header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Protocol van bezwaar

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

De schepenen van de stad Nijmegen waren niet alleen belast met het bestuur van de stad Nijmegen maar hielden zich ook bezig met rechtspraak en volontaire activiteiten. Met volontaire zaken bedoelen we de activiteiten die tegenwoordig door een notaris worden uitgevoerd zoals het opmaken van testamenten of huwelijksvoorwaarden maar ook het registreren van eigendomswijzigingen. In de periode tussen 1659 en 1810 hielden de schepenen de veranderingen van eigendom bij in een Protocol van Bezwaar. Er zijn in Nijmegen twee delen: het Oud Protocol van Bezwaar beslaat de periode 1659 tot 1739. In 1720 begon men echter al met een Nieuw Protocol van Bezwaar. Deze loopt door tot 1811. Na 1811 gaat men over op een registratie in de vorm van wijkleggers, de Nijmeegse voorlopers van het kadaster.

Digitale Studiezaal en Historische Atlas[bewerken]

In de Protocollen van Bezwaar is per pand bijgehouden wie wanneer de nieuwe eigenaar is, wat zijn beroep is, eventueel de naam van de partner en of er bijzonderheden zijn. Door onderzoek van de werkgroep Nijmegen in kaart gebracht (zie Huis- en grondeigenaren) zijn de huisnummers van begin negentiende eeuw en het kadastrale nummer uit 1832 aan de beschrijvingen in het Protocol van bezwaar gekoppeld. Hiermee is dus een koppeling gemaakt met latere registraties van huiseigenaren in wijkleggers en in het kadaster. In de Digitale Studiezaal zijn de gegevens van het Nieuw Protocol van Bezwaar daardoor niet alleen op naam van de eigenaar doorzoekbaar maar ook via het huisnummer of het kadastraal nummer.

In de Historische Atlas is via de kaartlaag "perceelsgeschiedenis" op een punt (huidig adres/perceel) te klikken om de gegevens van de voormalige huis- en grondeigenaren van die locatie te vinden. Bedenk wel dat het in de meeste gevallen niet om hetzelfde gebouw gaat.

Registratie onroerend goed[bewerken]

Reeds eeuwenlang is een eigendomsoverdracht van onroerend goed niet alleen een zaak van de betrokken personen. In het schependom (rechtsgebied) van Nijmegen wendde men zich tot 1811 tot de plaatselijke schepenen. Zij bekrachtigen de overdracht en leggen hem vast in een door hen opgemaakte akte. Vervolgens wordt deze aan de nieuwe eigenaar meegegeven als wettig bewijs van de rechtshandeling. Dergelijke akten beginnen doorgaans met de woorden: "Compareerden voor ons de Heeren schepenen (...)", gevolgd door de namen van de "oude" en "nieuwe" eigenaren en een summiere beschrijving van het betreffende stuk onroerend goed.

In ieder geval vanaf 1410 houden de schepenen van de stad Nijmegen een eigen register bij van de door hen opgemaakte en afgegeven akten. Dit register, het schepenprotocol, zou meer rechtszekerheid moeten bieden, dat wil zeggen vergissingen en "vergissingen" moeten voorkomen. Helaas lijkt dit niet altijd te zijn gelukt.

In 1598 stelt de raad nog eens dat "(...) alle acten, transactien,contracten (...) ter rechter tijt te boecke gebracht ende formelijck bij den secretaris geprothocoliert sullen worden (...)" en dat alleen de raden en secretarissen toegang tot de protocollen hebben.[1] Om dit alles extra kracht bij te zetten wordt de procureurs een beloning in de vorm van een deel van de boete-opbrengst in het vooruitzicht gesteld, wanneer zij fraudeurs aangeven. Dat de raad er nog steeds niet gerust op is, blijkt in 1605.[2] Opnieuw wordt gezegd dat alleen secretarissen toegang tot de stukken hebben en dat informatie alleen via hen, tegen betaling (waarschijniijk ging het niet in de laatste plaats daarom), kan worden verkregen. Met de bedoeling - zegt men - het tot dan nog steeds voorkomend bedrog (met name met hypotheken) een halt toe te roepen, besluit de raad in 1654, in navolging van enkele andere steden in het kwartier van Nijmegen een "signaet en prothocol sommier" bij te houden van de eigendomsoverdrachten en hypotheken van alle huizen en erfgoederen binnen de stad en het Schependom.[3] Zodoende heeft men per perceel alle gewenste gegevens makkelijk bij de hand, hetgeen prettig is voor het innen van de grondbelasting. De beide jongste secretarissen van de stad, Pontiaen Singendonck en Jacob Leuwens, worden belast met de uitvoering van dit besluit.

Zo ontstaan de protocollen van bezwaar, waarin men per huis of erf zoveel schrijfruimte wil reserveren, dat alle rechtshandelingen betreffende dat huis of erf, met vermelding van betrokken personen geregistreerd kunnen worden. De protocollen van bezwaar moeten snel en overzichtelijk informatie bieden over eigenaren en hun eventuele financiële verplichtingen. De bijgeschreven data maken bovendien het vinden van de volledige akte in de schepenprotocollen gemakkelijk.

Oud Protocol van Bezwaar (ca. 1655 - 1739)[bewerken]

In groepen van vier worden de huizen en erven onder een folionummer ingeschreven. Op de voorzijde van het blad (recto) houdt men de transporten en de daarbij behorende bezwaardheden bij van de eerste twee huizen of erven en aan de achterkant (verso) die van de beide andere. Bovenaan de bladzijde worden de eigenaren van het eerste eigendom en halverwege de pagina die van het tweede genoteerd.

De volgorde in deze foliogewijze registratie is niet zonder systeem opgezet. Men volgt de indellng per hopmanschap (zie kaart) en vervolgens per straat.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

De verdeling van de stad Nijmegen in hopmanschappen na de Reductie. Uit: F. Gorissen, Stede-Atlas van Nijmegen
  1. Grotestraat
  2. Steenstraat
  3. Burchtstraat
  4. Broerstraat
  5. Markt
  6. Hezelstraat
  7. Smidstraat
  8. Lage Markt

Door de geringe schrijfruimte zijn de mutaties slordig bijgehouden. Het schrift is niet goed leesbaar en men kan niet altijd met zekerheid vaststellen op welk eigendom de notitie betrekking heeft. Na verloop van jaren vindt de raad de bestaande protocollen van bezwaar dan ook te onoverzichtelijk. In een raadsvergadering in 1702 besluit men over te gaan tot de vorming van een commissie tot het redresseren van de protocollen van bezwaar der erven in de stad en het Schependom.[4] Van vernieuwing der protocollen van bezwaar wordt daarna pas weer melding gemaakt in de raadssignaten van 10 november 1730 en 6 januari 1731. Kort nadien worden ze daadwerkelijk aangelegd.

Nieuw Protocol van Bezwaar (ca. 1739 - 1811)[bewerken]

De volgorde in het Nieuw Protocol van Bezwaar is dezelfde als die in het Oud Protocol van Bezwaar. Voor elk eigendom worden nu meerdere pagina's uitgetrokken (meestal 6). De verwijzing naar het folionummer in het Oud Protocol van Bezwaar wordt genoteerd, alsmede de oudste eigenaar en de laatste eigenaar uit het Oud Protocol van Bezwaar. Op de linkerbladzijde vindt men de overdrachten vermeld. Deze zijn door de werkgroep "Nijmegen in kaart gebracht" uitgewerkt en in deze uitgave opgenomen. Op de rechterpagina staan de inschrijvingen van bezwaar ("pandveiligheden" en "arresten", oftewel hypotheken en beslagleggingen). Over het algemeen zijn deze protocollen van bezwaar goed bijgehouden.

Voetnoten[bewerken]

  1. Archief Stadsbestuur Nijmegen, inv. nr. 86 folio 65 verso; raadssignaat 12 januari 1598
  2. Archief Stadsbestuur Nijmegen, inv. nr. 8 folio 149 recto; raadssignaat 20 februari 1605
  3. Archief Stadsbestuur Nijmegen, inv. nr. 104 folio 418 verso; raadssignaat 15 november 1654
  4. Archief Stadsbestuur Nijmegen, inv. nr. 215 folio 809-813; raadssignaat 1 januari 1702

Verantwoording[bewerken]

Toelichting uit de inleiding bij NEO-reeks "Eigendomsrechten en ligging der percelen" door de vrijwilligersgroep "Nijmegen in kaart gebracht" (1991)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden