header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Rechtspleging in de achttiende eeuw: een voorbeeld

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Uit officiële archiefstukken blijkt dat het er in de achttiende eeuw niet zachtzinnig aan toeging. Het volgende verhaal illustreert dit. In een crimineel protocol van 1767 staat vermeld, dat op 23 september 1766 in een rijswaard, een met rijshout begroeid buitendijks stuk land, het lijk van een vrouw - Catharina Nuye - was gevonden. Met uitzondering van hemd en borstrok had zij geen kleding meer aan. Het onderzoek wees uit dat het lijk van de uiterwaard naar het rijswaardje was gesleept. Als verdachte werd haar man, Jan Berends Volmers, gearresteerd. Hij bleef, ondanks alles wat in zijn richting wees, hardnekkig ontkennen. Het Nijmeegse schepengericht vond dat er voldoende bewijs was om hem te onderwerpen aan ‘de torture en scherpe examinatie’, de pijnbank dus. Jan bekende ten slotte de moord gepleegd te hebben en werd veroordeeld tot de doodstraf. Op de plaats waar executies werden voltrokken werd hij, als afschrikwekkend voorbeeld, door de scherprechter aan een houten kruis gebonden, waarna met een ijzeren koevoet met één slag eerst de borst en toen zijn linker– en rechterribben werden gebroken. Daarna werd zijn hoofd met een ijzeren bijl afgehakt. Zijn lijk werd vervolgens tentoongesteld: zijn onthoofde lichaam werd met ketenen aan een paal geklonken, zijn hoofd op een ijzeren pin daarboven.

Bronnen[bewerken]

Regionaal Archief Nijmegen, Wetenschappelijke correspondentie, inv.nr. 625-040 (z.j.).


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden