header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Katholieke Woningvereniging Kolping

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Katholieke Woningvereniging Kolping
Andere naam (namen):
  • Roomsch-Katholieke Arbeiderswoningvereniging Kolping

Bestaansperiode: 1947 - 1998
Rechtsvorm: Vereniging, later stichting
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog was de woningnood in Nijmegen extreem groot. Niet alleen waren veel woningen verwoest of beschadigd door de oorlogshandelingen in 1944 en 1945, ook was er tijdens vijf jaar bezetting nauwelijks gebouwd. De woningnood werd verergerd door de naoorlogse geboortegolf. In Nijmegen bestonden enkele woningbouwverenigingen. De oudste en grootste, Woningvereniging Nijmegen (WVN), was in 1906 opgericht vanuit de stedelijke bovenlaag en had nauwe banden met de gemeente; de andere verenigingen waren veel kleiner en beperkten zich tot specifieke groepen: socialistische arbeiders (De Gezonde Woning), spoorwegarbeiders (De Gemeenschap) en christelijke vakbondsleden (Eigen Haard). Het was de Kolpingvereniging die zich op jonge, katholieke arbeiders richtte, een doorn in het oog dat geen woningbouwvereniging specifiek opkwam voor haar achterban.

Geschiedenis

Het plan om woningbouwvereniging ten behoeve van jonge, katholieke arbeiders op te richten kwam van pater H. van Ruth SJ, de geestelijk adviseur van de Kolpingvereniging. Ze werkte hierin samen met de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB). In 1947 kwam Arbeiderswoningvereniging Kolping tot stand. De vereniging werd vernoemd naar de Duitse priester Adolph Kolping (1813 – 1865), die zich had ingezet voor jonge arbeiders. De eerste voorzitter van de woningbouwvereniging werd W.G. Beeken, die tot 1967 in functie bleef. Wie in de beginperiode aanspraak op een woning wilde maken, moest lid van de vereniging worden. Na de koninklijke goedkeuring in 1949 kon men gaan bouwen. Vanaf het begin was het de ambitie om Woningvereniging Nijmegen (WVN) naar de kroon te steken, zo niet in omvang dan toch wel in invloed. Twee factoren begunstigden dit streven. Onder leiding van directeur Beeken voerde de vereniging een ambitieus beleid en stapte in projecten die het meer gouvernementeel ingestelde WVN afwees. Een voorbeeld is de bouw van de prefab huizen in de wijk Jerusalem begin jaren vijftig. De tweede factor was de absolute meerderheid die de katholieke KVP in de Nijmeegs gemeenteraad bezat en die zich in een vriendelijke houding jegens Kolping uitte. Tussen 1950 en 1990 breidde Nijmegen zich snel uit. Ten oosten, ten zuiden, maar vooral ten westen van de vooroorlogse bebouwde kom werden grote complexen arbeiderswoningen uit de grond gestampt in de wijken Brakkenstein, Hatertse Hei, Hatert, Neerbosch-Oost, Dukenburg (na 1965) en Lindenholt (na 1980). Omdat de gemeente Kolping vanaf de jaren zestig als een van de twee grote woningbouwverenigingen in de stad beschouwde, kreeg de vereniging vanaf toen steeds een derde deel van de nieuwbouwwoningen toegewezen. WVN, de andere grote, kreeg eveneens een derde, terwijl de vier kleine woningcorporaties samen het restant mochten bouwen. Het woningbezit van Kolping groeide dan ook snel: 0 in 1950, 1600 in 1960, 4400 in 1970, 8800 in 1985 en 9500 in 1995. Begin jaren zeventig verschoof het zwaartepunt in het volkshuisvestingsbeleid naar renovatie en stadsvernieuwing. Veel woningwetwoningen uit het interbellum en de wederopbouwperiode waren met materiaal van matige kwaliteit gebouwd. Om hun levensduur te verlengen en de leefbaarheid van wijken te vergroten begon in de jaren zeventig een ambitieus programma van renovatie en wijkverbetering. Hoewel Kolping geen vooroorlogs bezit had, speelde de vereniging wel een vooraanstaande rol in de Nijmeegse stadsvernieuwing, doordat ze zich toelegde op Bottendaal en Altrade, oudere wijken vol vervallen particulier woningbezit en in Bottendaal ook industrie die gesaneerd moest worden. De woningbouwverenigingen in Nederland waren in de jaren van wederopbouw en woningnood met ‘gouden koorden’ verbonden geraakt met de rijksoverheid, die de sector enerzijds met miljarden guldens ondersteunde, anderzijds rechtstreeks, en indirect via de gemeenten, de touwtjes strak in handen hield. Staatssecretaris E. Heerma (CDA) maakte begin jaren negentig een einde aan deze innige relatie. De woningcorporaties moesten financieel zelfstandig worden en zich bestuurlijk moderniseren (bijvoorbeeld door zich om te vormen van een vereniging in een stichting). In het hele land concludeerden corporaties dat ze alleen konden overleven door schaalvergroting. Terwijl WVN – inmiddels omgedoopt tot Portaal – uitgroeide tot een landelijke corporatie, koos Kolping voor de regio. Per 1 januari 1999 kreeg de fusie met de veel kleinere Woningstichting Mgr. dr. Ariëns uit Wijchen haar beslag. De fusiecorporatie ging Stichting Talis Woondiensten heten.

Taken en activiteiten

Bouwen, beheren en verhuren van goede en goedkope woningen, plus taken die hieruit voortvloeien zoals de bouw van winkels, bejaardenwoningen en verzorgingshuizen. Stadsvernieuwing en wijkbeheer.

Organisatie

De eerste jaren lag het zwaartepunt bij het bestuur en de ledenvergadering. Omdat veel huurders – tegen de bedoeling van de oprichters - geen lid van de vereniging waren, voldeed de ledenvergadering niet. Ze werd daarom in 1971 vervangen door een ledenraad, die de woningcomplexen van Kolping vertegenwoordigden. Terwijl bestuursleden in de jaren vijftig nog uitvoerende taken (huur ophalen, onderhoud) verrichtten, groeide de organisatie daarna uit tot een omvangrijk en professioneel werkapparaat dat eind jaren negentig honderd medewerkers telde. In tegenstelling tot de eerste twee directeuren - vader W.G. Beeken (tot 1968) en zoon C. Beeken (1968-1992), die de organisatie sterk domineerden - was de positie van de derde directeur, C. Strik (vanaf 1992), ingebed in een managementteam. Ten opzichte van het bestuur werd zijn positie juist versterkt, toen hij in 1994 tot ‘statutair directeur’ / bestuurder werd benoemd en het bestuur zelf werd omgevormd tot raad van toezicht.

Locatie

1947-1998:Nijmegen

Bronnen

  • Rob Wolf, Op weg naar Talis. De geschiedenis van de woningcorporaties Kolping te Nijmegen en Mgr. Dr. Ariëns te Wijchen, 1937-1947-1999. Nijmegen 1999;
  • Rob Wolf, De Gezonde Woning. Honderd jaar volkshuisvesting in Nijmegen. Nijmegen 2011.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door Rob Wolf. (2019)



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden