header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Klooster Hessenberg

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens vrouwenklooster
Straatnaam : Hessenberg
Orde: Franciscaanse orde
In gebruik vanaf: circa 1450
In gebruik tot en met: 1591


Geschiedenis[bewerken]

Uiterlijk in het jaar 1380 stichtte Rudolf van Watselaar een begijnhuis op één van de heuvels buiten de muren van de stad. Omdat dit gebied toentertijd gerekend werd tot het gebied van Hees, werd deze heuvel in de volksmond de ‘Hezeschen-’ of ‘Hessenberg’ genoemd. Het latere klooster op deze berg is hiernaar dan ook genoemd. Het klooster lag ingeklemd tussen de huidige Doddendaal, Pijkegas en het klooster Bethlehem. In enkele bronnen wordt dit klooster aangeduid als St.Petersberg.[1] Waar deze naam vandaan komt, is onduidelijk.

Waarschijnlijk namen de zusters van Hessenberg tussen 1442 en 1450 de Derde Regel van St. Franciscus aan en werd hun convent omgevormd tot een kloostergemeenschap. Mogelijk zijn zij gedurende de volgende decennia toegetreden tot de tertiarissencongregatie van Keulen, waarvan bekend is dat er één Nijmeegs klooster bij was aangesloten. Zeer waarschijnlijk gaat het om Hessenberg, aangezien het andere aanzienlijke tertiarissenklooster in de stad, Bethlehem, bij het kapittel van Utrecht was aangesloten.

In 1591 werd het klooster opgeheven als gevolg van het Beleg van Nijmegen, waarbij Nijmegen in handen viel van de protestanten. Vanaf 1638 werd het in gebruik genomen door het Arme Kinderen Weeshuis (zie verderop).

De gemeenschap[bewerken]

Het klooster Hessenberg was zeker het grootste en, na Maria Magdalena, ook het rijkste en meest aanzienlijke klooster in Nijmegen. In haar bloeitijd, eind vijftiende en begin zestiende eeuw, telde het zo’n 90 zusters.[2] Niet voor niets installeerde de bisschop van Roermond zich bij zijn bezoek aan de stad in 1569 juist in dit klooster. Evenals Mariënburg beschikte het klooster over een eigen kapel, die gebouwd was in 1420 en rond 1450 in het bezit van het klooster was gekomen. Deze kapel zal veel op die van Mariënburg hebben geleken. Na 1580, toen het klooster werd opgeheven door de protestantse raad, was het met de rijkdom echter gedaan. De gemeenschap, die nog maar een derde bedroeg van het aantal uit de bloeitijd, leefde hoofdzakelijk van liefdadigheid. Er volgde nog een kort herstel in 1585, maar in 1591 kwamen de protestanten definitief aan de macht. Het klooster werd in dat jaar opgeheven.

Het Arme Kinderen Weeshuis[bewerken]

Na de sluiting van het klooster werd het complex een tijdlang voor tal van doeleinden gebruikt, tot de stad in 1638 het complex (aanvankelijk gedeeltelijk) beschikbaar stelde aan de diakenen. Zij waren belast met de opvang van zogenaamde ruiters- of houkinderen, d.w.z. kinderen van wie de ouders geen burgers van Nijmegen waren. Zo raakte het Arme Kinderen Weeshuis verbonden met het voormalige klooster Hessenberg. In 1817 werd het AKW omgezet in het Rooms Katholiek Weeshuis. Hoewel het complex in 1944 zwaar beschadigd raakte en daarna slechts provisorisch gerestaureerd werd, bleef het weeshuis daar tot 1953 gevestigd.

Van het kloostercomplex is al sinds tijden niets meer te zien. De kerk stortte in 1674 in tijdens een storm en de ruïne werd in 1696 in het weeshuiscomplex geïntegreerd. Aan het complex zelf zijn vooral omstreeks 1640, 1845 en 1954 grootschalige verbouwingen gedaan, waarbij veel elementen uit de voormalige kloostergebouwen verdwenen. Van het voormalige weeshuis resteert nu enkel nog het toegangspoortje uit 1640; de rest is eind jaren ’90 van de twintigste eeuw afgebroken om plaats te maken voor het uiteindelijk niet doorgegane nieuwbouwproject ‘Flash Gordon’. Tegenwoordig rest ons niets anders meer dan de naam van het gebied: de Hessenberg.

Voetnoten[bewerken]

  1. Het klooster wordt zo genoemd in een codex uit 1446: L. Sormani, Inventaris van het burger-kinderen-weeshuis, het arme-kinder-weeshuis en de beide weeshuizen te Nijmegen (Nijmegen 1915) nr.957; to Nymegen op sunte Petersberch en tevens in handschrift uit 1504; Het Archief, codices nr.29. Ook komen we deze naam tegen in een regest gedateerd 6 okt. 1462: W.E. Smelt, Het Oud-Archief der gemeente Zutphen 2 dln. (Utrecht 1941) dl.2 nr.860; in domo sui conventus montis sanctie Petri. Uit F. Gorissen (red.), Stedeatlas van Nijmegen (Kleef 1956) 121 en het onderzoek van Joost van Oort naar de handschriften van Hessenberg.
  2. Het klooster betaalde aan de parochiekerk als canonica portio voor elke persoon boven het aantal van 50 een halve boddreger en betaalde bijgevolg in 1489 voor 76, in 1493 voor 88, in 1494 voor 86 en in 1495 eveneens voor 86 personen. Daarna lopen de aantallen terug; in 1505 en 1506 werd er betaald voor nog slechts resp. 67 en 66 personen; Gorissen, Stedeatlas 121.

Verwijzingen[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Cissen, Martijn, Vrouwenkloosters en begijnhuizen in Nijmegen (Nijmegen, 2004).
  • Gorissen, F. (red.), Stedeatlas van Nijmegen (Kleef 1956) 120-121.

Verantwoording[bewerken]

Bewerking van Martijn Cissen, Vrouwenkloosters en begijnhuizen in Nijmegen (Nijmegen, 2004) door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden