header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Verloren toren

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
De toren wordt langzaam zichtbaar.
In 1557 tekent Jacob van Deventer een eerste mooie kaart van Nijmegen. Daarop staat op de plaats van onze toren niets. Geen gracht, geen wal, geen toren.
Blaeu tekent in 1649 ook geen toren en ook hij tekent de stadsuitleg vol met huizen en tuinen.
Op de ‘Vogelvlucht’ van Feltman uit 1669 is niets meer van deze toren te zien, ook geen wal, overigens. De stadsuitleg is geheel volgebouwd.
De stadsarchivaris Gorissen interpreteert en tekent op basis van zijn archiefonderzoek de muren van de stad. De toren die vóór bioscoop Carolus is gevonden, staat niet aangegeven op de tekening en lijkt dus nergens bij te horen.

De fundering van de middeleeuwse stadstoren, die in januari 2011 onverwacht werd gevonden bij werkzaamheden op Plein 1944, is onderdeel van een dubbele stadsommuring die dateert uit 1350-1400. Aan weerszijden van de toren is een 1,5 m dikke middeleeuwse stadsmuur aangetroffen, die richting Doddendaal loopt en richting de middeleeuwse voorpoort behorend bij de Windmolenpoort.

Niet bekend[bewerken]

Het bestaan van de toren en stadsmuur was niet bekend. Hij ligt tussen de eerste (aangelegd in ca. 1230/1250) en de tweede stadsommuring (aangelegd in 1436) en staat niet op oude kaarten of tekeningen. Tussen deze muren lag een brede, diepe en droge gracht, die vorig jaar winter is opgegraven en die ook als verdediging fungeerde. In Nederland is alleen van Deventer bekend dat het een dubbele stadsommuring had. In tegenstelling tot Nijmegen had Deventer een natte gracht.

Op vrijdag 14 januari 2011 kwam tijdens rioleringswerkzaamheden langs de zuidzijde van Plein 1944 stevig muurwerk tevoorschijn. Het was een interessant stuk, gemaakt uit bakstenen met een lengte van 27 cm en een laag tufsteen, afkomstig van de sloop van de Romeinse stad Ulpia in het Waterkwartier en van de Romeinse legerplaats op de Hunerberg in Oost. Het muurwerk rook dus oud en de aanleg van het riool werd gestopt. De daaropvolgende maandag werd de muur verder vrijgelegd en een toren werd blootgelegd. Verrassing … hier zou helemaal geen toren moeten zijn.

Stadsgracht en wal[bewerken]

Van de eerste stadsomwalling van Nijmegen, aangelegd vanaf 1230–1250, is op het plein een deel van de stadsgracht opgegraven. Ook is de gracht aan de westzijde van het plein (busbaan) bij rioleringswerkzaamheden, op de hoek Bloemerstraat-Doddendaal gezien. Hier is een volledige doorsnede gezien van circa 9 meter breed. De bijbehorende stadsmuur, die ongeveer ter hoogte van de Oude Varkensmarkt moet hebben gelegen, is niet aangetroffen tijdens het archeologisch onderzoek. De stadsmuur is in het begin van de 16e eeuw (1526) volledig weggebroken. Uit de gracht komt aardewerk dat in het Rijnland is geproduceerd. De datering van deze scherven ligt tussen 1200 en 1550. Dit was de situatie rond Kerstmis 2010.

Aan de oostkant is mogelijk een klein stukje van een wal gevonden. Waarschijnlijk is het de rest van de wal een aarden werk geweest. Bij alles moet men bedenken dat tot 1945 de grond hier ongeveer 1,50 m. hoger was. Er is dus al een flink stuk van de fundamenten verdwenen en een aarden wal … kunnen we ook wel vergeten.

Fundering[bewerken]

Hier is goed te zien, van welke kant de vijand moest komen. Aan de zuidzijde, de veldzijde, is het muurwerk veel dieper gefundeerd dan aan de noordzijde, de stadszijde. Daar springt de fundering omhoog. Dat scheelde nogal wat stenen. Het muurwerk van deze toren is dik, zo’n twee meter. Hier zien we de eerste invloed van het kanon. De ontwikkeling van het kanon dwong de steden hun muurwerk te vernieuwen. Hebben we hier te maken met een eerste poging, Nijmegen veiliger te maken met een nieuwe, nog onbekende stadsomwalling? Met de aanleg van de tweede bekende stadsomwalling (1436) kwam onze toren in de stad te liggen en werd mogelijk in 1526 afgebroken.

Vaste plek[bewerken]

De resten van de toren krijgen een plek op het toekomstige plein. Omdat de toren precies in de inrit van de ondergrondse parkeergarage ligt, wordt hij verplaatst en teruggebracht op een plek zo dicht mogelijk bij de plek waar hij is gevonden, goed zichtbaar in de openbare ruimte. Aanvullend zal daarbij ook informatie komen over de toren en een verwijzing naar de plek waar hij is gevonden. Het handhaven van de toren op de plek waar hij gevonden is, is niet haalbaar. Verplaatsing van de inrit kost zo’n 1,5 miljoen euro en zou leiden tot een enorme vertraging in de bouw.

Locatie in google-maps (nieuw venster)

51° 50' 45.17" N, 5° 51' 43.88" E

Verantwoording[bewerken]

Tekst van het informatiebord bij de opgraving, door bureau Archeologie en Monumenten


KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden