Indisch Nijmegen:Huisvesting in contractpensions, woonoorden en nieuwbouw

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

src=http://studiezaal.nijmegen.nl/HttpHandler//icoon.ico?icoon=13806654%7Curl=http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=116307"}}

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Noodbarakken in de Tollensstraat (1951)

De helft van de Indische Nederlanders zorgde zelf voor huisvesting via familie of kennissen. De Nederlandse regering sloot contracten met hotels en pensions voor de opvang van de andere Indisch Nederlandse migranten. Zij werden gehuisvest in contractpensions, woonoorden, en in zomerhuisjescomplexen. In Nijmegen waren er noodbarakken in de Tollensstraat langs het spoor en in de Ten Hoetstraat. De contractpensions waren sober ingericht. Er waren echter wel veel regels waar de bewoners zich aan moesten houden. Dit werd gecontroleerd door de pensionhouder.

Al snel waren de contractpensions en andere huisvestingsmogelijkheden vol en moest de Nederlandse overheid zoeken naar alternatieven. Toen werden de vroegere interneringskampen uit de oorlog met nieuwe namen veranderd in woonoorden en opvangcentra voor Indische Nederlanders. Begin jaren ‘50 werd de Kolpingbuurt bij de Muntweg gebouwd, mede ten behoeve van Indische Nederlanders. Gemeenten waren wettelijk verplicht gerepatrieerden te huisvesten. In de volksmond werd dit stukje Nijmegen de trassibuurt genoemd, naar een sterk ruikend ingrediënt uit de Indische keuken.

Verantwoording

Tekst uit de tentoonstelling voor het 51e canonvenster Indisch Nijmegen (2012)

Commentaar

<comments hideForm="false"/> of, lees de overige commentaren ...