Beleg en inname in 1591

Uit Het Digitale Huis
Versie door Admin (overleg | bijdragen) op 3 aug 2023 om 22:56 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Let op: deze website is momenteel onder constructie. Helaas zullen hierdoor niet alle pagina's naar behoren functioneren. Onze excuses voor het ongemak!

Algemeen

Nijmegen had in 1585, tijdens de Nederlandse Opstand tegen Spanje, alsnog besloten de Spaanse, katholieke zijde te kiezen. Hierdoor was Nijmegen een belangrijk doelwit geworden voor prins Maurits, legeraanvoerder van de opstandige, noordelijke gewesten. Hij ondernam diverse aanvalspogingen en liet zelfs een nieuwe schans bouwen aan de overkant van de Waal. Nadat de Spaanse aanvoerder Parma tevergeefs had geprobeerd Nijmegen van de beschietingen uit dit fort Knodsenburg te verlossen, volgde in oktober 1591 de genadeslag. De kaart (links) verbeeldt de belegering van de stad door prins Maurits in oktober 1591. Toen Maurits’ leger via een scheepjesbrug de Waal was overgestoken en de stad had omsingeld, kon het stadsbestuur niet anders dan zich overgeven. Het beleg had niet meer dan zeven dagen geduurd. De nederlaag betekende de zogeheten ‘reductie’ (terugkeer) van Nijmegen naar de opstandige, noordelijke gewesten, verenigd in de Unie van Utrecht.

Christiaan Huygens

Prins Maurits heeft mogelijk hulp gekregen van een informant. Deze ‘spion’ zou Christiaan Huygens zijn geweest, de vader van de dichter Constantijn en vanaf 1584 secretaris van de Raad van State. In de zomer van 1591 werd hij op reis naar het leger van Maurits door Spanjaarden gevangen genomen en als krijgsgevangene naar Nijmegen gebracht. Hij kreeg hier inzicht in de slechte staat van de verdediging en nadat hij op borgtocht was vrijgelaten, gaf hij Maurits het advies Nijmegen snel te belegeren. Huygens was vervolgens als secretaris een van de ondertekenaars van het verdrag tussen Nijmegen en Maurits.

Herbegrafenis Maarten Schenck

Een van Maurits’ eerste daden na de inname van de stad in 1591 was het organiseren van een eervolle begrafenis voor Maarten Schenck. Boven de Sint Anthonispoort herinnert een gevelsteen nog aan de mislukte aanslag door deze beruchte huursoldaat in 1589. De Nijmegenaren hadden delen van zijn uit de Waal opgeviste lichaam aan vier stadspoorten vastgebonden en zijn hoofd op een staak bij de Sint- Anthonispoort tentoongesteld. Mede op verzoek van zijn weduwe zorgde Maurits echter twee jaar later voor een herbegrafenis in de Sint Stevenskerk. Het is onduidelijk of hij werd begraven in de hertogelijke grafkelder of in een speciaal daarvoor gegraven grafkelder vóór het hoogaltaar. Een speciale gedenkplaat voor zijn graf in de kerk ontbreekt.

Knodsenburg

In de zomer van 1590 liet Maurits aan de overkant van de Waal een nieuwe schans bouwen. Vanuit dit fort Knodsenburg kon de stad voortdurend met kanonnen worden beschoten, met grote verwoestingen in de stad tot gevolg. Onder meer de Sint Stevenskerk en het stadhuis raakten beschadigd. De naam Knodsenburg was een belediging voor de Nijmegenaren die spottend Knotsendragers werden genoemd. In 1566 waren tijdens godsdiensttwisten protestanten door de katholieke meerderheid met knotsen de stad uit geslagen.

Verantwoording

Teksten uit de tentoonstelling ‘Nijmegen onder vuur’ ter gelegenheid van de Open Archievendag 2008 (Regionaal Archief Nijmegen, 2008)

Commentaar

<comments hideForm="false"/> of, lees de overige commentaren ...