header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Maartenskliniek, een orthopedische kliniek en geen ‘krüppelheim’

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Wit Gele Kruisgebouw van de St. Maartenskliniek, (1948).

Om de opkomende arbeidersbeweging tegemoet te komen, hadden de regeringen in West-europa tussen 1880 en 1930 wetten uitgevaardigd die werknemers bij ongeval, invaliditeit of ziekte recht gaven op een uitkering. In de jaren twintig van de 20e eeuw ontstond er in nederland voor het eerst uitgebreid aandacht voor lichamelijk gehandicapten. De oorzaak hiervan lag bij de sociale verzekeringen. Keuringsartsen zagen grote aantallen mensen met gebreken in hun spreekkamer. Inspecteurs van de volksgezondheid die via de verzekeringen statistieken onder ogen kregen, ontdekten hoe vaak aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat voorkwamen: in 1936 ging bijvoorbeeld 20% van de ziektewetuitkeringen naar mensen met reuma. De inspecteur van de volksgezondheid in Gelderland, L.A. Veeger, schreef in 1931 dat Nederland ongeveer 40.000 ‘lichamelijk gebrekkigen’ telde, onder wie 12.000 kinderen. Hij betreurde het dat er zo weinig voor hen gedaan werd, zeker voor de kinderen want ‘bij tijdig ingrijpen zou 75% van hen kerngezond kunnen worden!’ Veeger was één van de pioniers van de ‘sociale geneeskunde’. Hij vond dat ‘de geneeskunde meer aandacht moest schenken aan het zo snel mogelijk opnieuw inpassen van zieken in het maatschappelijk leven’.

In 1936 werd in Nijmegen de Maartenskliniek geopend. Het was de eerste katholieke, orthopedische instelling in Nederland voor kinderen en volwassenen met een ‘gebrek’ op het gebied van houding en beweging.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Een aantal zusters en kinderen van de St. Maartenskliniek (1949).

Aan de wieg van de Maartenskliniek stond de psycholoog F.J. Rutten, vanaf 1931 verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij had het initiatief genomen tot het oprichten van een nieuw instituut. Er zou behalve een pedologisch afdeling voor kinderen met ingewikkelde leer-, gedrags- of emotionele problemen ook een ‘gesticht voor lichamelijk gebrekkigen’ moeten worden opgericht. Er werden contacten gelegd met een zustercongregatie in Udenhout die de scepter zwaaiden over Huize Vincentius, een internaat dat een vergaarbak was geworden niet alleen voor zwakzinnige meisjes maar ook voor meisjes met gedragsproblemen of een lichamelijke handicap. De zusters hadden eigenlijk het plan in Nijmegen een soort ‘Krüppelheim’ op te richten. Zij dachten aan een internaat voor gehandicapten waar de meisjes in een beschutte omgeving woonden, naar school gingen en eventueel een vak leerden. L.A. Veeger, betrokken bij de plannen, wilde er ook een orthopedische kliniek van maken: er moest ook aan herstel en verbetering gewerkt worden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, met zijn honderdduizenden oorlogsinvaliden, had de orthopedie een hoge vlucht genomen. Soldaten moesten zo snel mogelijk weer opgelapt zijn om teruggestuurd te kunnen worden naar de loopgraven. De medische kennis in de veldhospitalen opgedaan bleek na afloop van de oorlog ook voor de burgermaatschappij van nut te zijn. In Nederland (dat neutraal gebleven was) kwam de orthopedie maar moeizaam van de grond. De in 1898 opgerichte Nederlandse Orthopedische Vereniging telde in 1933 nog maar zeventien leden, onder wie één katholiek.


Verantwoording[bewerken]

Tekst uit de tentoonstelling voor het 51e canonvenster Nijmegenaren met een beperking (2012)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden