header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Veerpont

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Het veerpont zorgde vanaf 1521 voor de verbinding tussen Nijmegen en Lent. Tot 1869 is het veer verpacht, daarna is het in gemeentelijk beheer. In 1936 wordt de gemeentelijke veerdienst opgeheven als gevolg van de bouw van de Waalbrug, maar in de Tweede Wereldoorlog keert de dienst tijdelijk terug.

Oorsprong[bewerken]

Het veer van Nijmegen over de Waal was oorspronkelijk eigendom van de landsheer die de veergelden aanvankelijk zelf ontving, maar deze rechten later verpachtte. Op 8 juni 1521 schonk hertog Karel van Gelre de burgers van Nijmegen het uitsluitende recht van veer over de Waal. In de vijftiende eeuw kwamen deze rechten in handen van de zogenaamde Nijmeegse veerheren. De belangrijkste aandeelhouders daarna waren het kapittel van de Sint Steven, de Commanderie van Sint Jan en de provisoren van het H. Geesthuis. In 1592 kocht de stad Nijmegen het veerrecht. Het veer werd bediend door een paar zeil- en roeiponten en een aantal roeibootjes.

In 1656 vond Hendrik Heuck, een ondernemende zakenman afkomstig uit een aanzienlijk Nijmeegs geslacht, de gierpont uit. In 1657 werd de pont in gebruik genomen. Heuck werd voor zijn belangrijke vinding door de stad Nijmegen geëerd. Tot 1873 gierde de pont aan een ketting. Daarna werd hij vervangen door een onder water gespannen kabel. Het is niet precies bekend wanneer er motorponten werden ingezet. In ieder geval was hiervan omstreeks 1925 sprake. Rond 1933 waren er twee motorveerponten in gebruik.

Verpachting[bewerken]

Het veer tussen Nijmegen en Lent, 'de Stads Gierbrug', is verpacht[1]. De stedelijke overheid houdt zich als toezichthoudende partij op de achtergrond. Behalve als toezichthouder heeft het stadsbestuur ook nog bemoeienis met het veer, doordat het bepaalde veergelden kan terugvorderen. Voor militairen geldt namelijk een aparte overzetregeling en de stad kan de kosten daarvan op het Ministerie van Oorlog verhalen. Het is aannemelijk dat tussen de pachter en de Nijmeegse overheid nauwkeurige afspraken zijn gemaakt over het overzetten van de militairen.

Men gaf gevolg aan landelijke wetgeving, waardoor er een nieuw reglement verscheen voor de gierbrug over de Waal. Volgens de bepalingen van dat reglement zijn in eerste instantie de pachter en zijn knechten verantwoordelijk voor de pont en de opvarenden. Daarna pas, bij de afwikkeling van de boetes opgelegd aan overtreders van het reglement, komt de lokale overheid in de persoon van de commissaris van politie in beeld.[2]

Gemeentelijk beheer[bewerken]

Op 4 september 1868 verklaart een meerderheid van de raad zich voorstander van het voorstel van wethouder Mr. W. Francken NGz om het veer in eigen beheer te nemen. De raad benoemt vervolgens ook een brugbaas, twee onder-brugbazen en vijf brugknechten. Het toezicht op het veer wordt opgedragen aan de controleur van de belastingen, die tevens boekhouder van de gasfabriek is.[3]

In 1880 besluit de raad de inning van de veergelden te verpachten.[4] Drie jaar later gaan er weer stemmen op om het veer in zijn totaliteit te verpachten. Aanleiding tot deze discussie zijn de hoge kosten die gemaakt moeten worden voor verbeteringen aan het veer. De beslissing tot verpachting wordt uitgesteld tot er meer duidelijkheid is over veranderingen in het riviervak. Uitstel wordt afstel, want de rest van de periode valt er geen beslissing meer om de exploitatie van het veer uit handen te geven.

In de vergadering van 29 september 1909 besluit de raad met ingang van 1 november 1910 de gaardering van de veergelden weer door de gemeente zelf te laten gebeuren.[5]

Personeel veerpont[bewerken]

In 1910 zijn de volgende personen bij het veer werkzaam: een veerbaas; twee onderveerbazen; zes veerknechten; een scheepstimmerman; drie gaarders der veergelden. In 1918 telt het personeel nog twee leden meer, een onderveerbaas en een gaarder zijn erbij gekomen. Daarmee komt het totaal op vijftien personeelsleden. Beleidsmatig concentreert de gemeente zich niet meer op het al dan niet in eigen beheer hebben van het veer.

De gemeentelijke veerdienst is midden jaren twintig uitgegroeid tot een dienst met een behoorlijke omvang. Er werken onder leiding van de veerbaas liefst 23 mensen bij het veer.[6] In het begin van de jaren dertig is de dienst wat kleiner, er werken dan inclusief de veerbaas twintig mensen.

Waalbrug[bewerken]

Nadat al enkele jaren gesproken wordt over een Waalbrug neemt de raad in 1909 een motie aan waarin hij zich uitspreekt voor een vaste oeververbinding aan de Westzijde van de stad. Het duurt tot 1936 eer die Waalbrug er komt. De bereikbaarheid, van de Waalstad die te wensen overliet, wordt met die brug sterk verbeterd.

Als in 1936 de Waalbrug in gebruik wordt genomen betekent dit het einde van de veerdienst. Vanaf medio 1936 loopt de gemeente de inkomsten uit het veer mis. Voor 1 januari tot 16 juni 1936 zijn die geraamd op f 150.000.[7] Het personeel dat bij de dienst werkzaam is wordt overbodig. Het krijgt op 28 juni 1936 ontslag[8] of wordt naar een ander gemeentelijk onderdeel overgeplaatst.[9]

Doordat in de meidagen van 1940 de Waalbrug is opgeblazen ontstaat er weer behoefte aan een overzetmogelijkheid. Het veer dat verkocht was aan Tiel wordt weer teruggehaald en krijgt in mei 1940 een tweede leven. Verder leggen de Duitsers een scheepspontonbrug aan die totdat de Waalbrug hersteld is het rollend militair materieel de oversteek moet vergemakkelijken. In het najaar van 1943 is de Waalbrug weer hersteld.

Voetnoten[bewerken]

  1. Zie bijvoorbeeld Raadssignaten, 1825, f. 35 r.
  2. Bepalingen omtrent het veer, zie band met ordonnanties N 191, nr 9
  3. Gemeenteverslag, 1869, p. 7 en 11.
  4. Gemeenteverslag, 1880, p. 17.
  5. Gemeenteverslag, 1909, p. 47.
  6. Gemeenteverslag, 1926, p. 12
  7. Gemeenteverslag, 1936, p. 26.
  8. Zie bijvoorbeeld personeelsdossier N.P.P. Driessen, PD 17769.
  9. Zie bijvoorbeeld personeelsdossier Th. Kregting, PD 20668.

Bronnen[bewerken]

  • Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
  • Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
  • Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945', Gemeentearchief Nijmegen, 1995.

Verantwoording[bewerken]

Bewerking van de resultaten van onderzoek, gedaan in de jaren 1994-1996, naar lokaal bestuur en gemeentelijke overheid in Nijmegen door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden