header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Rivierbaden

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw, de tijd van de ‘Verlichting’, werd zwemmen weer meer geaccepteerd en zelfs gezien als belangrijk onderdeel van de opvoeding: ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. Het was het begin van een cultuur waarin de mens zich opnieuw massaal aan het water toevertrouwde en leerde zwemmen. In de grote Europese steden en zeebadplaatsen kwamen weer openbare badhuizen. Maar nu droeg men zwemkleding, terwijl in de antieke oudheid vooral naakt werd gebaad en gezwommen. Van echte zweminrichtingen was pas sprake rond 1820.

Voor Nijmegenaren waren de Waal en het Meertje al eeuwenlang een gratis openbare bad- en zwemgelegenheid. Maar zwemmen in dit open water met zijn wisselende stromingen was niet zo veilig en minder hygiënisch. Er verdronk nogal eens iemand. In de geest van de tijd kwam er in 1827 een eerste ‘rivierbad’ in een badschip. Het lag onderaan de Lindenberg, ter hoogte van de tegenwoordige Veerpoorttrappen. Tegen betaling kon men daar diverse soorten baden nemen: koude-, stroom-, warme-, staal-, zwavel- en dampbaden, nuttig tegen allerlei nare ziektes. Dames en heren baadden in die tijd gescheiden. Het bad heeft niet lang bestaan, want de kroniekschrijver noteert nog in datzelfde jaar: ‘het had geen grote aftrek en is zederd verdweenen’.

In 1845 kwam er aan de Lentse oever weer een particulier bad(schip), waar zelfs muziekuitvoeringen werden gegeven en horeca aanwezig was. Ook dit schip, dat vooral de beter gesitueerden aantrok, stierf een stille dood. Meer in trek was het bad met zwemschool dat in 1859 op initiatief van twee sportleraren werd aangelegd door de gemeente. Het was vooral bedoeld om jongeren te leren zwemmen en het grote aantal verdrinkingsgevallen terug te dringen. Bad en zwemschool gelegen in de toenmalige haven (bij het tegenwoordige labyrint) sloten in 1874.

Hoewel een wasgelegenheid onmisbaar is voor de persoonlijke hygiëne, beperkte de bemoeienis van de gemeente zich tot de zorg voor goede stadspompen. Maar in 1877 besloot de gemeenteraad om een “Gemeente Bad- en Zweminrichting” te bouwen, drijvend op zes ijzeren pontons in de Waal. Een jaar later werd dit drijvend Waalbad met bassin, badkamers, stortbaden, wachtkamers, kleedkamers en privaten geopend. Het lag onderaan de Lindenberg aan de strekdam van de vluchthaven of - afhankelijk van slibvorming en stroming - aan de Lentse kant van de rivier. Het bad was een succes en in 1891 werd een tweede bassin toegevoegd. In 1902 kwam er nog een derde bassin bij. Ook de militairen van de Koloniale Reserve leerden hier zwemmen.

Voor dames en heren waren er aparte uren en aparte bassins. Wie geen geld had, mocht tussen de middag en op zondagmiddag gratis naar binnen: wel handdoek en zwemkleding meenemen. Die groep werd ‘de kostelozen’ genoemd. Dit Waalbad was ruim drie maanden per jaar open en heeft het uitgehouden tot 1950. Toen was het al lang niet meer bij de tijd en dringend aan vervanging toe.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Rivierbadschip onderaan de Lindenberg, 1860.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Zicht op de rivier met het driedelig Waalbad, ingekleurd, 1905

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

De herenafdeling van het Waalbad, 1920


Verantwoording[bewerken]

Tekst uit de tentoonstelling voor het 51e canonvenster Bad- en zwemcultuur (2013)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden