Oud Burgeren Gasthuis (1592-1811)

Uit Het Digitale Huis
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemene gegevens
Naam : Oud Burgeren Gasthuis (1592-1811)
Andere naam (namen):

{{#if: Gasthuis| * Andere naam::Gasthuis|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam2}}}]]|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam3}}}]]|}} {{#if: | * [[Andere naam::{{{Andere naam4}}}]]|}}

Bestaansperiode: Beginjaar::1592 - Eindjaar::1811
Rechtsvorm: Rechtsvorm::Instelling van weldadigheid
Voorganger(s):

{{#if: Sint-Nicolaas Gasthuis| * opvolger van::Sint-Nicolaas Gasthuis|}} {{#if: Sint-Jacobs Gasthuis| * opvolger van::Sint-Jacobs Gasthuis|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger3}}}]]|}} {{#if: | * [[opvolger van::{{{Voorganger4}}}]]|}}

Opvolger(s):

{{#if: Administratieve Commissie der Godshuizen| * voorganger van::Administratieve Commissie der Godshuizen|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger2}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger3}}}]]|}} {{#if: | * [[voorganger van::{{{Opvolger4}}}]]|}}

Hoger orgaan:

{{#if: | Hoger orgaan::|}}

Archief
{{#if: https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2126483506%7C Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
|}}

{{#if: | Vindplaats archief:|}}

{{#if: https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2126483506%7C
|}}{{#if: https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2126483506%7CNaar beschrijving archief|}}{{#if: | |}}

{{#if: |

Algemene context

|}}

{{#if: Overzicht van het Oud Burgeren Gasthuis en alle voorgangers

In 1592, een jaar na de Reductie van Nijmegen, werden het Sint-Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat en het Sint-Jacobs Gasthuis in de Hezelstraat in het kader van een reorganisatie van de stedelijke armenzorg door de protestantse magistraat bij raadsbesluiten van 17 en 24 mei samengevoegd tot het Oud-Burgeren Gasthuis (OBG). Het gasthuis was in principe bedoeld voor de opname van arme, oudere alleenstaande personen die beschikten over het Nijmeegse burgerrecht. Daarnaast bedeelde het thuiszittende burgers in afwachting van hun opname. Het gasthuis werd gevestigd in het voormalige Sint-Catharina- of Regulierenklooster in de Molenstraat, dat daarvoor eerst moest worden verbouwd. Opmerkelijk is dat in hetzelfde gebouw tussen 1392 en 1402 al een gasthuis was gevestigd geweest, dat destijds werd aangeduid als ‘het nieuwe gasthuis buiten Nijmegen voor de Windmolenpoort’. Vermoedelijk verklaart dat de onjuiste beweringen in de negentiende eeuw dat er in 1592 niet twee, maar drie gasthuizen zouden zijn samengevoegd tot het OBG. Naar aanleiding van klachten van het OBG en de andere godshuizen over raadsbesluiten die in strijd zouden zijn met hun stichtingsakten, vroeg de stedelijke raad de instellingen in 1736 om die akten te tonen. Het OBG kon dat niet, aangezien de ‘roomsen’ in 1591 deze stukken zouden hebben meegenomen en ‘verdonkert’. Daarop stelde de raad in 1739 een reglement voor het OBG vast, waarin de bestaande gewoonten voor de opname werden bevestigd. Opgenomen werden alleenstaande behoeftige burgers vanaf 60 jaar. Echtparen konden thuis ondersteuning krijgen totdat een van beiden zou overlijden, waarna de ander voor opname in aanmerking kwam. Dit raadsbesluit van 1739 fungeert sindsdien als een soort stichtingsakte van het OBG. In 1811, na de inlijving van het Koninkrijk Holland door Frankrijk, werd de lokale armenzorg gereorganiseerd. Op plaatselijk niveau kwam er één bestuur voor de weeshuizen, broederschappen en het OBG, de zogenaamde Administratieve Commissie der Godshuizen. Daarmee kwam er, althans voorlopig, een eind aan de zelfstandige positie van het gasthuis.|

Geschiedenis

Overzicht van het Oud Burgeren Gasthuis en alle voorgangers

In 1592, een jaar na de Reductie van Nijmegen, werden het Sint-Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat en het Sint-Jacobs Gasthuis in de Hezelstraat in het kader van een reorganisatie van de stedelijke armenzorg door de protestantse magistraat bij raadsbesluiten van 17 en 24 mei samengevoegd tot het Oud-Burgeren Gasthuis (OBG). Het gasthuis was in principe bedoeld voor de opname van arme, oudere alleenstaande personen die beschikten over het Nijmeegse burgerrecht. Daarnaast bedeelde het thuiszittende burgers in afwachting van hun opname. Het gasthuis werd gevestigd in het voormalige Sint-Catharina- of Regulierenklooster in de Molenstraat, dat daarvoor eerst moest worden verbouwd. Opmerkelijk is dat in hetzelfde gebouw tussen 1392 en 1402 al een gasthuis was gevestigd geweest, dat destijds werd aangeduid als ‘het nieuwe gasthuis buiten Nijmegen voor de Windmolenpoort’. Vermoedelijk verklaart dat de onjuiste beweringen in de negentiende eeuw dat er in 1592 niet twee, maar drie gasthuizen zouden zijn samengevoegd tot het OBG. Naar aanleiding van klachten van het OBG en de andere godshuizen over raadsbesluiten die in strijd zouden zijn met hun stichtingsakten, vroeg de stedelijke raad de instellingen in 1736 om die akten te tonen. Het OBG kon dat niet, aangezien de ‘roomsen’ in 1591 deze stukken zouden hebben meegenomen en ‘verdonkert’. Daarop stelde de raad in 1739 een reglement voor het OBG vast, waarin de bestaande gewoonten voor de opname werden bevestigd. Opgenomen werden alleenstaande behoeftige burgers vanaf 60 jaar. Echtparen konden thuis ondersteuning krijgen totdat een van beiden zou overlijden, waarna de ander voor opname in aanmerking kwam. Dit raadsbesluit van 1739 fungeert sindsdien als een soort stichtingsakte van het OBG. In 1811, na de inlijving van het Koninkrijk Holland door Frankrijk, werd de lokale armenzorg gereorganiseerd. Op plaatselijk niveau kwam er één bestuur voor de weeshuizen, broederschappen en het OBG, de zogenaamde Administratieve Commissie der Godshuizen. Daarmee kwam er, althans voorlopig, een eind aan de zelfstandige positie van het gasthuis. |Van deze organisatie is nog geen beschrijving beschikbaar.}}

{{#if: Het gasthuis was in principe bedoeld voor de opname van arme, oudere alleenstaande personen die beschikten over het Nijmeegse burgerrecht. Daarnaast bedeelde het thuiszittende burgers in afwachting van hun opname en subsidieerde het andere Nijmeegse instellingen voor de armenzorg. Aanvankelijk behoorde ook de huisvesting en verzorging van reizigers en bedelaars voor maximaal vier dagen in de ‘beijer’ tot de taken. Deze zaal in het gasthuisgebouw is ook incidenteel gebruikt voor de verpleging van gewonde soldaten en pestlijders.|

Taken en activiteiten

Het gasthuis was in principe bedoeld voor de opname van arme, oudere alleenstaande personen die beschikten over het Nijmeegse burgerrecht. Daarnaast bedeelde het thuiszittende burgers in afwachting van hun opname en subsidieerde het andere Nijmeegse instellingen voor de armenzorg. Aanvankelijk behoorde ook de huisvesting en verzorging van reizigers en bedelaars voor maximaal vier dagen in de ‘beijer’ tot de taken. Deze zaal in het gasthuisgebouw is ook incidenteel gebruikt voor de verpleging van gewonde soldaten en pestlijders. |}}

{{#if: Het bestuur werd gevormd door een college van provisoren, onder wie een rentmeester, vanaf 1662 boekhouder genoemd. Vanaf 1678 rouleerde de functie van boekhouder jaarlijks onder de provisoren. De provisoren werden aangesteld door de stedelijke raad. Het betrof niet zelden leden uit dat college. Voor het intern bestuur van het gasthuis waren er een huismeester of binnenvader en -moeder. Voor de bedeling was er een buiten-regentes.|

Organisatie

Het bestuur werd gevormd door een college van provisoren, onder wie een rentmeester, vanaf 1662 boekhouder genoemd. Vanaf 1678 rouleerde de functie van boekhouder jaarlijks onder de provisoren. De provisoren werden aangesteld door de stedelijke raad. Het betrof niet zelden leden uit dat college. Voor het intern bestuur van het gasthuis waren er een huismeester of binnenvader en -moeder. Voor de bedeling was er een buiten-regentes. |}}

{{#if: {{#if:1592-1811|locatie periode::1592-1811:|}}plaatsnaam::Nijmegen adres::Molenstraat 41 {{#if:51.844270,5.862653|locatie in googlemaps|}}
|

Locatie

{{#if:1592-1811|locatie periode::1592-1811:|}}plaatsnaam::Nijmegen adres::Molenstraat 41 {{#if:51.844270,5.862653|locatie in googlemaps|}}
|}} {{#if: |

|}} {{#if: Overzicht van het Oud Burgeren Gasthuis en alle voorgangers

In 1592, een jaar na de Reductie van Nijmegen, werden het Sint-Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat en het Sint-Jacobs Gasthuis in de Hezelstraat in het kader van een reorganisatie van de stedelijke armenzorg door de protestantse magistraat bij raadsbesluiten van 17 en 24 mei samengevoegd tot het Oud-Burgeren Gasthuis (OBG). Het gasthuis was in principe bedoeld voor de opname van arme, oudere alleenstaande personen die beschikten over het Nijmeegse burgerrecht. Daarnaast bedeelde het thuiszittende burgers in afwachting van hun opname. Het gasthuis werd gevestigd in het voormalige Sint-Catharina- of Regulierenklooster in de Molenstraat, dat daarvoor eerst moest worden verbouwd. Opmerkelijk is dat in hetzelfde gebouw tussen 1392 en 1402 al een gasthuis was gevestigd geweest, dat destijds werd aangeduid als ‘het nieuwe gasthuis buiten Nijmegen voor de Windmolenpoort’. Vermoedelijk verklaart dat de onjuiste beweringen in de negentiende eeuw dat er in 1592 niet twee, maar drie gasthuizen zouden zijn samengevoegd tot het OBG. Naar aanleiding van klachten van het OBG en de andere godshuizen over raadsbesluiten die in strijd zouden zijn met hun stichtingsakten, vroeg de stedelijke raad de instellingen in 1736 om die akten te tonen. Het OBG kon dat niet, aangezien de ‘roomsen’ in 1591 deze stukken zouden hebben meegenomen en ‘verdonkert’. Daarop stelde de raad in 1739 een reglement voor het OBG vast, waarin de bestaande gewoonten voor de opname werden bevestigd. Opgenomen werden alleenstaande behoeftige burgers vanaf 60 jaar. Echtparen konden thuis ondersteuning krijgen totdat een van beiden zou overlijden, waarna de ander voor opname in aanmerking kwam. Dit raadsbesluit van 1739 fungeert sindsdien als een soort stichtingsakte van het OBG. In 1811, na de inlijving van het Koninkrijk Holland door Frankrijk, werd de lokale armenzorg gereorganiseerd. Op plaatselijk niveau kwam er één bestuur voor de weeshuizen, broederschappen en het OBG, de zogenaamde Administratieve Commissie der Godshuizen. Daarmee kwam er, althans voorlopig, een eind aan de zelfstandige positie van het gasthuis.| {{#if: * Boomsma, Govert, Inventaris van het archief van het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen, Nijmegen 1985;

  • Bijleveld, J.F., Iets over het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen, Nijmegen 1871;
  • Keijser, J.A.M.P., Het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen 1592-1992, Nijmegen 1992;
  • Lammerts van Bueren, A., Het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen, van Middeleeuws gesticht tot modern tehuis, Nijmegen 1967;
  • Maris, A.J., 'Het reguliere klooster van Sint Catherina te Nijmegen en het ontstaan van het Oud-Burgeren Gasthuis', in: Bijdragen en Mededelingen Gelre 74 (1970), p.3;
  • Schimmel, J.A., Burgerrecht te Nijmegen 1592-1810. Geschiedenis van de verlening en burgerlijst, Nijmegen – Tilburg 1966 (Bijdragen tot de geschiedenissen van het zuiden van Nederland, deel 7);
  • Brinkhoff, J., Het Oud-Burgeren-Gasthuis. In: Numaga 18 (1971), p. 38;
  • Kuys, Jan, en Hans Bots (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel II, Middeleeuwen en Nieuwe tijd, Nijmegen/Wormer 2015, p. 396-398.|

Bronnen

  • Boomsma, Govert, Inventaris van het archief van het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen, Nijmegen 1985;
  • Bijleveld, J.F., Iets over het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen, Nijmegen 1871;
  • Keijser, J.A.M.P., Het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen 1592-1992, Nijmegen 1992;
  • Lammerts van Bueren, A., Het Oud-Burgeren Gasthuis te Nijmegen, van Middeleeuws gesticht tot modern tehuis, Nijmegen 1967;
  • Maris, A.J., 'Het reguliere klooster van Sint Catherina te Nijmegen en het ontstaan van het Oud-Burgeren Gasthuis', in: Bijdragen en Mededelingen Gelre 74 (1970), p.3;
  • Schimmel, J.A., Burgerrecht te Nijmegen 1592-1810. Geschiedenis van de verlening en burgerlijst, Nijmegen – Tilburg 1966 (Bijdragen tot de geschiedenissen van het zuiden van Nederland, deel 7);
  • Brinkhoff, J., Het Oud-Burgeren-Gasthuis. In: Numaga 18 (1971), p. 38;
  • Kuys, Jan, en Hans Bots (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel II, Middeleeuwen en Nieuwe tijd, Nijmegen/Wormer 2015, p. 396-398.

|}} |}}

{{#if: Overzicht van het Oud Burgeren Gasthuis en alle voorgangers

In 1592, een jaar na de Reductie van Nijmegen, werden het Sint-Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat en het Sint-Jacobs Gasthuis in de Hezelstraat in het kader van een reorganisatie van de stedelijke armenzorg door de protestantse magistraat bij raadsbesluiten van 17 en 24 mei samengevoegd tot het Oud-Burgeren Gasthuis (OBG). Het gasthuis was in principe bedoeld voor de opname van arme, oudere alleenstaande personen die beschikten over het Nijmeegse burgerrecht. Daarnaast bedeelde het thuiszittende burgers in afwachting van hun opname. Het gasthuis werd gevestigd in het voormalige Sint-Catharina- of Regulierenklooster in de Molenstraat, dat daarvoor eerst moest worden verbouwd. Opmerkelijk is dat in hetzelfde gebouw tussen 1392 en 1402 al een gasthuis was gevestigd geweest, dat destijds werd aangeduid als ‘het nieuwe gasthuis buiten Nijmegen voor de Windmolenpoort’. Vermoedelijk verklaart dat de onjuiste beweringen in de negentiende eeuw dat er in 1592 niet twee, maar drie gasthuizen zouden zijn samengevoegd tot het OBG. Naar aanleiding van klachten van het OBG en de andere godshuizen over raadsbesluiten die in strijd zouden zijn met hun stichtingsakten, vroeg de stedelijke raad de instellingen in 1736 om die akten te tonen. Het OBG kon dat niet, aangezien de ‘roomsen’ in 1591 deze stukken zouden hebben meegenomen en ‘verdonkert’. Daarop stelde de raad in 1739 een reglement voor het OBG vast, waarin de bestaande gewoonten voor de opname werden bevestigd. Opgenomen werden alleenstaande behoeftige burgers vanaf 60 jaar. Echtparen konden thuis ondersteuning krijgen totdat een van beiden zou overlijden, waarna de ander voor opname in aanmerking kwam. Dit raadsbesluit van 1739 fungeert sindsdien als een soort stichtingsakte van het OBG. In 1811, na de inlijving van het Koninkrijk Holland door Frankrijk, werd de lokale armenzorg gereorganiseerd. Op plaatselijk niveau kwam er één bestuur voor de weeshuizen, broederschappen en het OBG, de zogenaamde Administratieve Commissie der Godshuizen. Daarmee kwam er, althans voorlopig, een eind aan de zelfstandige positie van het gasthuis.|

Verantwoording

{{#if: Govert Boomsma|Inleiding van de toegang op het archief door Govert Boomsma.|}} {{#if:2019|(2019)|}}

|}}


{{#if: 14.1 Armenzorg en liefdadigheid| |}} {{#if: 14.3 Bejaardenzorg| |}} {{#if: | [[Categorie:]] |}} {{#if: | [[Categorie:]] |}}

{{#if:843| |}}