header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Wezenzorg

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken

Introductie

Wezen en bestuur van het Rooms Katholiek Weeshuis, 1910

Tot ver in de zestiende eeuw werden Nijmeegse weeskinderen die niet bij familie of bekenden terecht konden opgevangen in gasthuizen, tussen de volwassenen. Het eerste weeshuis in de stad, alleen voor burgerkinderen, kon in 1560 worden opgericht uit de nalatenschap van een rijke weduwe. In 1638 opende een tweede weeshuis, voor kinderen uit arme gezinnen. Beide weeshuizen bleven bestaan tot het midden van de twintigste eeuw. Een derde weeshuis werd in 1863 uit particulier initiatief opgericht. Het verhuisde na enkele jaren van de benedenstad naar het buitengebied van Neerbosch en groeide daar uit tot een dorp voor wezen. Kinderen verbleven in het weeshuis tot ze de meerderjarig waren en kregen er godsdienstige vorming en een opleiding. Tot ver in de negentiende eeuw werden ze buiten het weeshuis te werk gesteld.


Burgerweeshuis, Arme-Kinder-Huis en De Beide Weeshuizen

Stijn Buijs gaf in haar testament uit 1554 de aanzet tot de oprichting van het Burgerweeshuis aan de Begijnenstraat in 1560. Dit weeshuis nam alleen kinderen van inwoners met burgerrecht (dat waren vanaf eind 1591 vrijwel uitsluitend nog protestanten). Daarom werd in 1638 aan de Doddendaal het Arme-Kinder-Huis gesticht, bestemd voor kinderen van niet-burgers: arme katholieken, militairen en prostituees.

In 1811 kwamen alle liefdadige instellingen in de stad, net als in de rest van Nederland als onderdeel van het Franse keizerrijk, onder het bestuur van een Administratieve Commissie der Godshuizen. Toen deze Commissie in 1817 werd opgeheven kregen de twee weeshuizen samen één bestuur van regenten en vormden zij De Beide Weeshuizen. Het Burgerweeshuis werd vanaf nu het Protestantse Weeshuis genoemd, het Arme Kinder-Huis het Rooms Katholiek Weeshuis.

Omdat het aantal aanmeldingen van wezen in de twintigste eeuw sterk terugliep, sloten de regenten in 1953 de weeshuizen en brachten ze de laatste wezen onder bij particulieren. De Beide Weeshuizen kregen een nieuwe bestaansgrond: de financiële ondersteuning van vernieuwende projecten in de jeugdzorg. Om aan wettelijke vereisten te voldoen werden De Beide Weeshuizen in 1979 omgezet in een stichting: Stichting De Beide Weeshuizen.

Weesinrichting Neerbosch

In 1863 betrokken de evangelist en bijbelverkoper Johannes van ’t Lindenhout en zijn echtgenote Hendrina Sipman een huis in de Brouwerstraat. Hier begonnen zij een weeshuis op christelijke grondslag. Ouderloze kinderen voor wie geen plaats was in de bestaande weeshuizen, werden in deze tijd nog publiekelijk uitbesteed. De situatie waarin deze kinderen vaak belandden – zij werden veelal gebruikt als goedkope werkkrachten – gaf Van ’t Lindenhout de overtuiging dat weeshuizen de voorkeur verdienden boven opvang in gezinnen.

Het pand in de Nijmeegse Benedenstad bleek snel te klein voor het groeiend aantal wezen. Giften maakten het mogelijk in 1866 een nieuwe weesinrichting in de weilanden bij Neerbosch te beginnen. Weeskinderen uit het hele land vonden hun weg naar Neerbosch. De inrichting groeide uit tot een compleet dorp waar werkplaatsen, scholen, een kerkje, een boerderij, een ziekenhuis en een eigen drukkerij en uitgeverij een plaats vonden. Meer informatie over Weesinrichting en Kinderdorp Neerbosch


Archieven van weeshuizen en weeskinderen

Vijfenzestig meter en vijf eeuwen Nijmeegse geschiedenis. Zoveel omvatten de archieven van het Burgerweeshuis, het Arme-Kinder-Huis en hun opvolgers bij het Regionaal Archief Nijmegen (RAN). Iedereen kan zich hier verdiepen in de geschiedenis van de stedelijke wezenzorg maar ook van vier eeuwen eigendomsverhoudingen in Nijmegen.

Omdat weeshuizen in vroeger eeuwen zelf geen beroep op subsidies konden doen, waren zij aangewezen op hun eigen bezittingen (huizen, boerderijen, landerijen en jaarlijkse inkomsten daaruit) die burgers uit liefdadigheid hadden geschonken. Dat verklaart waarom het grootste deel van de weeshuisarchieven uit stukken bestaat die het beheer van die bezittingen betreffen. Daarom zijn die archieven ook een bijzondere bron voor de eigendomsverhoudingen in de stad, de Ooijpolder en de landerijen tussen Hatert en Hees.

In de Digitale Studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen zijn de beschrijvingen van de archieven te vinden.

Het archief van de voormalige Weesinrichting Neerbosch wordt bewaard in het Van ’t Lindenhoutmuseum. Meer informatie over het inzien van dit archief vindt u op de website van het Van ’t Lindenhoutmuseum.

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden