header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Indisch Nijmegen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Indische Nederlanders: een stille minderheid met een rijke historische achtergrond.

De ruim 6500 Indische Nederlanders of Indo-Europeanen vormen ongeveer 4% van de Nijmeegse bevolking. Samen met medeburgers die vanuit alle windstreken zich hier hebben gevestigd, vormen zij de kleurrijke stad die Nijmegen is geworden. Zij worden even genoemd in de Canon van Nijmegen, maar over de Indische Nijmegenaren staat er slechts dat zij sinds de jaren vijftig in grote aantallen in de stad waren komen wonen. Dieper op hun geschiedenis ging de Canon niet in.

Indisch gezin voor de Waalbrug.
In Nijmegen is er altijd al aandacht geweest voor het Indische. Maar dat was toch meer belangstelling voor het verhaal over Nederlandse gepensioneerden die hier van hun oude dag genoten. En over Nijmegen als de garnizoensstad waar de rekruten voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger werden opgeleid. Dat is de geschiedenis van de stad die vanwege de Indische invloeden voor een Bandoeng aan de Waal kon doorgaan. Na de oorlog zijn het in groten getale Indische Nederlanders van gemengd Europees-Indonesische afkomst die de stad bevolken en een eigen kleur geven. Wij vinden het wenselijk dat deze stllle minderheid een stem krijgt en dat aan de rijke historische achtergrond van de Indische Nijmegenaren in dit 51e venster aandacht wordt besteed.

De presentatie is – in samenwerking met het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis – gemaakt door Pieke Hooghoff, bekend van het boek Bandoeng aan de Waal, en door de historicus Humphrey de la Croix. Beiden zijn ook actief als redacteur, respectievelijk hoofdredacteur, voor de website [www.indischhistorisch.nl www.indischhistorisch.nl]

51e canonvenster

Canonlogoklein.jpg
De Canon van Nijmegen vertelt in 50 vensters de belangrijkste verhalen over de geschiedenis van Nijmegen. Omdat daarmee niet de hele geschiedenis is beschreven, biedt het Canonkabinet de mogelijkheid om een 51ste venster toe te voegen. Lees verder...

Iedere presentatie krijgt een blijvende plek in het Digitale Huis. Lijst met toegevoegde vensters:

Specifieke onderwerpen

De Nijmeegse KNIL-militair Theo Tempel was met zijn Indische zwangere vrouw tijdens hun verlof aanwezig bij de opening van de nieuwe Waalbrug, 16 juni 1936.
Op deze pagina staat meer informatie over de achtergrond en algemene geschiedenis van Indisch Nijmegen. Specifiekere onderwerpen zijn in de volgende afzonderlijke artikelen opgenomen:


Achtergrond

Wie zijn Indische Nederlanders?

Met Indische Nederlanders of Indo-Europeanen duiden we personen aan die zijn voortgekomen uit een relatie tussen een (meestal) Nederlandse man en een Indonesische vrouw in de tijd dat Indonesië nog Nederlands-Indië was. Uit die verbintenis zijn in de loop van eeuwen Indische families ontstaan. De term Indo is een afkorting van Indo-Europeaan en volgens sommigen vroeger sloeg die aanduiding op personen die lager op de sociale ladder stonden. Voor de meeste Indische Nederlanders is er die lading nu niet meer. Jongeren gebruiken het wel als geuzennaam om zich te onderscheiden. De benaming Indische Nederlander wordt gebruikt voor de gehele groep van Indo’s en Nederlanders die in de voormalige kolonie zijn geboren of oorsprong hebben. Je ziet vaak wel wie Indisch is, maar vaak ook niet. Bekende Indische Nederlanders zijn Joop Munsterman (FC Twente), Frits Bolkestein, voetballer Jhon van Beukering, Patty Brard, Geert Wilders, Mei Li Vos, Winny Sorgdrager en Ernst Jansz.

Indische Nijmegenaren

De ruim 6500 Indische Nederlanders of Indo-Europeanen vormen ongeveer 4% van de Nijmeegse bevolking. Samen met medeburgers die zich hier vanuit alle windstreken hebben gevestigd, vormen zij de kleurrijke stad die Nijmegen is geworden. Na het einde van de Nederlandse koloniale overheersing van de Indonesische archipel, hebben de Indische Nederlanders tussen 1945 en 1965 hier een nieuw bestaan moeten opbouwen Als Nederlanders waren ze uiteindelijk niet meer welkom in het land waarvan ze altijd inwoner waren geweest en dat ook hún land was. De Indische Nederlanders werden eigenlijk gedwongen te vertrekken naar het vaderland dat de meesten nog nooit hadden gezien. Hun Nederlandse opvoeding en opleiding maakten het gelukkig makkelijker om zich hier aan te passen.

De inburgering van Indische Nederlanders lijkt een geruisloos verlopen proces te zijn geweest. Dat verklaart mogelijk waarom ze minder opvallen. Indische Nederlanders zijn er van huis uit altijd erg trots op geweest te hebben behoord tot de Europese laag van de Indische bevolking. De Japanse bezetting en daarna de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd kwamen daarom als een harde klap aan. Hun inburgering in Nederland ging samen met het zogeheten Indisch zwijgen, met het niet praten over hun geschiedenis die niet los is te zien van de Nederlandse. Het steekt Indische mensen in het bijzonder dat de meeste Nederlanders weinig of niets weten van hun geschiedenis. In het bijzonder van de tragische perioden van de Japanse bezetting en de bloedige Indonesische vrijheidsstrijd van 1945 tot 1950. Die zwijgzaamheid verborg een stil lijden en de behoefte de trauma’s, opgelopen in de oorlogen en door het gedwongen vertrek naar Nederland, naar buiten te brengen.

Indiëgangers

In Nijmegen woonde voor 1940 een behoorlijk aantal Oud Indischgasten die in Indië rijk waren geworden. De stad met zijn fraaie singels en woonhuizen trok Oud Indiëgangers als planters, bestuursambtenaren en industriëlen. Zij lieten kapitale villa’s bouwen, vooral in de wijken Hunnerberg, in Hees en Hatert en aan de uitvalswegen. Een mooi voorbeeld is de villa Padang op de Groesbeekseweg 181, een ontwerp van P. Buskens. Ook in Beek-Ubbergen verrezen hun landhuizen.

In de wijk Hees stond Huize Insulinde, een bijzonder tehuis voor militairen en verlofgangers en Indische repatrianten dat tussen 1918 en 1970 heeft bestaan. Tijdens zijn bestaan heeft het tehuis aan maximaal vijfenvijftig bewoners plaats geboden. In de loop der tijd is de villa voor korte of langere periode door duizenden mensen bewoond. Met deze bijzondere Indische enclave in Nijmegen is een voorbeeld van particuliere opvang van (oud)-KNIL militairen en Indiëgangers geschetst.

Gebroeders Theo, Frans, Emile en Joop dobbelmann vertrokken in 1919 naar Indië op zoek naargrondstoffen als palmolie.

Sommige Nijmeegse bedrijven hadden dochterondernemingen in Indië, zoals de Gelderland Papierfabriek in Padalarang, nabij Bandoeng. Daar werkte in de jaren twintig Marinus Spillenaar Bilgen, een chemisch ingenieur, die in Indië was geboren. Hij vertrok naar de onderneming in Nijmegen en kwam tijdens de oorlog in het verzet terecht. Vlak voor de Nijmeegse bevrijding is hij opgepakt en gefusilleerd. Een viertal broers Dobbelmann ging in Indië op zoek naar grondstoffen als palmolie voor de zeepfabricage. Een meer idealistische groep die vanuit Nijmegen naar Indië vertrok, waren de missiegeestelijken die hun roeping volgden voor zielzorg, onderwijs of medische zorg. In Nijmegen bevonden zich tientallen kloosters van waaruit zij in Indië naar de missie gingen.

Bandoeng aan de Waal, Indisch Nijmegen voor 1940

Bandoeng aan de Waal is een begrip geworden. Het staat voor waardig Indisch én Nijmeegs erfgoed. Het boek Bandoeng aan de Waal gaat over Indische Nijmegenaren aan het begin van de twintigste eeuw. Het zijn gesprekken die gevoerd zijn met Nijmegenaren die Indisch en Nijmeegs zijn of Nijmeegs Indiëganger. Bij de themaavond Bandoeng aan de Waal van het Nijmeegse festival Wintertuin bepleitte de auteur Alfred Birney de Indische geschiedenis in Nederland meer te laten opgaan in de Nederlandse geschiedenis. In Nijmegen wonen mensen met een Indische achtergrond, nakomelingen van kolonialen en andere Indischgasten. Enkele illustere Indische Nijmegenaren zijn schrijver Tjalie Robinson, schilder Jan Toorop en acteur Willem Nijholt.

Migratie naar Nederland

Kinderen De la Croix in de kolpingstraat. Een deel van de nieuwbouw in de Kolpingbuurt (1954) was bedoeld voor de huisvesting van de Indo’s.
Toen ze niet meer welkom waren in het onafhankelijke Indonesië omdat ze Nederlanders waren, zijn er tussen 1945 en 1965 meer dan 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland gerepatrieerd. In Nijmegen wonen er nu naar schatting ruim 6000. Voor velen was het geen repatriëring, maar een ongewilde migratie. Door de opheffing

van het KNIL in 1950 vertrokken ook veel ex-KNIL-militairen. Door de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië vertrokken er na 1962 nog eens 14.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Tot 1964 konden door de noodsituatie van spijtoptanten in de jaren zestig circa 25.000 alsnog naar Nederland komen en Nederlander worden.

Lees ook het artikel Huisvesting in contractpensions, woonoorden en nieuwbouw

De postkoloniale migranten

Voor de migranten ging een uitgebreid proces van inburgering van start. Op voorlichtingsbijeenkomsten werden ze voorbereid door films over het leven in Nederland. Zij kregen uitgebreide huishoudelijke instructies over het klaarmaken van Nederlands eten, het huishoudbudget en de was. Ook werden taalcursussen gegeven. De Indische Nederlanders kregen kledingpakketten aangeboden voor het Nederlandse klimaat. Maatschappelijk werkers ‘bewaakten’ de vorderingen van de nieuwe burgers. Het meubelvoorschot dat ze ontvingen voor de eerste kosten van woninginrichting moest worden terugbetaald. Hierdoor voelden de nieuwkomers zich heel ongastvrij behandeld. De herinnering hieraan leidt ook nu nog wel tot boosheid.

Indische identiteit en de rol van het verleden

Indische Nederlanders zijn al meer dan 50 jaar geïntegreerd in de Nederlandse samen- leving. Hun loopbaan, privéleven, politieke mening, de mate waarin ze werkloos of crimineel zijn, verschillen niet van die van andere Nederlanders. Indische mannen en vrouwen trouwen met andere Nederlanders en ook wel, maar in veel mindere mate, onderling. Door deze integratie vallen ze in de buitenwereld niet zo erg op, als ze al erg opvielen. Het is net alsof je per generatie minder ziet of iemand Indisch is.

Indische rijsttafel

Toch weten de Indische Nederlanders een eigen authentieke binnenwereld in stand gehouden. Daar is alle ruimte voor de Indische identiteit. De combinatie muziek, dans en eten neemt een grote plaats in binnen die eigen Indische sfeer. vroeger was er altijd wel een Indische huiskamer te vinden waar werd gedanst op rock-and-roll en krontjong muziek. Het gevoel Indisch te zijn leeft nog steeds bij iedere nieuwe generatie, ook al kunnen de jongeren de recepten van oma niet maken of spreken ze geen Maleis.

Zie ook het artikel Herdenking Tweede Wereldoorlog en Bersiaptijd

Straatnamen Indische Nijmegenaren

De inburgering van de Indo’s is succesvol en daardoor best onopgemerkt verlopen. Hun betrokkenheid bij de Nijmeegse samenleving zal nu tot uiting komen in het nieuwe stadsdeel de Waalsprong. Er komt een buurt in het zuiden van Groot Oosterhout, de Grote Boel, waar de namen van Indische Nijmegenaren aan straten worden toegewezen. De gemeente heeft het voorstel van Pieke Hooghoff, gesteund door de Indische gemeenschap, in 2008 goedgekeurd. De bouw is door de economische crisis uitgesteld.

Indische initiatieven en organisaties

Het Platform Indische Organisaties Nijmegen e.o. (PION) is een Indisch netwerk waarin Indische organisaties in Nijmegen en omgeving hun activiteiten op elkaar afstemmen en promoten. Die activiteiten zijn de maandelijkse Indische eettafel in het Oud Burgeren Gasthuis, de herdenking op 14 augustus van gevallenen in de oorlogen in het Verre Oosten, feestavonden in het Kolpinghuis, de inloopmiddagen Masoek Sadja voor senioren, het IndoFILMCafé en het doen van onderzoek naar de Indische geschiedenis. Sinds 2006 is er op 14 augustus in het stadhuis een herdenking van slachtoffers uit de regio Nijmegen die in de periode 1941 tot 1950 in het Verre Oosten zijn gevallen, militairen, burgers, Indisch en niet-Indisch.


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden