header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Lintjesregen 2013

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Burgemeester drs. H.M.F. Bruls reikte op vrijdag 26 april 2013 ter gelegenheid van Koninginnedag negen Koninklijke onderscheidingen uit.

De heer Th.J.G. Adriaansen (66), Lid in de Orde van Oranje-Nassau[bewerken]

De heer Adriaansen is de drijvende kracht achter de organisatie van de jaarlijkse herdenking van de Waaloversteek 1944 aan de Oosterhoutsedijk en voor de schoolkinderen van BS De Oversteek, veteranen en nabestaanden (nationaal en internationaal). Hij doet dit in nauwe samenwerking met de Amerikaanse ambassade en het Nationaal Bevrijdingsmuseum en verschillende veteranenorganisaties. Zijn belangeloze en persoonlijke inzet bij het organiseren van deze jaarlijkse herdenking overstijgt de belangen van de school. Sinds 1987 heeft hij nog voor andere organisaties vrijwilligerswerk verricht dat belangrijk is voor o.a. de onderlinge samenhang en het leefklimaat in de wijk Neerbosch-Oost. Hij was lid van de budgetcommissie van de wijk, redactielid/hoofdredacteur van de Partituur en lid van de beheerscommissie van wijkcentrum De Schalmei. Daarnaast was hij lid van de activiteitencommissie die de rommelmarkten verzorgde en gaf ondersteuning aan toneelgroepen, cd avonden, en vrijwilligersavonden. Tevens is hij betrokken geweest bij de KNWU wielerronde Neerbosch-Oost. En was hij bestuurslid van Drumband en Majorettekorps Neerbosch-Oost.

De heer prof.dr. H.G. Brunner (56), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw[bewerken]

Prof. Brunner studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij specialiseerde zich aan de Radboud Universiteit Nijmegen in Klinische Genetica. In 1998 werd hij benoemd als hoogleraar en als hoofd van de afdeling Genetica van het UMC St Radboud. Professor Brunner is een eminent klinisch geneticus, internationaal geroemd vanwege zijn vermaarde kennis van duizenden zeldzame syndromen, maar vooral als genetisch onderzoeker die de vertaalslag van basaal wetenschappelijk onderzoek naar routine diagnostiek als geen ander weet te maken. Hij is een zeer inspirerend spreker en als leidinggevende bij uitstek in staat talentvolle wetenschappers en clinici te identificeren en te motiveren. Onder leiding van professor Brunner heeft de Nijmeegse afdeling Genetica zich ontwikkeld tot de internationale top op het gebied van genetisch onderzoek en genetische diagnostiek. Professor Brunner is bij uitstek een verbinder, iemand die niet alleen arts, onderzoeker en diagnosticus bij elkaar brengt en ervoor zorgt dat ze samen gaan werken, maar ook samenwerking tussen verschillende disciplines realiseert. Tot zijn vele wetenschappelijke nationale en internationale functies behoren het voorzitterschap van de ZonMw VICI commissie, voorzitter van de wetenschappelijke commissie van de European Society of Human Genetics (ESHG). Samenvattend kan worden gesteld dat professor Brunner een zeer vooraanstaand wetenschapper is die internationaal uitzonderlijk groot gezag geniet. Zijn onderzoek op het terrein van (mentale) genetische aandoeningen en syndromen en zijn grote maatschappelijke inzet op dit terrein zijn van zeer grote betekenis voor patiënten en hun verwanten in Nederland maar ook daarbuiten.

De heer prof.mr. C.J.H. Jansen (51), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw[bewerken]

Professor Jansen (51) studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht. In 1987 promoveerde hij aan deze universiteit. In 1998 werd hij benoemd tot hoogleraar Rechtsgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sinds 2007 is hij hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk Recht aan deze universiteit. Tevens is hij sinds 2001 als bijzonder hoogleraar Rechtsgeschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Betrokkene is een van de meest gezaghebbende experts op het vlak van het juridische leven ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Zijn boek "Doorgaan of stoppen? Enkele beschouwingen over recht en rechtsbeoefening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog" (2006) is een bundeling van gewaardeerde en veelbesproken artikelen.Het boek is van een grote betekenis voor de Hoge Raad en de Nederlandse samenleving, omdat hiermee een belangrijk element aan de nationale geschiedschrijving is toegevoegd. Professor Jansen is ook een expert en autoriteit op het gebied van het moderne arbeidsrecht, en één van de meest gewaardeerde docenten. Hij is de afgelopen jaren intensief betrokken geweest bij het bedenken, vormgeven en implementeren van nieuwe opleidingen, cursussen en trajecten.

De heer prof.dr. J.M.A.M. Janssens (66), Officier in de Orde van Oranje-Nassau[bewerken]

Professor Janssens studeerde Sociologie aan de Universiteit van Tilburg. Na zijn afstuderen in 1971 werkte hij als wetenschappelijk onderzoeker bij het IVA, het Instituut voor wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Tilburg. In 1977 promoveerde hij aan dezelfde universiteit op het proefschrift “ Begeleiding van ouders van geestelijk gehandicapte kinderen”. In 1977 werd professor Janssens benoemd als Universitair Hoofddocent bij de vakgroep Orthopedagogiek van de Radboud Universiteit Nijmegen. In 1997 werd hij benoemd als hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning en Methoden. Van 1997 tot 2011 was hij tevens directeur van het Onderwijsinstituut Pedagogiek en Onderwijskunde en vanaf 2011 tot heden is hij directeur van het Onderwijsinstituut Maatschappij wetenschappen. Professor Janssens heeft een uitmuntende wetenschappelijke carrière opgebouwd. Als hoogleraar Opvoedings- en Gezinsondersteuning en als specialist op het terrein van interventies en behandeling heeft hij talrijke wetenschappelijke artikelen gepubliceerd, vele promovendi begeleid en aanzienlijke externe subsidies verworven. Hij draagt zijn vakgebeid met verve uit. Of het nu gaat om voorlichting aan abituriënten en hun ouders, om onderwijs aan bachelor- en masterstudenten of om scriptiebegeleiding. Steeds zijn de reacties en beoordelingen zeer positief. Deze kwaliteiten worden ook in het buitenland erkend: hij is gastdocent aan de universiteit van Tenerife, de universiteit van Semarang en van de Atma Jaya Universiteit in Jakarta. Samenvattend kan worden gesteld dat professor Janssens door de combinatie van zijn wetenschappelijke en bestuurlijke activiteiten zeer succesvol bruggen slaat tussen de academische wereld en het veld en oplossingen creëert voor de vaak zo weerbarstige problematiek van jeugd en gezin. Zijn verdiensten voor het maatschappelijk veld zijn groot.

De heer prof.dr.ir. M.S.M. Jetten (51), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw[bewerken]

Professor Jetten studeerde Moleculaire wetenschappen aan de Wageningen Universiteit en promoveerde daar in 1991 summa cum laude op een onderwerp uit de anaerobe microbiologie. Sinds 2000 is professor Jetten hoogleraar ecologische microbiologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij sinds 2002 bijzonder hoogleraar Environmental Microbiology aan de TU Delft. In 2010 werd hij gekozen tot lid van de KNAW; een groot eerbetoon voor zijn wetenschappelijke carrière. Voor zijn onderzoek verwierf professor Jetten de afgelopen 16 jaar meer dan 20 miljoen euro aan financiële steun. Hij ontving in 2008 de prestigieuze Europese ERC Advanced Grant en onlangs ontving hij de Spinozapremie 2012 van de NWO, de hoogste onderscheiding in Nederland op wetenschappelijk gebied. Professor Jetten behoort tot de wereldtop op het terrein van de ecologische microbiologie. Hij ontleent zijn gezag aan een combinatie van wetenschappelijke excellentie, resultaatgerichtheid en strategische visie. Met deze kwaliteiten weet hij zijn medewerkers te stimuleren om maximaal gebruik te maken van elkaars expertise, competenties en kennis. Door zijn enthousiasme, zijn brede wetenschappelijk belangstelling, internationale reputatie en inspirerende persoonlijkheid, trekt professor Jetten jonge wetenschappers uit de hele wereld aan. Op dit moment zijn er 11 nationaliteiten vertegenwoordigd in zijn laboratorium. Samenvattend kan worden gesteld dat professor Jetten een zeer vooraanstaand wetenschapper is die internationaal uitzonderlijk groot gezag geniet op het terrein van de ecologische microbiologie.

De heer M.J. Kleuters (64), Ridder in de Orde van Oranje-Nassau[bewerken]

De heer Kleuters zet zich al vanaf 1971 uiterst gedreven in om jongeren te enthousiasmeren actief muziek te beoefenen. Hij heeft diverse jongerenkoren opgericht. Met veel enthousiasme en een grote muzikale kennis van zaken heeft hij deze koren geleid. Het geven, organiseren en beleidsmatig ondersteunen van onderwijs (in brede zin) loopt als een rode draad door de heer Kleuters zijn leven. Bij de benoeming van enkele van zijn vele bijzondere verdiensten, blijkt dat de minder bedeelden in de Nederlandse maatschappij hierbij altijd centraal hebben gestaan. Ook als coördinator van Ziezon, netwerk voor onderwijs aan zieke leerlingen, heeft men hem leren kennen als een voorvechter voor het recht op onderwijs voor alle kinderen. Onvermoeibaar zet hij zich in, met een scherp doel voor ogen. Zijn persoonlijke betrokkenheid gaat veel verder dan alleen op basis van zijn functie verwacht kan worden. Het zou niet eens in hem opkomen om een verzoek van een ouder om hulp te laten liggen, omdat de werkdag voorbij is. Hij helpt, coördineert en regelt, omdat het nodig is. Kenmerkend voor de heer Kleuters is dat hij altijd, als het moet 24 uur per dag en 7 dagen per week, klaar staat voor zijn collega's en altijd bereid is om zaken aan te pakken, maar tegelijkertijd zeer bescheiden is en zich niet naar de voorgrond dringt. Ook internationaal heeft hij, via zijn betrokkenheid en inzet, ook in vele weekeinden en op vrijwillige basis, bij de Europese organisatie voor onderwijs aan zieke leerlingen, HOPE, de Nederlandse aanpak van deze problematiek voor het voetlicht gebracht. Als bestuurslid van deze organisatie was hij betrokken bij veel internationale initiatieven, waaronder de organisatie van tweejaarlijkse internationale congressen. De bijdrage die de heer Kleuters heeft geleverd gaat verder dan individuele leerlingen.

De heer prof.dr. J.W.H. Leer (63), Officier in de Orde van Oranje-Nassau[bewerken]

Professor Leer studeerde Geneeskunde aan de Universiteit Leiden en sloot deze studie af met een cum laude doctoraal in 1974 en een cum laude artsexamen in 1976. Hij volgde de opleiding tot Radiotherapeut-oncoloog en promoveerde in 1982 aan dezelfde universiteit op een proefschrift getiteld “Transversale tomografie en radiotherapie”. Als pionier op dit gebied heeft zijn dissertatie grote betekenis gehad voor de behandeling van patiënten met kanker door bestraling. Al vier jaar na zijn promotie werd professor Leer benoemd tot hoogleraar en hoofd van de afdeling Klinische Oncologie van het UMC in Leiden. Sinds 1998 is professor Leer hoofd van de afdeling Radiotherapie van het UMC St Radboud te Nijmegen. Professor Leer verwierf grote internationale erkenning door zijn baanbrekend onderzoek naar de behandeling van darmkanker. Hij is de initiator geweest van een groot aantal landelijke onderzoeken, die hebben geleid tot substantiële verbeteringen in de behandeling van de oncologische patiënt. Hij had hierbij niet alleen oog voor de primaire tumorbehandeling, maar ook voor de psychologische aspecten van de behandeling. Voor zijn onderzoek heeft hij meerdere internationale prijzen ontvangen waaronder de meest prestigieuze binnen dit vakgebied: de European Society of Therapeutic Radiology & Oncology (ESTRO) life time achievement Award. Professor Leer heeft een omvangrijk wetenschappelijk oeuvre bestaande uit ruim 125 publicaties in vooraanstaande internationale en Nederlandse tijdschriften en hij begeleidde 15 promovendi. Naast wetenschapper is hij een voortreffelijk docent. Samenvattend kan worden gesteld dat de verdiensten van professor Leer ruimschoots overschrijden hetgeen bij een reguliere taakuitoefening van een hoogleraar verwacht mag worden. Hij is een radiotherapeut-oncoloog met een wereldwijde excellente reputatie. Zijn onderzoek en zijn grote maatschappelijke inzet op dit terrein zijn van zeer grote betekenis voor patiënten in Nederland maar ook daarbuiten.

De heer prof.dr. V. Manuth (56), Officier in de Orde van Oranje-Nassau[bewerken]

Professor Manuth studeerde kunstgeschiedenis aan de universiteiten te Kiel, Bonn en Berlijn. In 1987 promoveerde hij (magna cum laude) aan de Freie Universität Berlijn met het proefschrift “Ikonographische Studien zu den Historien des Alten Testaments bei Rembrandt und seiner frühen Amsterdamer Schule”. In 1995 werd hij benoemd als hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwere Tijd aan de Universiteit van Kingston, Canada. Sinds 2003 is hij verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als hoogleraar Kunstgeschiedenis van de (vroeg)moderne Tijd. Professor Manuth toont zich in zijn wetenschappelijke loopbaan een ware ambassadeur van de Nederlandse kunst. Het is bijzonder dat hij, met de Duitse nationaliteit, aan een Duitse universiteit promoveerde op een zeer Nederlands onderwerp. Vanaf het moment dat hij de universiteit van Berlijn verliet en ging werken aan de universiteit van Kingston, bracht hij zijn kennis en enthousiasme over de Nederlandse 17e-eeuwse schilderkunst in het algemeen en over Rembrandt in het bijzonder, wereldwijd over het voetlicht. Zijn naam als Rembrandtdeskundige is over de hele wereld bekend. Hij verzorgde vele lezingen over de 17e-eeuwse schilderkunst in belangrijke musea en universiteiten in Europa; Berlijn, Parijs, Hailsham (Sussex, Groot Brittannië), Misilac (Frankrijk), Florence, Aken, Trier en Frankfurt. De onmiskenbare expertise van professor Manuth werd bevestigd toen hij in 2005 werd benoemd tot honorair conservator 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst bij het Rijksmuseum Amsterdam, in welke hoedanigheid hij zijn expertise aanwendt ten gunste van tentoonstellingen en beleid. Samenvattend kan worden gesteld dat professor Manuth van zeer grote betekenis is voor de internationale en nationale kennis, bekendheid en waardering van de 17e-eeuwse Nederlandse kunst en cultuur, voor de wetenschappelijke bestudering en ontsluiting van de bronnen daarover en voor de stimulering van de wetenschappelijke en maatschappelijke belangstelling voor de schilderijen en tekeningen uit deze periode als internationaal gekoesterd erfgoed. De manier waarop hij zowel nationaal als internationaal invulling geeft aan zijn taak als onderzoeker, docent, organisator, stimulator en propagandist van kunst- en cultuurhistorisch onderzoek is van grote waarde, zowel vanuit een wetenschappelijk maar zeker ook vanuit maatschappelijk oogpunt.

De heer A.A.M. Smits (68), Lid in de Orde van Oranje-Nassau[bewerken]

De heer Smits is sinds 1981 vrijwilliger bij de Sint Stevenskerk in Nijmegen en verleent sindsdien jarenlang allerlei hand- en spandiensten. In 1986 kwam hij in het bestuur van de Nijmeegse orgelkring, die elk zomerseizoen gevarieerde en goed bezochte orgelconcerten organiseert. In 1996 werd hij zelfstandig orgelstemmer voor de 4 orgels in de St. Stevenskerk en reparateur voor kleine reparaties. Hij verzorgt met name het grote orgel, het Königorgel. Bij grote reparaties werkt hij samen met de orgelbouwer. Hij is nog steeds de vaste orgelstemmer van de St. Stevenskerk. Dit betekent dat hij moet stemmen voor elk concert in de zomerconcertserie. Verder voor alle gebeurtenissen, concerten, feestdagen enz. waarbij het orgel gebruikt wordt. Bij storingen of noodzakelijke reparaties wordt hij opgeroepen door de organisten. Daarnaast is hij betrokken bij de restauratie van het orgel van de Lutherse kerk in Nijmegen. In 1994 was hij mede-oprichter van de stichting Vrienden van het Kronenburgerpark. Deze stichting nam de zorg voor het hertenkamp en volière in het park over van de Gemeente. De stichting besloot jaarlijks een aantrekkelijke folder uit te geven en te verspreiden in de binnenstad om sponsors te werven. Dit was vanaf het begin een succes en zorgde voor veel donateurs. In 1999 werd de heer Smits voorzitter van de stichting, tot 2009. In deze periode gaf hij leiding aan een groep dierenverzorgers, en leidde hij de zorg voor behoud en onderhoud van het hertenkamp en de volière. Verder hield hij contact met de dierenarts. Hij overlegde met de gemeente, de politie, het parkbeheer van de gemeente en de DAR. Dit alles om het Kronenburgerpark aantrekkelijk te houden voor recreatie en om een goede uitstraling voor de stad te waarborgen. Zijn bouwkundig inzicht maakte het mogelijk om met een klein budget veel onderhoud in eigen beheer uit te voeren.

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden