header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Havendienst

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Nieuwe haven[bewerken]

Nijmegen heeft in 1851 een haven aan de westzijde en een haventje aan de oostzijde, dat in feite slechts dienst doet als noodhaven. In 1855 komt er een nieuwe grote haven ten westen van de oude stad. De oude haven aan de westzijde binnen de muren van de stad wordt ter onderscheiding van de grote nieuwe buitenhaven binnenhaven of Oude Haven genoemd.

Functionarissen[bewerken]

De havens, kade en havenkraan zijn door de gemeente verzorgde voorzieningen ten behoeve van de scheepvaart. Vier functies zijn bij deze dienstverlening te onderscheiden: een collecteur van het haven- en kadegeld; een collecteur van het kraangeld die tevens commissaris der beurtveren is; een havenmeester; een kademeester. De twee eerstgenoemde functies ressorteren onder de belastingdienst. Met het verdwijnen van de kraan in 1881 komt de functie collecteur van het kraangeld te vervallen. De combinatie van functies bij de belastingen en de 'havendienst' blijft gehandhaafd. De betrekking van collecteur van het haven- en kadegeld wordt in ieder geval vanaf 1866 en mogelijk al eerder uitgeoefend door de haven- en kademeester binnen de stad. De andere nog overgebleven functionaris, de havenmeester voor de buitenhaven, is vanaf 1869 tevens opzichter van de bewaarplaats voor petroleum.[1]

Dempen binnenhaven[bewerken]

In 1881 neemt de raad de beslissing de binnenhaven geheel te dempen.[2] Om de kosten van dit project binnen de perken te houden wordt vanaf 1883 de demping aan de ingezetenen overgelaten. De Nijmeegse burgerij krijgt bij de Oude Haven gelegenheid om puin en ander afval te storten.[3] Een van de redenen om de binnenhaven te dempen was een betere bescherming van de westelijke benedenstad tegen overstromingen. In het midden van de jaren tachtig van de 19e eeuw worden in dit stadsdeel keermuren gebouwd. In 1886 worden drie personen aangesteld als opzichter van de waterkerende werken aangesteld. Deze functie blijft gedurende heel de periode bestaan.

In het begin van de twintigste eeuw dringt de Kamer van Koophandel meerdere malen aan op vergroting van de bestaande haven of op de bouw van een nieuwe haven aan de oostzijde van de stad.[4] In 1904 bouwt de gemeente een strekdam aan de oostzijde van de stad, waardoor er extra mogelijkheden komen voor het aanmeren van schepen.[5] Een jaar later wordt een tweede aanlegsteiger aan de Waalkade gebouwd,[6] maar tot een vergroting van de bestaande haven of de bouw van een tweede haven komt het niet. Noch het Rijk, noch de provincie willen Nijmegen financiële steun verlenen voor deze geplande projecten.[7]

Personeel[bewerken]

Wat het personeel van de 'havendienst' aangaat kunnen we hier afsluiten met de mededeling dat twee functies resteren: de collecteur van het haven- en kadegeld en de haven- en kademeester. Eén persoon vervult deze beide functies. Sinds 1913 heeft de gemeente weer een havenkraan. Deze elektrische kraan wordt waarschijnlijk bediend door een werknemer van de Electriciteitswerken. Als we deze werknemer meerekenen, telt de 'havendienst' te Nijmegen drie functies, vervuld door twee personen.

In 1927 komt het Maas-Waalkanaal tot stand. Dit heeft positieve gevolgen voor het gemeentelijk havenbedrijf. Het personeel van dit onderdeel van de lokale overheid krijgt uitbreiding. Het personeelsbestand bestaat van 1919 tot 1927 slechts uit één persoon, de havenmeester|haven- en kademeester. Deze ontvangt naast zijn ambtelijk inkomen een collecteloon voor het innen van de haven- en kadegelden. Vanaf 1927 komen bij het 'havenbedrijf' twee extra ambtenaren in dienst die belast worden met de inning van gelden voor de losplaatsen aan het Maas- en Waalkanaal in Neerbosch en Hatert.

Centrale Vervoersdienst[bewerken]

Tot 1963 valt de Haven- en Kraandienst als zelfstandige tak van dienst rechtstreeks onder de verantwoordelijke wethouder. De dienst is belast met de handhaving van de haven- en kadeverordening, het afgeven van vergunningen voor gebruik van gemeentelijke laad- en losplaatsen, de inning van haven- en kadegelden en de verhuur van de gemeentelijke kranen. Met ingang van 1 juli 1963 wordt de haven- en kraandienst ondergebracht bij de Centrale Vervoersdienst. De exploitatiekosten van de havens en kaden worden rechtstreeks in de gemeenterekening verantwoord, evenals de geïnde haven- en kadegelden. Met ingang van 1982 lopen alle exploitatiekosten en -opbrengsten via de administratie van de Centrale Vervoersdienst. In 1971 wordt het kraanbedrijf geliquideerd. De loskraan wordt overgedragen aan een particuliere ondernemer. Als gevolg van de gemeentelijke reorganisatie wordt de Havendienst met ingang van 1 januari 1985 ondergebracht bij de dienst Economische Zaken.[8]

Voetnoten[bewerken]

  1. Tot oprichting van een bewaarplaats voor petroleum is besloten in 1868, zie gemeenteverslag, 1868, p. 14.
  2. Gemeenteverslag, 1881, p. 17.
  3. Gemeenteverslag, 1883, p. 19 en p. 36.
  4. Gemeenteverslag, 1902, bijlage O; gemeenteverslag, 1909, bijlage U.
  5. Gemeenteverslag, 1904, p. 26.
  6. Gemeenteverslag, 1905, p. 26.
  7. Gemeenteverslag, 1905, p. 27, 28.
  8. S.A.N. 1325 en jaarverslagen van de Centrale Vervoersdienst 1965-1984.

Bronnen[bewerken]

  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, Nijmegen, 1994.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945, Gemeentearchief Nijmegen, Nijmegen, 1995.
  • Nabuurs, N., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1945-1984, Gemeentearchief Nijmegen, Nijmegen, 1996.


Verantwoording[bewerken]

Bewerking van de resultaten van onderzoek, gedaan in de jaren 1994-1996, naar lokaal bestuur en gemeentelijke overheid in Nijmegen door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden