De landelijke politieke partijen vervingen geleidelijk aan de plaatselijke kiesverenigingen. In Nijmegen verdwenen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1919 de kiesverenigingen vrijwel geheel van het toneel.

Als gevolg van de industriële revolutie, die gepaard ging met slechte woon- en werkomstandigheden voor de arbeiders, ontstonden nieuwe politieke stromingen, zoals het socialisme, dat ook in Nijmegen zijn intrede deed in de gemeentepolitiek. Tot ver in de twintigste eeuw domineerden de katholieken verenigd in de Roomsch-Katholieke Staatspartij, later de Katholieke Volkspartij, de Nijmeegse gemeentepolitiek. De socialisten verenigd in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, later de Partij van de Arbeid, maakten zich meester van ongeveer een kwart van de stemmen. Tot in de jaren zestig waren katholieken en socialisten de belangrijkste spelers in de Nijmeegse gemeenteraad, daarna werd het politieke landschap gevarieerder.

Eendagsvliegen[bewerken]

Protestpartijen ontstaan uit onvrede met de bestaande politiek. Meestal is hun geen lang leven beschoren. In de jaren zestig was de Boerenpartij, ontstaan uit verzet tegen het Landbouwschap, in Nijmegen bijzonder succesvol. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1966 kwam zij uit het niets op zes zetels. Vier jaar later verdween de partij weer uit de Nijmeegse raad. Veel protestpartijen nemen wel deel aan de verkiezingen, maar slagen er niet in een zetel te behalen. De E2SpP (Enige Echte Splinter Partij) van de Nijmeegse ontwerper Jac. Splinter is hier een voorbeeld van. Splinter voerde in 2002 campagne met de leus: ‘Help Jac. Splinter in het pluche. Ik beloof u dat ik niets zal doen.’

Verkiezingscampagnes[bewerken]

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Verkiezingsoptocht Kelfkensbos 1902

Optochten[bewerken]

De kiesverenigingen lieten van zich horen via lokale kranten als De Gelderlander en de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant. Zij plaatsten advertenties waarin zij de kiezers aanmoedigden op hun kandidaat te stemmen. Begin twintigste eeuw verplaatste de strijd zich voor een deel naar de straat. Mensen trokken met verkiezingsborden door de stad om reclame te maken voor hun kandidaat-raadslid. Personen waren destijds belangrijker dan politieke programma’s.

Optochten en luidsprekerwagens verlevendigden de verkiezingsstrijd, die aanvankelijk vooral gevoerd werd via advertenties en ingezonden brieven in de plaatselijke pers, brochures en affiches. Toen bij de tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen van 1902 mensen de straat opgingen om hun kandidaat-raadslid te steunen noemde de Gelderlander dat ‘aardigheden die hier in de stad tot dusver niet gebruikelijk waren’. Aanhangers van de gepensioneerde katholieke bakker L.Ph. Kreling liepen door de stad met verlichte borden die reclame maakten voor de ‘Candidaat voor Protestanten, Katholieken en Israëlieten’, terwijl medestanders van de Nederlands-hervormde koopman, fabrikant en drogist Th. Plet, strooibiljetten uit galakoetsen gooiden. In de jaren twintig en dertig vonden politieke demonstraties op grotere schaal plaats.

Affiches[bewerken]

Na de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 werd de strijd om de kiezer belangrijker. Het aantal politieke manifestaties nam toe, maar advertenties en ingezonden brieven in de plaatselijke pers, brochures, strooibiljetten en affiches vormden voorlopig nog de hoofdmoot. Lokale verkiezingen hadden aanvankelijk vooral een lokaal karakter.

Affiches spelen sinds de invoering van het algemeen kiesrecht een belangrijke rol in iedere verkiezingsstrijd. Omdat tot 1956 de stembiljetten geen partijnamen mochten bevatten, werd op de verkiezingsaffiches het nummer dat bij een partij hoorde extra benadrukt. De Kieswet bepaalt dat de uitslag van de vorige verkiezingen bepalend is voor de volgorde van de lijstnummers. De bij de vorige verkiezingen grootste partij krijgt lijstnummer 1, loting bepaalt het nummer van nieuwe partijen. Anders dan nu waren affiches uit de jaren dertig doorgaans niet voorzien van een foto van de kandidaat. Wel was het gebruik van symbolen en ondubbelzinnige leuzen in trek. Soms viel de klemtoon op de eigen boodschap, soms werd gewaarschuwd voor de tegenstander. Affiches geven een beeld van de tijd waarin ze gemaakt zijn. De oudste in Nijmegen bewaard gebleven verkiezingsaffiches dateren uit de jaren dertig. Zij belichten vooral de toen heersende economische crisis.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Verkiezingsuitslagen gepresenteerd op de Grote Markt 1949

De rol van de pers[bewerken]

Kranten, in Nijmegen vooral De Gelderlander en de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, speelden ook honderd jaar geleden al een rol bij de gemeenteraadsverkiezingen. Zij informeerden de kiezers over actuele politieke kwesties. Wel haalden, anders dan nu, de meeste mensen hun informatie uit slechts één bron. In de verzuilde samenleving lazen katholieken alleen katholieke kranten en beperkten protestanten zich tot de protestantse pers. Kranten drukten ook advertenties af van kiesverenigingen, later politieke partijen, waarin de kiezers werden aangemoedigd op hun kandidaat te stemmen. Ingezonden brieven bevorderden eveneens de meningsvorming. Na de verkiezingen meldden de kranten uitgebreid de uitslagen. Nijmegenaren die geen krant hadden konden de verkiezingsresultaten op borden in de buitenlucht bekijken, bijvoorbeeld op Plein 1944 en de van Broeckhuysenstraat (tegen de muur van het Nijmeegs Dagblad).

Verkiezingsbijeenkomsten[bewerken]

Verkiezingsbijeenkomsten waar kandidaat-raadsleden hun standpunten uiteenzetten zijn al een oud verschijnsel. Aanvankelijk preekte men vooral voor eigen parochie, later kwamen er in de aanloop naar de verkiezingen debatavonden waar sprekers van verschillende politieke partijen met elkaar en hun toehoorders in debat gingen. Politieke discussies werden en worden vaak georganiseerd door politieke partijen, maar ook door buurtcomités en politieke cafés. Regelmatig verschijnen hier zowel plaatselijke als landelijke politici.

Televisie en internet[bewerken]

In navolging van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1960 zag Nederland eveneens politici op televisie in discussie gaan. Met de komst van de televisie nam de invloed van de landelijke politiek op de gemeenteraadsverkiezingen toe. Het presenteren van de verkiezingsuitslagen is door de televisie eveneens sterk veranderd. Nu zijn tv-debatten een vast onderdeel bij alle verkiezingen zijn is ook de lokale televisieomroep van belang bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Tegenwoordig speelt internet een belangrijke rol. Politieke partijen en individuele politici hebben eigen websites en zijn via sociale media steeds beter bereikbaar voor de burger. Er bestaan verschillende stemwijzers die de kiezer helpen zijn keuze te bepalen.

Verwijzingen[bewerken]


Artikelen gemeenteraadsverkiezingen
1919 | 1923 |1927 | 1931 | 1935 | 1939 | 1946 | 1949 | 1953 | 1958 | 1962 | 1966 | 1970 | 1974 | 1978 | 1982 | 1986 | 1990 | 1994 | 1998 | 2002 | 2006 | 2010 |2014 |2018
Zie ook de overzichten op Categorie Verkiezingen en Categorie Politieke partijen en politici

Verantwoording[bewerken]

Gegevens verzameld als onderdeel van de tentoonstelling ‘Iedereen doet aan politiek. 100 jaar gemeenteraadsverkiezingen in Nijmegen’ ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden