header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Schuilkelders in de frontstad

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

De stad was na Operatie Market Garden wel bevrijd, maar nog niet vrij. Dagelijkse beschietingen, veel doden en gewonden, een leven in en om schuilkelders, gebrek aan eerste levensbehoeften en angsten, spanningen en verdriet in een verwoeste stad.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

De schuilkelder in het Glashuis; een groep mensen zoekt veiligheid tijdens een luchtalarm, 1944

Particuliere schuilkelders[bewerken]

Gedurende de oorlog moesten de Nijmegenaren bij luchtaanvallen soms gebruik maken van de diverse particuliere schuilkelders onder woningen en in de kelders van grote gebouwen als scholen en fabrieken. In de Frontstadperiode kon men niet meer terug naar huis, zodra het gevaar geweken was. Vele honderden mensen hebben maandenlang in hun ondergrondse schuilplaats moeten verblijven door de vele verwoestingen en de voortdurende beschietingen. In vaak slechte hygiënische omstandigheden, zonder sanitaire voorzieningen en ventilatie, zaten ze bijna voortdurend in angst voor nieuwe aanvallen. Toch was er soms ook tijd voor ontspanning en kon er geposeerd worden voor een groepsfoto.

Ondanks de zware omstandigheden was de organisatie voor keuring en onderhoud van de particuliere schuilkelders door de diverse instellingen goed geregeld. Het Vluchtelingencommissariaat en de Luchtbeschermingsdienst zagen toe op de veiligheid en de voorzieningen in de kelders. De afdeling Bouw- en Woningtoezicht verzorgde de keuring van de kelders en Gemeentewerken verrichtte de herstelwerkzaamheden, voor zover mogelijk met het beschikbare materiaal.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Een schuilkelder op het terrein van de Snijderskazerne

Openbare schuilkelders[bewerken]

Mensen met een eigen schuilkelder onder het huis konden hun eigen bedden en meubels naar beneden brengen. De voorzieningen in de openbare schuilkelders waren meestal veel primitiever. Door de Gemeentelijke Luchtbeschermingsdienst was voor elke schuilkelder een hoofd aangesteld die verantwoordelijk was voor het naleven van de instructies over orde, nachtrust en de voedselvoorziening. Zeker na de komst van vluchtelingen uit de Betuwe had Nijmegen een groot tekort aan woonruimte en raakten de schuilkelders overbevolkt. Een van de oplossingen was het in beslag nemen en toewijzen van woningen aan daklozen door het Bureau Huisvesting en Evacuatie.

Noodkerken[bewerken]

Bij het bombardement van 22 februari 1944 was ook de St. Canisiuskerk in de Molenstraat zwaar beschadigd. De parochiediensten werden overgebracht naar de kerk aan het Keizer Karelplein, maar ook diverse schuilkelders werden ingericht als noodkapel. De Petrus-Canisius Parochie kon gebruik maken van een noodkapel in De Bonte Os (Molenstraat) in Hotel De Pool (Mariënburg-Oude Stadsgracht) en in de St.Jozefschool op de Wedren.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

De noodkapel in het gebouw van Luctor Et Emergo in de Muchterstraat

De zondagsplicht – de verplichting om de Heilige Mis op zondag bij te wonen – werd niet officieel afgeschaft maar: ‘’ ‘Zoolang Nijmegen frontstad blijft, zijn de Katholieken van Nijmegen onder zonde niet verplicht op Zondag de H. Mis bij te wonen...’.’’ Ook andere parochies en protestantse gemeenten moesten door het onbruikbaar worden van hun kerken of door de voortdurende beschietingen gebruik maken van noodkapellen of kerken buiten het centrum.

Noodziekenhuizen[bewerken]

Door de talrijke granaatbeschietingen waren er dagelijks doden en gewonden. De aanvoer van patienten was zo groot, dat de bestaande ziekenhuizen overvol raakten. Om de stroom van gewonden toch te kunnen verwerken werden noodziekenhuizen ingericht waar lichtgewonden verzorgd konden worden. Operaties werden hier niet uitgevoerd.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Een ziekenzaal in het noodziekenhuis, dat aan de achterzijde van het Oud Burgeren Gasthuis was

Er waren noodhospitalen in het Albertinum, De Klokkenberg en in de Tweede Walstraat. De laatste bevond zich in een gedeelte van het gebouwencomplex van het Oud Burgeren Gasthuis en in de door Duitsers gebouwde en verlaten bunkers daarachter. Dit Walstraat-ziekenhuis onder leiding van zr. Talma bood plaats aan 72 patiënten en werd begin 1945 zelfs uitgebreid met een kraamafdeling. Ook na de uiteindelijke bevrijding heeft het nog lang bestaan. De gangen in de bunker heetten Beatrix- en Irene-boulevard.

Verantwoording[bewerken]

Teksten uit de tentoonstelling 'Dagelijks leven in Frontstad Nijmegen, september 1944-mei 1945' in het Reginaal Archief Nijmegen, naar aanleiding van de herdenking van de bevrijding van Nijmegen in 2009.

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden