header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

27 Katholieken in opkomst: verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 3: Regel 3:
 
|tekst= '''In 1796 verklaarde de Nationale Vergadering, het eerste nationale ‘parlement’, alle kerkgenootschappen voor de wet gelijk. In Nijmegen, waar de bevolking voor twee derde uit katholieken bestond, werd de protestantse bovenlaag onmiddellijk door angstvisioenen bezocht. Maar de grote veranderingen zouden pas op de langere termijn plaatshebben.'''
 
|tekst= '''In 1796 verklaarde de Nationale Vergadering, het eerste nationale ‘parlement’, alle kerkgenootschappen voor de wet gelijk. In Nijmegen, waar de bevolking voor twee derde uit katholieken bestond, werd de protestantse bovenlaag onmiddellijk door angstvisioenen bezocht. Maar de grote veranderingen zouden pas op de langere termijn plaatshebben.'''
  
Per decreet van 25 juli 1808 droeg koning
+
Per decreet van 25 juli 1808 droeg koning Lodewijk Napoleon de Broerstraatkerk en de
Lodewijk Napoleon de Broerstraatkerk en de
+
Regulierenkerk over aan de katholieken. Voor het eerst sinds 1591 kregen de roomsen weer
Regulierenkerk over aan de katholieken. Voor
+
permanent de beschikking over een eigen kerkgebouw. Eigenlijk hadden zij als talrijkste kerkgenootschap ook recht op de Stevenskerk, de hoofdkerk van de stad, maar door vertragingsprocedures en protesten van gereformeerden bleef die kerk in protestantse handen. Gedurende de volgende anderhalve eeuw speelde godsdienst een wezenlijke rol in het openbare leven. De sociale en politieke ontvoogding van katholieken werd het leitmotiv in deze fase van de Nijmeegse geschiedenis. De katholieke herleving bezorgde Nijmegen een complete metamorfose. Dat was al voorzichtig merkbaar in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw. Toen vestigden de eerste vrouwelijke religieuze congregaties zich in de stad. Vanaf het midden van de negentiende eeuw, vooral nadat in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland was hersteld, gingen de veranderingen steeds sneller.
het eerst sinds 1591 kregen de roomsen weer
 
permanent de beschikking over een eigen kerkgebouw.
 
Eigenlijk hadden zij als talrijkste kerkgenootschap
 
ook recht op de Stevenskerk, de
 
hoofdkerk van de stad, maar door vertragingsprocedures
 
en protesten van gereformeerden
 
bleef die kerk in protestantse handen.
 
Gedurende de volgende anderhalve eeuw
 
speelde godsdienst een wezenlijke rol in het
 
openbare leven. De sociale en politieke ontvoogding
 
van katholieken werd het leitmotiv
 
in deze fase van de Nijmeegse geschiedenis. De
 
katholieke herleving bezorgde Nijmegen een
 
complete metamorfose. Dat was al voorzichtig
 
merkbaar in de jaren dertig en veertig van de
 
negentiende eeuw. Toen vestigden de eerste
 
vrouwelijke religieuze congregaties zich in de
 
stad. Vanaf het midden van de negentiende
 
eeuw, vooral nadat in 1853 de bisschoppelijke
 
hiërarchie in Nederland was hersteld, gingen de
 
veranderingen steeds sneller.
 
  
De stad werd verdeeld in vier parochies, die
+
De stad werd verdeeld in vier parochies, die bediend werden door dominicanen, jezuïeten, franciscanen en wereldheren. Er kwam een katholieke krant, De Gelderlander, die dienst deed als spreekbuis van de roomse zaak. Tevens verschenen een eigen kiesvereniging, ‘Regt en Billijkheid voor Allen’, een eigen ziekenhuis, het Canisiusziekenhuis in de Houtstraat, eigen scholen, arbeidersverenigingen en sociale fondsen. Een plaatselijke afdeling van de Sint- Vincentiusvereniging, voor steunverlening aan armlastige katholieke stadgenoten, kwam tot bloei. Net als andere kerkgenootschappen kregen de katholieken een eigen begraafplaats. In diezelfde tweede helft van de negentiende eeuw traden katholieke ondernemers toe tot de stedelijke elite, zoals de zeepfabrikant Dobbelmann, de steenbakkers Terwindt en Arntz, en de koopman, grootwinkelier en oprichter van een warenhuis Bahlmann. Katholieken maakten een indrukwekkende opmars in politiek en bestuur, en in 1898 kreeg Nijmegen voor het eerst sinds lange tijd weer een katholieke burgemeester: F.M. A. van Schaeck Mathon. Het geloof werd openlijk beleefd, bijvoorbeeld in jaarlijkse processies naar Kranenburg of naar Kevelaer. Ook de zaligverklaring van Petrus Canisius in 1864 werd uitbundig gevierd. Nieuwe kerken, in kenmerkende neogotische stijl, patronaatsgebouwen en scholen verrezen in steeds hoger tempo. Een markant rooms bouwwerk was het door Pierre Cuypers in de jaren 1880 ontworpen gebouw voor de Katholieke Gezellen Vereeniging, dat we nu kennen als het Kolpinghuis. In de vroege twintigste eeuw was Nijmegen bezig te veranderen in een katholiek bolwerk.
bediend werden door dominicanen, jezuïeten,
 
franciscanen en wereldheren. Er kwam een
 
katholieke krant, De Gelderlander, die dienst
 
deed als spreekbuis van de roomse zaak. Tevens
 
verschenen een eigen kiesvereniging, ‘Regt en
 
Billijkheid voor Allen’, een eigen ziekenhuis,
 
het Canisiusziekenhuis in de Houtstraat, eigen
 
scholen, arbeidersverenigingen en sociale
 
fondsen. Een plaatselijke afdeling van de Sint-
 
Vincentiusvereniging, voor steunverlening aan
 
armlastige katholieke stadgenoten, kwam tot
 
bloei. Net als andere kerkgenootschappen kregen
 
de katholieken een eigen begraafplaats.
 
In diezelfde tweede helft van de negentiende
 
eeuw traden katholieke ondernemers toe tot de
 
stedelijke elite, zoals de zeepfabrikant Dobbelmann,
 
de steenbakkers Terwindt en Arntz, en
 
de koopman, grootwinkelier en oprichter van
 
een warenhuis Bahlmann. Katholieken maakten
 
een indrukwekkende opmars in politiek
 
en bestuur, en in 1898 kreeg Nijmegen voor
 
het eerst sinds lange tijd weer een katholieke
 
burgemeester: F.M. A. van Schaeck Mathon. Het
 
geloof werd openlijk beleefd, bijvoorbeeld in
 
jaarlijkse processies naar Kranenburg of naar
 
Kevelaer. Ook de zaligverklaring van Petrus
 
Canisius in 1864 werd uitbundig gevierd.
 
Nieuwe kerken, in kenmerkende neogotische
 
stijl, patronaatsgebouwen en scholen
 
verrezen in steeds hoger tempo. Een markant
 
rooms bouwwerk was het door Pierre Cuypers
 
in de jaren 1880 ontworpen gebouw voor de
 
Katholieke Gezellen Vereeniging, dat we nu
 
kennen als het Kolpinghuis. In de vroege twintigste
 
eeuw was Nijmegen bezig te veranderen
 
in een katholiek bolwerk.
 
  
 
|tekst bij venster='''Godsdienst kleurt het openbare leven'''<br />circa 1800-1900
 
|tekst bij venster='''Godsdienst kleurt het openbare leven'''<br />circa 1800-1900
 
|afbeelding= 27 augustinuskerk.jpg
 
|afbeelding= 27 augustinuskerk.jpg
 +
|bron= '''Bron''': Jan Brabers, in: ''De Canon van Nijmegen'', Uitgeverij Vantilt (Nijmegen 2009)
 
|alt-tekst= St. Augustinuskerk
 
|alt-tekst= St. Augustinuskerk
 
|vorige titel = 26 Sloop van de burcht
 
|vorige titel = 26 Sloop van de burcht
Regel 73: Regel 17:
 
|volgende titel = 28 Gezonder leven
 
|volgende titel = 28 Gezonder leven
 
}}
 
}}
 +
== Commentaar ==
 +
<comments hideForm="false"/>
 +
of, lees [[Talk:{{PAGENAME}}|de overige commentaren ...]]

Versie van 27 dec 2010 12:26

Periode: 
In 1796 verklaarde de Nationale Vergadering, het eerste nationale ‘parlement’, alle kerkgenootschappen voor de wet gelijk. In Nijmegen, waar de bevolking voor twee derde uit katholieken bestond, werd de protestantse bovenlaag onmiddellijk door angstvisioenen bezocht. Maar de grote veranderingen zouden pas op de langere termijn plaatshebben.

Per decreet van 25 juli 1808 droeg koning Lodewijk Napoleon de Broerstraatkerk en de Regulierenkerk over aan de katholieken. Voor het eerst sinds 1591 kregen de roomsen weer permanent de beschikking over een eigen kerkgebouw. Eigenlijk hadden zij als talrijkste kerkgenootschap ook recht op de Stevenskerk, de hoofdkerk van de stad, maar door vertragingsprocedures en protesten van gereformeerden bleef die kerk in protestantse handen. Gedurende de volgende anderhalve eeuw speelde godsdienst een wezenlijke rol in het openbare leven. De sociale en politieke ontvoogding van katholieken werd het leitmotiv in deze fase van de Nijmeegse geschiedenis. De katholieke herleving bezorgde Nijmegen een complete metamorfose. Dat was al voorzichtig merkbaar in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw. Toen vestigden de eerste vrouwelijke religieuze congregaties zich in de stad. Vanaf het midden van de negentiende eeuw, vooral nadat in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland was hersteld, gingen de veranderingen steeds sneller.

De stad werd verdeeld in vier parochies, die bediend werden door dominicanen, jezuïeten, franciscanen en wereldheren. Er kwam een katholieke krant, De Gelderlander, die dienst deed als spreekbuis van de roomse zaak. Tevens verschenen een eigen kiesvereniging, ‘Regt en Billijkheid voor Allen’, een eigen ziekenhuis, het Canisiusziekenhuis in de Houtstraat, eigen scholen, arbeidersverenigingen en sociale fondsen. Een plaatselijke afdeling van de Sint- Vincentiusvereniging, voor steunverlening aan armlastige katholieke stadgenoten, kwam tot bloei. Net als andere kerkgenootschappen kregen de katholieken een eigen begraafplaats. In diezelfde tweede helft van de negentiende eeuw traden katholieke ondernemers toe tot de stedelijke elite, zoals de zeepfabrikant Dobbelmann, de steenbakkers Terwindt en Arntz, en de koopman, grootwinkelier en oprichter van een warenhuis Bahlmann. Katholieken maakten een indrukwekkende opmars in politiek en bestuur, en in 1898 kreeg Nijmegen voor het eerst sinds lange tijd weer een katholieke burgemeester: F.M. A. van Schaeck Mathon. Het geloof werd openlijk beleefd, bijvoorbeeld in jaarlijkse processies naar Kranenburg of naar Kevelaer. Ook de zaligverklaring van Petrus Canisius in 1864 werd uitbundig gevierd. Nieuwe kerken, in kenmerkende neogotische stijl, patronaatsgebouwen en scholen verrezen in steeds hoger tempo. Een markant rooms bouwwerk was het door Pierre Cuypers in de jaren 1880 ontworpen gebouw voor de Katholieke Gezellen Vereeniging, dat we nu kennen als het Kolpinghuis. In de vroege twintigste eeuw was Nijmegen bezig te veranderen in een katholiek bolwerk.
Canonicoon27.gif
Godsdienst kleurt het openbare leven
circa 1800-1900
Canonlogokaart.jpg
Canon op de kaart
St. Augustinuskerk

27 augustinuskerk.jpg

Bron: Jan Brabers, in: De Canon van Nijmegen, Uitgeverij Vantilt (Nijmegen 2009)



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden