header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Marktwezen

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Het marktwezen in Nijmegen was in de 19e eeuw zeer divers: er waren onder andere een vismarkt, fruitmarkt een korenbeurs en later verschijnt ook een veemarkt. Al voor de Tweede Wereldoorlog ging het marktwezen achteruit en na de oorlog werd het een onderdeel van de secretarie.

Geschiedenis[bewerken]

Vismarkt[bewerken]

De politiecommissaris behoudt het toezicht op het marktwezen in Nijmegen. Het toezicht op de markten houdt een supervisie in op andere stedelijke ambtenaren die op de markten namens het stadsbestuur werkzaam zijn. Één van die markten vormt de vismarkt, waarvoor een speciaal reglement geldt.[1]

De iedere werkdag aangevoerde vis wordt door stedelijke ambtenaren gekeurd. De "Contrôleur der Vischmarkt" start samen met de visafslager zijn werkzaamheden, nadat de stadsomroepers hebben aangekondigd dat de visafslag begint. Twee (vrouwelijke) bediendes assisteren de controleur en de visafslager als zalm- en vishakker. Deze visvrouwen zijn enkele van de weinige vrouwelijke 'officianten' in dienst van de gemeente. Tot het personeel van de vismarkt behoren verder nog die leden van de corporatie van zakkendragers/werklieden die hun diensten daar aanbieden. Tenslotte is een lid uit het Algemeen Armbestuur door de stad aangewezen als een arbiter bij geschil van mening tussen enerzijds de vissers/kooplui die de vis inbrengen en anderzijds de controleur/visafslager. Organisatorisch zit de vismarkt ingewikkeld in elkaar: de controleur en visafslager vormen het bestuur en het lid van het armbestuur draagt zorg voor het "opzigt over de Vischmarkt". Het lid van het armbestuur lijkt op een vreemde plaats verzeild, maar zijn aanwezigheid heeft een reden: het Algemeen Armbestuur wordt deels gefinancierd door de opbrengst van de vismarkt.

Personeel[bewerken]

De vismarkt kent in de 19e eeuw een zestal functies. Behalve de gecombineerde functie van visafslager/collecteur van de plaatsgelden zijn dat de volgende functies: een controleur, een zalmhakker, een geldophaler, twee omroepers en vier bedienden. In 1866 bestaan deze functies nog alle, tien jaar later zijn er nog vier functionarissen op de vismarkt werkzaam: de collecteur van het plaatsengeld, de keurmeester van de vis en twee bedienden. Sinds de oprichting van de gemeentelijke Keuringsdienst van Waren de keurmeester van de vis assistentie kan krijgen van de aan die dienst verbonden controleurs.

Waag[bewerken]

De waag dient als boterwaag, waar vanaf circa 1880 niet alleen de echte boter, maar ook de kunstboter, de margarine, wordt gewogen. In 1851 bestaat het personeel uit een waagmeester en een bediende, de aangeefster/aangever in de boterwaag. Dertig jaar later wordt besloten een tweede bediende aan te stellen die speciaal belast zal worden met het toezicht op de verkoop van kunstboter.[2] Onduidelijk is het of deze bediende ook daadwerkelijk ooit als betaalde functionaris is benoemd. In het begin van de 20e eeuw heeft de gemeente alleen nog een waagmeester in dienst. Na het overlijden van de eerste bediende in 1902[3] wordt er geen nieuwe bediende meer bij de boterwaag aangesteld.

Korenbeurs[bewerken]

Op 1882 wordt te Nijmegen een Korenbeurs geopend. De graanmarkt wordt overgebracht naar dit nieuwe gebouw op de Nieuwe Markt.[4] Als beheerder van het gebouw wordt een bewaarder aangesteld. Verder benoemt de raad drie commissarissen voor de Korenbeurs, uit een voordracht gedaan door de Kamer van Koophandel. De functie van bewaarder is een bezoldigde functie. Als in 1907 de raad besluit een weegbrug voor de Korenbeurs aan te schaffen krijgt de bewaarder er een taak bij: het bedienen van de weegbrug.[5] Voor deze taak wordt hij beloond met 50% van de waaggelden, met een minimum van f 50,- en een maximum van f 100,-.

Vermindering personeel[bewerken]

Door veranderingen in het economisch verkeer en door andere wijze van aanlevering - te denken valt aan de opkomst van de afgewogen en verpakte produkten - wordt de distributiefunctie van de markt uitgehold en verandert het marktwezen van karakter. Voor de gemeentelijke functionarissen in deze sector blijven deze veranderingen niet zonder gevolgen. Verschillende betrekkingen worden in deze periode opgeheven. In 1921 vervallen de betrekkingen van waagmeester en keurmeester van de vis.[6] Drie functionarissen blijven nog over: de bewaarder van de korenbeurs/bediener van de weegbrug; de marktmeester en de bediende aan de vismarkt.

Het feit dat de personele inzet vermindert, wil nog niet zeggen dat het marktwezen daardoor helemaal naar de periferie van de bestuurlijke aandacht verschuift. In de dertiger jaren komen er naast de commissies van bijstand nog enkele vaste raadscommissies bij, waaronder een voor het marktwezen.[7] In de oorlogsjaren is van het 'marktpersoneel' alleen nog de gemeentemarktmeester over gebleven. Deze is tevens technisch ambtenaar 1e klas bij de gemeentewerken. Deze combinatie van functies is een heel andere dan die in het overgrote deel van de 19e eeuw, toen de het toezicht op de markten duidelijk personeel gelieerd was aan het politie-apparaat.

Veemarkt[bewerken]

Nieuw op het gebied van de Nijmeegse markten is de bouw van een overdekte veemarkt. Deze verrijst in 1938 op de plaats van de oude korenbeurs.[8] De leiding over deze moderne veemarkt komt in handen van de directeur van het slachthuis. Voor de controle op de inning van de marktgelden op de veemarkt wordt een functionaris aangesteld die daarvoor een beloning per marktdag ontvangt. Met de sloop van de korenbeurs verdwijnt ook de functie van bewaarder van de korenbeurs.

Onderdeel secretarie[bewerken]

Het marktwezen is tot 1 juli 1963 onderdeel van het bureau Belastingen ter Secretarie. Veel taken van de marktmeester liggen dichter bij het werkterrein van de Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting dan bij een afdeling van de secretarie, zoals het goed doen functioneren van de diverse markten, het verpachten van standplaatsen en het adviseren betreffende ventvergunningen. In 1963 zijn 6 personen werkzaam op de afdeling Marktwezen. Het Marktwezen wordt ondergebracht bij de afdeling Onroerende Zaken, in 1974 na de opheffing van deze afdeling bij de afdeling Openbare Werken.[9]

Achteruitgang marktwezen[bewerken]

De betekenis van Nijmegen als handelscentrum voor agrarische produkten neemt na de oorlog snel af. De veemarkt beperkt zich spoedig in hoofdzaak nog tot biggen. In de raadsvergadering van 29 januari 1969 wordt besloten tot opheffing van de veemarkt, die tot dan toe iedere maandag gehouden wordt in de veehallen aan de Lange Hezelstraat. De inkrimping van het agrarisch gebied rond Nijmegen en de toenemende contractmesterij nemen steeds grotere vormen aan en doen de belangstelling voor de veehandel in de omgeving van Nijmegen steeds verder dalen. In dezelfde vergadering wordt ook besloten tot opheffing van de eveneens aan betekenis inboetende groentegrossiersmarkt, die tot dan toe ook in de veehallen wordt gehouden. Mede door de invoering van de veilplicht verdringt de coöperatieve veiling de markt.[10]

Van het vroeger zo rijk geschakeerde marktwezen blijft dan nog slechts over de warenmarkt, de groente- en fruitmarkt en de markt in tweedehands goederen. Alle drie markten die zich rechtstreeks richten tot de consument. In 1965 verschijnt in Hatert de eerste wijkmarkt, gevolgd door wijkmarkten in Hees in 1967 en in Malvert (Dukenburg) in 1969. Op 1 juli 1970 wordt op de Grote Markt de traditionele bloemenmarkt als seizoenmarkt opnieuw ingesteld.[11].

Locatie markten[bewerken]

De markten in de Nijmeegse binnenstad, de warenmarkt en de groente- en fruitmarkt, zijn na de oorlog nogal eens van plaats veranderd. Midden jaren zeventig besluit het gemeentebestuur de markt 'definitief' midden in het winkelgebied te situeren, namelijk in de Augustijnenstraat, op de Grote Markt, in de Burchtstraat en op het Kelfkensbos. De warenmarkt sluit aan op de tweedehandsmarkt, de Lusemert, die traditioneel rond de St. Stevenskerk wordt gehouden.[12]

Voetnoten[bewerken]

  1. Reglement van policie op de stads vischmarkt te Nijmegen, in band met Ordonnanties, N 249, nummer 20
  2. Gemeenteverslag, 1881, p. 14.
  3. Gemeenteverslag, 1901, p. 11, aldaar noot 2.
  4. Gemeenteverslag, 1982, p. 14.
  5. Gemeenteverslag, 1907, p. 42.
  6. Gemeenteverslag, 1921, p. 27.
  7. Gemeenteverslag, 1935, p. 9.
  8. Dongelmans, M.J., "Oude korenbeurs aan de Nieuwe markt. 'Tijdelijke loods hield het een halve eeuw uit", in: De Gelderlander, 14 maart 1987.
  9. S.A.N. 1325 en jaarverslag van de Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting 1963 en 1974.
  10. S.A.N. 3533 en Structuuronderzoek deel 1, a.w., pp. 63-64.
  11. Jaarverslagen van de Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting 1965, 1967, 1969 en 1970.
  12. J.H.J. van Dinteren en A.G.J. Dietvorst, Marktdag, ook winkeldag? Een onderzoek naar markt- en winkelbezoek in de Nijmeegse binnenstad, Nijmegen 1984, pp. 17-18.

Bronnen[bewerken]

  • Gruppelaar, Leon, 'Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851' (Gemeentearchief Nijmegen, 1994).
  • Gruppelaar, Leon, 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919' (Gemeentearchief Nijmegen, 1994).
  • Gruppelaar, Leon, 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945' (Gemeentearchief Nijmegen, 1995).
  • Nabuurs, Nel, 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1945-1984' (Gemeentearchief Nijmegen, 1996).

Verantwoording[bewerken]

Bewerking van de resultaten van onderzoek, gedaan in de jaren 1994-1996, naar lokaal bestuur en gemeentelijke overheid in Nijmegen door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden