header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

29 Uit de vesting: verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 3: Regel 3:
 
|tekst= '''In de loop van de negentiende eeuw was de ruimte binnen de vesting van Nijmegen steeds voller en benauwder geworden. Bijna 23.000 mensen woonden er dicht opeen. Pas na lang aandringen besloot de Tweede Kamer in maart 1874 de vestingstatus van Nijmegen op te heffen.'''
 
|tekst= '''In de loop van de negentiende eeuw was de ruimte binnen de vesting van Nijmegen steeds voller en benauwder geworden. Bijna 23.000 mensen woonden er dicht opeen. Pas na lang aandringen besloot de Tweede Kamer in maart 1874 de vestingstatus van Nijmegen op te heffen.'''
  
Eindelijk mochten de muren en poorten worden
+
Eindelijk mochten de muren en poorten worden gesloopt. Prompt steeg de grondprijs van
gesloopt. Prompt steeg de grondprijs van
+
de landerijen buiten de stad tot het 25-voudige: iedereen wilde daar bouwen. De gemeenteraad benoemde een commissie om met het Rijk te onderhandelen over de grondprijs van de vestingwerken – de vesting was namelijk rijkseigendom – en om de uitleg van de stad in goede banen te leiden. Deze commissie, bekend geworden als het driemanschap, bestond uit voorzitter mr. Walraven Francken (advocaat en wethouder), Johannes H. Graadt van Roggen (koopman en lid van de Kamer van Koophandel) en Herman Terwindt (steenfabrikant en later ook wethouder). De stad wilde in navolging van het succesvolle Arnhem de uitleg aangrijpen om van Nijmegen een ‘sjieke woonstad’ te maken. De Maastrichtse gemeentearchitect W.J. Brender à Brandis ontwierp een eerste plan. Zijn bedoeling was dat er een stadsdeel kwam dat zowel vanuit ‘hygiënisch als uit architectonisch oogpunt niets te wenschen over laat’. Nijmegen moest een stad worden met
de landerijen buiten de stad tot het 25-voudige:
+
fraaie singels en parken. Ruime herenhuizen en stadsvilla’s moesten de beter gesitueerden en rijke renteniers naar de stad lokken. Niettemin werd zijn plan bekritiseerd als een ‘doolhof van kleine smalle straten’. Bepleit werd boulevards aan te leggen die zo breed zouden zijn als die van Parijs en Brussel. Na advies van de Haagse architect Bert Brouwer stelde de gemeente ten slotte een aanzienlijk aangepast plan vast. Vervolgens werden de bouwterreinen openbaar geveild, te beginnen aan de westzijde van de stad tot aan de nieuwe spoorlijn naar Arnhem. Aan de zuidzijde van de stad ging het aanvankelijk om een smalle strook tot aan de Oranjesingel.
iedereen wilde daar bouwen. De gemeenteraad
 
benoemde een commissie om met het
 
Rijk te onderhandelen over de grondprijs van
 
de vestingwerken – de vesting was namelijk
 
rijkseigendom – en om de uitleg van de stad in
 
goede banen te leiden. Deze commissie, bekend
 
geworden als het driemanschap, bestond uit
 
voorzitter mr. Walraven Francken (advocaat en
 
wethouder), Johannes H. Graadt van Roggen
 
(koopman en lid van de Kamer van Koophandel)
 
en Herman Terwindt (steenfabrikant en
 
later ook wethouder). De stad wilde in navolging
 
van het succesvolle Arnhem de uitleg aangrijpen
 
om van Nijmegen een ‘sjieke woonstad’
 
te maken. De Maastrichtse gemeentearchitect
 
W.J. Brender à Brandis ontwierp een eerste
 
plan. Zijn bedoeling was dat er een stadsdeel
 
kwam dat zowel vanuit ‘hygiënisch als uit architectonisch
 
oogpunt niets te wenschen over
 
laat’. Nijmegen moest een stad worden met
 
fraaie singels en parken. Ruime herenhuizen en
 
stadsvilla’s moesten de beter gesitueerden en
 
rijke renteniers naar de stad lokken. Niettemin
 
werd zijn plan bekritiseerd als een ‘doolhof van
 
kleine smalle straten’. Bepleit werd boulevards
 
aan te leggen die zo breed zouden zijn als die
 
van Parijs en Brussel. Na advies van de Haagse
 
architect Bert Brouwer stelde de gemeente ten
 
slotte een aanzienlijk aangepast plan vast.
 
Vervolgens werden de bouwterreinen openbaar
 
geveild, te beginnen aan de westzijde van
 
de stad tot aan de nieuwe spoorlijn naar Arnhem.
 
Aan de zuidzijde van de stad ging het aanvankelijk
 
om een smalle strook tot aan de Oranjesingel.
 
  
Ook het begin van de uitvalswegen
+
Ook het begin van de uitvalswegen naar Grave, Mook, Groesbeek en Berg en Dal werd bebouwd. Rond 1910 waren de voormalige vestinggronden geheel volgebouwd. De grond, die de gemeente 25 cent per vierkante meter had gekost, bracht prijzen op tussen de f1,- en f10,-. In 1913 bleek dat de gemeente op het project van de uitleg een bruto opbrengst had behaald van 2,5 miljoen gulden. Na aftrek van de aankoopsom en de bekostiging van wegen, pleinen, plantsoenen en parken, resteerde 733.000 gulden. De stad had zich een groot ondernemer getoond.
naar Grave, Mook, Groesbeek en Berg en Dal
 
werd bebouwd. Rond 1910 waren de voormalige
 
vestinggronden geheel volgebouwd.
 
De grond, die de gemeente 25 cent per
 
vierkante meter had gekost, bracht prijzen op
 
tussen de f1,- en f10,-. In 1913 bleek dat de gemeente
 
op het project van de uitleg een bruto
 
opbrengst had behaald van 2,5 miljoen gulden.
 
Na aftrek van de aankoopsom en de bekostiging
 
van wegen, pleinen, plantsoenen en parken,
 
resteerde 733.000 gulden. De stad had zich een
 
groot ondernemer getoond.
 
  
 
|tekst bij venster='''Het begin van de 'woonstad' Nijmegen'''<br />1874-1910
 
|tekst bij venster='''Het begin van de 'woonstad' Nijmegen'''<br />1874-1910
|afbeelding= 29 kronenburgerpark.jpg  
+
|afbeelding= 29 kronenburgerpark.jpg
 +
|bron= '''Bron''': Paul Klep, in: ''De Canon van Nijmegen'', Uitgeverij Vantilt (Nijmegen 2009)
 
|alt-tekst= Kronenburgerpark
 
|alt-tekst= Kronenburgerpark
 
|vorige titel = 28 Gezonder leven
 
|vorige titel = 28 Gezonder leven
Regel 62: Regel 17:
 
|volgende titel = 30 Garnizoensstad
 
|volgende titel = 30 Garnizoensstad
 
}}
 
}}
 +
== Commentaar ==
 +
<comments hideForm="false"/>
 +
of, lees [[Talk:{{PAGENAME}}|de overige commentaren ...]]

Versie van 27 dec 2010 12:37

Periode: 
In de loop van de negentiende eeuw was de ruimte binnen de vesting van Nijmegen steeds voller en benauwder geworden. Bijna 23.000 mensen woonden er dicht opeen. Pas na lang aandringen besloot de Tweede Kamer in maart 1874 de vestingstatus van Nijmegen op te heffen.

Eindelijk mochten de muren en poorten worden gesloopt. Prompt steeg de grondprijs van de landerijen buiten de stad tot het 25-voudige: iedereen wilde daar bouwen. De gemeenteraad benoemde een commissie om met het Rijk te onderhandelen over de grondprijs van de vestingwerken – de vesting was namelijk rijkseigendom – en om de uitleg van de stad in goede banen te leiden. Deze commissie, bekend geworden als het driemanschap, bestond uit voorzitter mr. Walraven Francken (advocaat en wethouder), Johannes H. Graadt van Roggen (koopman en lid van de Kamer van Koophandel) en Herman Terwindt (steenfabrikant en later ook wethouder). De stad wilde in navolging van het succesvolle Arnhem de uitleg aangrijpen om van Nijmegen een ‘sjieke woonstad’ te maken. De Maastrichtse gemeentearchitect W.J. Brender à Brandis ontwierp een eerste plan. Zijn bedoeling was dat er een stadsdeel kwam dat zowel vanuit ‘hygiënisch als uit architectonisch oogpunt niets te wenschen over laat’. Nijmegen moest een stad worden met fraaie singels en parken. Ruime herenhuizen en stadsvilla’s moesten de beter gesitueerden en rijke renteniers naar de stad lokken. Niettemin werd zijn plan bekritiseerd als een ‘doolhof van kleine smalle straten’. Bepleit werd boulevards aan te leggen die zo breed zouden zijn als die van Parijs en Brussel. Na advies van de Haagse architect Bert Brouwer stelde de gemeente ten slotte een aanzienlijk aangepast plan vast. Vervolgens werden de bouwterreinen openbaar geveild, te beginnen aan de westzijde van de stad tot aan de nieuwe spoorlijn naar Arnhem. Aan de zuidzijde van de stad ging het aanvankelijk om een smalle strook tot aan de Oranjesingel.

Ook het begin van de uitvalswegen naar Grave, Mook, Groesbeek en Berg en Dal werd bebouwd. Rond 1910 waren de voormalige vestinggronden geheel volgebouwd. De grond, die de gemeente 25 cent per vierkante meter had gekost, bracht prijzen op tussen de f1,- en f10,-. In 1913 bleek dat de gemeente op het project van de uitleg een bruto opbrengst had behaald van 2,5 miljoen gulden. Na aftrek van de aankoopsom en de bekostiging van wegen, pleinen, plantsoenen en parken, resteerde 733.000 gulden. De stad had zich een groot ondernemer getoond.
Canonicoon29.gif
Het begin van de 'woonstad' Nijmegen
1874-1910
Canonlogokaart.jpg
Canon op de kaart
Kronenburgerpark

29 kronenburgerpark.jpg

Bron: Paul Klep, in: De Canon van Nijmegen, Uitgeverij Vantilt (Nijmegen 2009)



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden