header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Medisch Leesgezelschap Hinc Fructus Carpit Apollo Nijmegen

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Medisch Leesgezelschap Hinc Fructus Carpit Apollo Nijmegen
Andere naam (namen):
  • Geneeskundig Leesgezelschap ‘Hinc Fructus Carpit Apollo’

Bestaansperiode: 1814 - 1977
Rechtsvorm: vereniging
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

In de eerste helft van de negentiende eeuw richtten de apothekers en artsen van Nijmegen en omgeving een aantal genootschappen op. Het Medisch Leesgezelschap (1814) en het Leesgezelschap ‘De Scheikunde Gehuldigd’ (1820) hadden de aanschaf van vakliteratuur op respectievelijk medisch en farmaceutisch gebied ten doel. Nadat de Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Toevoorzicht, een door de provincie ingesteld orgaan dat toezicht hield op de gezondheidszorg, deze gezelschappen had verzocht zich ook met praktische aangelegenheden bezig te houden, werd in 1833 de Artsenijmengkundige Vereeniging opgericht, die een medicinale kruidentuin (de Hortus Botanicus) aan de Doddendaal beheerde en een apothekersopleiding verzorgde. Leden van deze vereniging richtten in 1840 de Vereeniging ter Beoefening van de Natuurkunde en in 1846 de Vereeniging tot Beoefening van Practische Scheikunde op, verenigingen die zich bezighielden met toegepaste wetenschap – het herhalen van in literatuur beschreven experimenten en het analyseren van monsters. Na 1850 begon het ledenaantal van deze genootschappen sterk te dalen; rond 1880 waren de meeste ter ziele gegaan. Hun functie als kennis- en opleidingsinstituut was inmiddels door vakscholen overgenomen.

Geschiedenis

Het Medisch Leesgezelschap ‘Hinc fructus carpit Apollo’ (Apollo plukt er de vruchten van) werd op 11 mei 1814 opgericht te Nijmegen. Van het gezelschap, dat tot ca. 1840 ook leden uit Arnhem en Tiel had, waren tot ca. 1850 bijna alle apothekers en geneesheren van Nijmegen lid. Hierdoor en door het jarenlange directoraat van C. van Eldik, stadsgeneesheer en voorzitter van de Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Toezicht, bezat het gezelschap de status van officieus medisch overlegorgaan. Na 1850 boette het gezelschap sterk aan betekenis in en werd het geleidelijk aan overvleugeld door andere organisaties. Het handhaafde zich echter wel en kende tussen 1900 en 1930 zelfs een bescheiden herleving. Het gezelschap, dat boeken aanschafte en geabonneerd was op meerdere vakbladen, bezat geen eigen leeszaal; de literatuur ging bij de leden rond. Na hun rondgang werden boeken verkocht aan leden. De tijdschriftjaargangen werden in 1908 aan de gemeente geschonken; in 1925 werd overeengekomen ze aan de bibliotheek van het St.-Canisiusziekenhuis toe te voegen. Het gezelschap werd december 1977 opgeheven; het telde toen nog vijf leden.

Taken en activiteiten

Medische vakliteratuur aanschaffen en bij de leden laten rondgaan.

Organisatie

Het Leesgezelschap bestond uit gewone leden, die in Nijmegen wonen, en buitengewone leden ‘binnen en buiten de stad’. De gewone leden bepaalden, door middel van stemming, welke boeken en tijdschriften werden aangekocht en hadden het recht deze in te zien voordat de buitengewone leden dat mochten. De gewone leden kozen uit hun midden twee directeuren. De eerste directeur was belast met het rondsturen van boeken aan en het vorderen van de contributie bij de gewone leden, de tweede directeur deed dit bij de buitengewone leden. Bij gebrek aan buitengewone leden werd de positie van tweede directeur aan het einde van de negentiende eeuw niet meer ingevuld.

Locatie

-:Nijmegen

Bronnen

  • Regionaal Archief Nijmegen, Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst, afdeling Nijmegen en Omgeving, inv. nr. 164.
  • L.J. Rogier, ‘Uit de geschiedenis van de beoefening der geneeskunde : inzonderheid Nijmegen’, Numaga 7, 1960, p. 134-200.
  • H.C.J. Oomen, ‘Een Hortus Botanicus in Nijmegen’, Numaga 7, 1960, p. 201-210.
  • H.C.J. Oomen, ‘Oude en nieuwe natuurkunde in Nijmegen’, Numaga 9, 1962, p. 40-43.
  • Guus Pikkemaat, Geschiedenis van Noviomagus Nijmegen; Nijmegen en ’s-Gravenhage 1988, p. 329-334.
  • G.C.J. van der Velde, ‘Gezondheidszorg te Nijmegen in de periode 1816-1865; De werkzaamheid van de “Plaatselijke Commissie van Geneeskundig Toevoorzigt”’, Numaga 14, 1967, p. 5-39.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door Andreas Caspers. (2015)



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden