Mislukte aanslag in 1702

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemeen

In 1701 probeerde Lodewijk XIV zijn machtsinvloed in Europa uit te breiden. Ons land sloot daarop een verbond met Engeland en Oostenrijk en verklaarde een jaar later de oorlog aan Frankrijk. Op 11 juni 1702 probeerde Lodewijk met een verrassingsaanval Nijmegen te veroveren. De Fransen wisten dat de vesting Nijmegen onvoldoende op orde was. De vestingbouwkundige Menno van Coehoorn had in opdracht van zijn baas Willem III wel een herstel- en uitbreidingsplan voor de vesting opgesteld, maar de uitvoering van de nieuwe werken verliep traag. Daar kwam bij dat het stadsbestuur uit zelfgenoegzaamheid en laksheid de organisatie van de verdediging slecht geregeld had. Er waren geen kanonnen op de wallen, geen mensen om het geschut te bedienen en de sleutels van het wapenmagazijn bleken zoek. Desondanks lukte het de Franse aanval af te slaan. De graaf van Athlone was met een Staats leger in de buurt en kwam Nijmegen te hulp. Maar cruciaal was dat de burgers zelf met succes hun stad verdedigden. Het arsenaal werd opengebroken en mannen, vrouwen en kinderen sleepten het geschut naar de wallen. Tot het beleg van 1794 herdacht Nijmegen ieder jaar deze glorieuze 11e juni.

Caspar Eilbracht

Caspar Eilbracht, een Bemmelse predikant, had toevallig op die warme zondagmorgen 11 juni 1702 een preekbeurt in de Stevenskerk. Halfweg de dienst hoorden de kerkgangers plotseling schreeuwen "De Fransen staan voor de stad". Iedereen raakte in rep en roer en de verwarring was groot. Maar dominee Eilbracht speelde een hoofdrol. Hoewel zijn ambt zich slecht verdraagt met de krijgskunst ging hij zijn kerkgangers moedig voor in de verdediging van de stad. Naar verluidt heeft hij zelfs het eerste kanonschot gelost. Een dichter schreef daarover:

Eilbracht, die brave predikant
Die maakte het geschut in brand
En schoot met een gewenschte schoot
Vijf ruiters en zeven paarden dood

Verslapen

De Franse veldmaarschalk Boufflers wilde met zijn troepen als eerste in Nijmegen zijn en daarmee de graaf van Athlone en zijn leger de pas afsnijden. Het kwam dus aan op een wedloop naar Nijmegen tussen beide veldheren. De Fransen verloren. Lodewijk, hertog van Bourgondie en kleinzoon van Lodewijk XIV, die mede bevel voerde over de Fransen, kwam niet op tijd uit de veren. Hoewel belust op een krijgssucces versliep hij zich op het 'moment suprême'. De Fransen braken te laat op, de hitte was later op de dag groter en een straffe wind veroorzaakte veel stof. Een eerste confrontatie vond plaats bij St. Anna. Maar eigenlijk werd de nederlaag met de luie Lodewijk al ingeluid. "Als je niet opstaat blijf je maar liggen, moet je maar weten wat ervan komt", zegt een oud soldatenlied al.

Fort Kijk in de Pot

Waar nu de Fort Kijk in de Potstraat ligt, lag in 1702 de pasgebouwde lunet Kijk in de Pot. De bezetting van 150 man in de nieuwe versterking sloeg manhaftig twee aanvallen af, maar moest daarna de lunet aan de Fransen laten. Toen de burgerij het geschut in stelling had gebracht en wist hoe te schieten, kwam een regen van kogels over de ongedekte Fransen, die uiteindelijk de aftocht bliezen. De Fort Kijk in de Pot-, Athlone-, Eilbracht-, Fagel- (naar baron Fagel, die eveneens een belangrijke rol speelde) en Fransestraat herinneren alle aan deze mislukte aanslag op de stad. Een Kijk-in-de-pot was vroeger een belegeringswerktuig: een hoge houten toren op wielen die – tegen de muur geplaatst – de vijand de mogelijkheid bood als een pottekijker in de belegerde stad te kijken.

Verantwoording

Teksten uit de tentoonstelling ‘Nijmegen onder vuur’ ter gelegenheid van de Open Archievendag 2008 (Regionaal Archief Nijmegen, 2008)

Commentaar

<comments hideForm="false"/> of, lees de overige commentaren ...