header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Klooster Bethlehem

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens vrouwenklooster
Straatnaam : Bethlehemstraat
Orde: aanvankelijk congregatie van Windesheim, daarna Franciscaanse orde
In gebruik vanaf: 1469
In gebruik tot en met: 1591


Geschiedenis[bewerken]

Het klooster Bethlehem is begonnen als begijnhof in 1410. In dat jaar stelde Margaretha van Mekeren haar woning, gelegen buiten de stadsmuren bij de Hessenberg, beschikbaar voor de stichting van een begijnengemeenschap, waarvan zijzelf de eerste overste werd. In 1463 deed Catharina van Kleef, echtgenote van hertog Arnoud van Gelre, een schenking aan de gemeenschap. Daarbij werd de open gemeenschap omgevormd tot een besloten convent en tevens werd de naam Bethlehem geïntroduceerd.

De officiële erkenning van Bethlehem volgde in 1469, toen de aartsbisschop van Keulen de zusters de Derde regel van St. Franciscus voorschreef en hen onder toezicht van de reguliere kanunniken van Windesheim plaatste. Nog datzelfde jaar werd deze erkenning door paus Paulus II bevestigd. Ook verhuisden de zusters naar een aangelegen woning. Daar zou het klooster tot 1591 gevestigd blijven, gelegen aan de Bethlehemgas en omklemd door de Hezelstraat, het klooster Hessenberg en het klooster Sprongsberg. Dit laatste klooster kwam eind 16de eeuw overigens in bezit van Bethlehem. In 1591 werd het klooster Bethlehem opgeheven als gevolg van het Beleg van Nijmegen.

Van Windesheim naar Utrecht[bewerken]

Aanvankelijk stond de kloostergemeenschap dus onder direct toezicht van de Windesheimers, maar omstreeks 1470 sloot Bethlehem zich aan bij het kapittel van Utrecht. Dit kapittel was nauw verwant aan dat van Windesheim, maar het bestond hoofdzakelijk uit vrouwenconventen, die allen de Derde regel volgden. De Windesheimers moesten echter de regel van St. Augustinus aannemen. Dit laatste deed het klooster Bethlehem pas in 1569, toen de bisschop van Roermond in dat jaar de zusters nogmaals op de kloostertucht attent maakte en hun daarbij de strengere regel van Augustinus oplegde.

Omvang[bewerken]

Bethlehem is nooit uitgegroeid tot een grote gemeenschap. Bij de stichting van het begijnhof waren er vier devote vrouwen onder leiding van een overste. Door schenkingen van Catharina van Kleef en hertog Adolf van Gelre in 1463 en 1465 groeide het aantal zusters naar zeven, waardoor de totale omvang op negen personen uitkwam (inclusief de overste en de abt).

Gezien de omvang van de gemeenschap is het niet waarschijnlijk dat het kloostercomplex erg omvangrijk is geweest. Hoewel de genoemde aartsbisschop Robert in 1469 toestemming verleende voor het bouwen van een kloosterkapel, zal dit vermoedelijk nooit zijn gebeurd; de bronnen maken hiervan tenminste geen melding en bij archeologisch onderzoek op de Hessenberg in de jaren 1994-1995 zijn ook geen restanten aangetroffen van een mogelijke kapel.

Verschillende functies[bewerken]

Na de sluiting van het klooster in 1591 kwam het complex in handen van de stad. In de volgende eeuwen werd het voor tal van doeleinden gebruikt, maar in hoofdzaak ofwel voor bewoning ofwel als spinhuis. Er zijn tussen 1600 en 1800 tal van pogingen ondernomen om rendabele spinnerijen van de grond te krijgen, maar deze zijn allen op niets uitgelopen, een enkele uitzondering daargelaten. In de tweede helft van de 19de eeuw werd in het voormalige kloostercomplex ten slotte de HBS gevestigd, die daar tot 1899 heeft gezeten. In 1899 werd het gebouw verkocht aan het R.K. Armenbestuur. Van het voormalige klooster Bethlehem is tegenwoordig niets meer over, mede als gevolg van het bombardement van 22 februari 1944, waarbij het complex zwaar beschadigd werd. Het enige wat ons nog rest, is de naam van het steegje waaraan het klooster gelegen was: de Bethlehemgas, nu Bethlehemstraat geheten.

Bronnen[bewerken]

  • Cissen, Martijn, Vrouwenkloosters en begijnhuizen in Nijmegen (Nijmegen, 2004).
  • Schevichaven, H.D.J. van, Oud-Nijmegens kerken, kloosters, gasthuizen, stichtingen en openbare gebouwen (Nijmegen 1909).

Verwijzingen[bewerken]

Verantwoording[bewerken]

Bewerking van Martijn Cissen, Vrouwenkloosters en begijnhuizen in Nijmegen (Nijmegen, 2004) door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden