header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeente Bemmel (1811-1817): verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
 
(10 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
 
{{Organisatie
 
{{Organisatie
 +
|Categorie1=1.1 Bestuursinstellingen
 
|Identificatiecode=2418
 
|Identificatiecode=2418
 
|Soort entiteit=Organisatie
 
|Soort entiteit=Organisatie
|Andere naam1=Marie Bemmel 1811-1813
+
|Andere naam1=Mairie Bemmel 1811-1813
 
|Beginjaar=1811
 
|Beginjaar=1811
 
|Eindjaar=1817
 
|Eindjaar=1817
|Geschiedenis=Nadat in juli 1810 het Koninkrijk Holland opging in het Keizerrijk Frankrijk voerde het nieuwe bewind de Franse bestuursinrichting in (Kocken, 1973, p.195). Het keizerlijk decreet van 18 october 1810 verdeelde het voormalig Koninkrijk in zeven departementen, waaronder het "Departement de l'Issel –Superieur" of departement van de Boven-IJssel. Dit departement, waartoe Bemmel behoorde, omvatte het grondgebied van het oude gewest Gelre benoorden de Waal. Het departement werd geleid door een prefect. Bij besluit van de prefect van maart 1811, nr. 16, werd de bestuurlijke indeling van het departement van de Boven-IJssel geregeld. Het besluit deelde het departement onder in drie arrondissementen: Arnhem, Zutphen en Tiel. Het arrondissement, met aan het hoofd de sous-prefect, was verdeeld in kantons. Bemmel was één van de kantons van het arrondissement Tiel (naast Elst, Geldermalsen en Tiel). De kantons bestonden uit mairiën (gemeenten). Het kanton Bemmel omvatte de mairiën Gent, Herwen, Huissen, Lent en Bemmel. Het grondgebied van het voormalig schoutambt Bemmel kwam in drie mairiën terecht: Lent (met Doornik en Ressen), Gendt (met Angeren en Doornenburg) en Bemmel. De mairie Bemmel omvatte uitsluitend het grondgebied van het voormalig kerspel/buurschap Bemmel met het gelijknamige kerkdorp en de buurtschappen Baal, Bergerden en Haalderen.****Nadat de Franse troepen zich eind 1813, begin 1814 uit deze streken hadden teruggetrokken, bleven zowel de inrichting als de personele bezetting van het plaatselijk bestuur ongewijzigd. Wel veranderde een aantal Franse benamingen in Nederlandse: zo werd "mairie" "gemeente" en "maire" werd "burgemeester". ****De Grondwet van 1815 bepaalde dat de nieuw ingestelde provinciebesturen reglementen voor het bestuur ten plattelande dienden op te stellen. Op 1 januari 1818 werd het Reglement voor het platteland van de provincie Gelderland van kracht en werd het Schoutambt Bemmel ingesteld, waartoe naast Bemmel net als voor 1811 ook weer de kerkdorpen Angeren, Doornenburg en Ressen behoorden.
+
|Geschiedenis=Nadat in juli 1810 het Koninkrijk Holland opging in het Keizerrijk Frankrijk voerde het nieuwe bewind de Franse bestuursinrichting in (Kocken, 1973, p.195). Het keizerlijk decreet van 18 october 1810 verdeelde het voormalig Koninkrijk in zeven departementen, waaronder het "Département de l'Issel Supérieur" of departement van de Boven-IJssel. Dit departement, waartoe Bemmel behoorde, omvatte het grondgebied van het oude gewest Gelre benoorden de Waal. Het departement werd geleid door een prefect. Bij besluit van de prefect van maart 1811, nr. 16, werd de bestuurlijke indeling van het departement van de Boven-IJssel geregeld. Het besluit deelde het departement onder in drie arrondissementen: Arnhem, Zutphen en Tiel. Het arrondissement, met aan het hoofd de sous-prefect, was verdeeld in kantons. Bemmel was één van de kantons van het arrondissement Tiel (naast Elst, Geldermalsen en Tiel). De kantons bestonden uit mairiën (gemeenten). Het kanton Bemmel omvatte de mairiën Gent, Herwen, Huissen, Lent en Bemmel. Het grondgebied van het voormalig schoutambt Bemmel kwam in drie mairiën terecht: Lent (met Doornik en Ressen), Gendt (met Angeren en Doornenburg) en Bemmel. De mairie Bemmel omvatte uitsluitend het grondgebied van het voormalig kerspel/buurschap Bemmel met het gelijknamige kerkdorp en de buurtschappen Baal, Bergerden en Haalderen.
|Taken=Bij keizerlijk decreet van 8 november 1810 werd in het ingelijfde gebied per 1 januari 1811 een deel van de Franse wetgeving uitvoerbaar verklaard, waaronder enkele wetten die de gemeentelijke bestuursinrichting regelden. De Franse wet plaatste een maire aan het hoofd der gemeente. De maire werd bijgestaan door twee "adjoints" (adjuncten) en een municipale raad. Alle functionarissen werden benoemd door de prefect. ****De invoering van de Franse bestuursorganisatie had tot gevolg dat de scheiding tussen rechterlijke macht en administratief bestuur, die men sinds 1795 tot stand had willen brengen, daadwerkelijk werd doorgevoerd. De maire voerde wetten en bevelen van hogerhand uit en hield toezicht op de gemeenteambtenaren, waaronder de "receveur" of "percepteur" (ontvanger). De maire presideerde de municipale raad, maar was er geen lid van. De raad had slechts geringe bevoegdheid. Hij vergaderde ieder jaar veertien dagen en had de financiële controle over rekening en begroting.**De installatie van de maires en adjoints door de sous-prefect had plaats in 1811. Voor Bemmel werd Laurens Spengler, woonachtig op de Kinkelenburg,  als maire benoemd. Gijsbert de Ranitz, woonachtig te Lent, werd aangesteld als gemeenteontvanger. Hij combineerde deze functie overigens met het ambt van maire van Herveld  (Van Hemmen, 2000, p. 1 en 2). De nieuwe gemeentebesturen vervulden taken op het gebied van veiligheid (brandspuit), beheer van gemene middelen, armenzorg en onderwijs, taken die voorheen door kerspel en buurschap werden verricht.
+
 
 +
Nadat de Franse troepen zich eind 1813, begin 1814 uit deze streken hadden teruggetrokken, bleven zowel de inrichting als de personele bezetting van het plaatselijk bestuur ongewijzigd. Wel veranderde een aantal Franse benamingen in Nederlandse: zo werd "mairie" "gemeente" en "maire" werd "burgemeester".  
 +
 
 +
De Grondwet van 1815 bepaalde dat de nieuw ingestelde provinciebesturen reglementen voor het bestuur ten plattelande dienden op te stellen. Op 1 januari 1818 werd het Reglement voor het platteland van de provincie Gelderland van kracht en werd het Schoutambt Bemmel ingesteld, waartoe naast Bemmel net als voor 1811 ook weer de kerkdorpen Angeren, Doornenburg en Ressen behoorden.
 +
|Taken=Bij keizerlijk decreet van 8 november 1810 werd in het ingelijfde gebied per 1 januari 1811 een deel van de Franse wetgeving uitvoerbaar verklaard, waaronder enkele wetten die de gemeentelijke bestuursinrichting regelden. De Franse wet plaatste een maire aan het hoofd der gemeente. De maire werd bijgestaan door twee "adjoints" (adjuncten) en een municipale raad. Alle functionarissen werden benoemd door de prefect.  
 +
 
 +
De invoering van de Franse bestuursorganisatie had tot gevolg dat de scheiding tussen rechterlijke macht en administratief bestuur, die men sinds 1795 tot stand had willen brengen, daadwerkelijk werd doorgevoerd. De maire voerde wetten en bevelen van hogerhand uit en hield toezicht op de gemeenteambtenaren, waaronder de "receveur" of "percepteur" (ontvanger). De maire presideerde de municipale raad, maar was er geen lid van. De raad had slechts geringe bevoegdheid. Hij vergaderde ieder jaar veertien dagen en had de financiële controle over rekening en begroting.
 +
De installatie van de maires en adjoints door de sous-prefect had plaats in 1811. Voor Bemmel werd Laurens Spengler, woonachtig op de Kinkelenburg,  als maire benoemd. Gijsbert de Ranitz, woonachtig te Lent, werd aangesteld als gemeenteontvanger. Hij combineerde deze functie overigens met het ambt van maire van Herveld  (Van Hemmen, 2000, p. 1 en 2). De nieuwe gemeentebesturen vervulden taken op het gebied van veiligheid (brandspuit), beheer van gemene middelen, armenzorg en onderwijs, taken die voorheen door kerspel en buurschap werden verricht.
 +
|Organisatie=0
 
|Rechtsvorm=Overheid
 
|Rechtsvorm=Overheid
 
|Opvolger1=Gemeente Bemmel (1818-2000)
 
|Opvolger1=Gemeente Bemmel (1818-2000)
|Archiefnummer=1326
+
|Archieflink=https://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126488814
|Archiefinfo=http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=2126488814
+
|Locatie={{Locatieformulier|-|Bemmel}}
|Naamtoegang=Derk Prins
+
|Bronnen={{Bronnen|Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de Geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland voor de invoering der Gemeentewet van 1851'. Bijdragen en Mededelingen der vereniging Gelre 24 (1921), blz. 1-50.}}{{Bronnen|Meer, Ad van der, en Onno Boonstra, Repertorium van Nederlandse gemeenten vanaf 1812. DANS Data Guide, 2011.}}{{Bronnen|Sloet, L.A.J.W., Bijdragen tot de kennis van Gelderland, Arnhem 1852.}}{{Bronnen|Wolters, J., De gemeente Bemmel in het land van Overbetuwe. Geschiedenis van een vijf-dorpengemeenschap, Bemmel 1954.}}{{Bronnen|Hemmen, F. van, Motor van het dorpsleven. Historische schets van de Gemeente Bemmel, 1818-1999, Bemmel 2000.}}{{Bronnen|Buurman, D.J.G., 'Schets van de opeenvolgende bestuursinstellingen in Gelderland voor de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en Mededelingen der vereniging Gelre}}{{Bronnen|57 (1958), blz. 25-30.}}{{Bronnen|Kocken, M.J.A.V., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van en geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851, Den Haag 1973.}}
|Jaartoegang=2014
+
|Naam=Gemeente Bemmel (1811-1817)
|Locatie={{Locatieformulier|-||Bemmel}}
 
|Bronnen={{Bronnen|Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de Geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland voor de invoering der Gemeentewet van 1851'. Bijdragen en Mededelingen der vereniging Gelre 24 (1921), blz. 1-50.}}{{Bronnen|Meer, Ad van der, en Onno Boonstra, Repertorium van Nederlandse gemeenten vanaf 1812. DANS Data Guide, 2011.}}{{Bronnen|Sloet, L.A.J.W., Bijdragen tot de kennis van Gelderland, Arnhem 1852.}}{{Bronnen|Wolters, J., De gemeente Bemmel in het land van Overbetuwe. Geschiedenis van een vijf-dorpengemeenschap, Bemmel 1954.}}{{Bronnen|Hemmen, F. van, Motor van het dorpsleven. Historische schets van de Gemeente Bemmel, 1818-1999, Bemmel 2000.}}{{Bronnen|Buurman, D.J.G., 'Schets van de opeenvolgende bestuursinstellingen in Gelderland voor de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en Mededelingen der vereniging Gelre 57 (1958), blz. 25-30.}}{{Bronnen|Kocken, M.J.A.V., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van en geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851, Den Haag 1973.}}
 
|Naam=Gemeente Bemmel (1811-1818)
 
 
}}
 
}}

Huidige versie van 13 dec 2017 om 13:38

Algemene gegevens
Naam : Gemeente Bemmel (1811-1817)
Andere naam (namen):
  • Mairie Bemmel 1811-1813

Bestaansperiode: 1811 - 1817
Rechtsvorm: Overheid
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Geschiedenis

Nadat in juli 1810 het Koninkrijk Holland opging in het Keizerrijk Frankrijk voerde het nieuwe bewind de Franse bestuursinrichting in (Kocken, 1973, p.195). Het keizerlijk decreet van 18 october 1810 verdeelde het voormalig Koninkrijk in zeven departementen, waaronder het "Département de l'Issel Supérieur" of departement van de Boven-IJssel. Dit departement, waartoe Bemmel behoorde, omvatte het grondgebied van het oude gewest Gelre benoorden de Waal. Het departement werd geleid door een prefect. Bij besluit van de prefect van maart 1811, nr. 16, werd de bestuurlijke indeling van het departement van de Boven-IJssel geregeld. Het besluit deelde het departement onder in drie arrondissementen: Arnhem, Zutphen en Tiel. Het arrondissement, met aan het hoofd de sous-prefect, was verdeeld in kantons. Bemmel was één van de kantons van het arrondissement Tiel (naast Elst, Geldermalsen en Tiel). De kantons bestonden uit mairiën (gemeenten). Het kanton Bemmel omvatte de mairiën Gent, Herwen, Huissen, Lent en Bemmel. Het grondgebied van het voormalig schoutambt Bemmel kwam in drie mairiën terecht: Lent (met Doornik en Ressen), Gendt (met Angeren en Doornenburg) en Bemmel. De mairie Bemmel omvatte uitsluitend het grondgebied van het voormalig kerspel/buurschap Bemmel met het gelijknamige kerkdorp en de buurtschappen Baal, Bergerden en Haalderen.

Nadat de Franse troepen zich eind 1813, begin 1814 uit deze streken hadden teruggetrokken, bleven zowel de inrichting als de personele bezetting van het plaatselijk bestuur ongewijzigd. Wel veranderde een aantal Franse benamingen in Nederlandse: zo werd "mairie" "gemeente" en "maire" werd "burgemeester".

De Grondwet van 1815 bepaalde dat de nieuw ingestelde provinciebesturen reglementen voor het bestuur ten plattelande dienden op te stellen. Op 1 januari 1818 werd het Reglement voor het platteland van de provincie Gelderland van kracht en werd het Schoutambt Bemmel ingesteld, waartoe naast Bemmel net als voor 1811 ook weer de kerkdorpen Angeren, Doornenburg en Ressen behoorden.

Taken en activiteiten

Bij keizerlijk decreet van 8 november 1810 werd in het ingelijfde gebied per 1 januari 1811 een deel van de Franse wetgeving uitvoerbaar verklaard, waaronder enkele wetten die de gemeentelijke bestuursinrichting regelden. De Franse wet plaatste een maire aan het hoofd der gemeente. De maire werd bijgestaan door twee "adjoints" (adjuncten) en een municipale raad. Alle functionarissen werden benoemd door de prefect.

De invoering van de Franse bestuursorganisatie had tot gevolg dat de scheiding tussen rechterlijke macht en administratief bestuur, die men sinds 1795 tot stand had willen brengen, daadwerkelijk werd doorgevoerd. De maire voerde wetten en bevelen van hogerhand uit en hield toezicht op de gemeenteambtenaren, waaronder de "receveur" of "percepteur" (ontvanger). De maire presideerde de municipale raad, maar was er geen lid van. De raad had slechts geringe bevoegdheid. Hij vergaderde ieder jaar veertien dagen en had de financiële controle over rekening en begroting. De installatie van de maires en adjoints door de sous-prefect had plaats in 1811. Voor Bemmel werd Laurens Spengler, woonachtig op de Kinkelenburg, als maire benoemd. Gijsbert de Ranitz, woonachtig te Lent, werd aangesteld als gemeenteontvanger. Hij combineerde deze functie overigens met het ambt van maire van Herveld (Van Hemmen, 2000, p. 1 en 2). De nieuwe gemeentebesturen vervulden taken op het gebied van veiligheid (brandspuit), beheer van gemene middelen, armenzorg en onderwijs, taken die voorheen door kerspel en buurschap werden verricht.

Organisatie

0

Locatie

-: Bemmel

Bronnen

  • Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de Geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland voor de invoering der Gemeentewet van 1851'. Bijdragen en Mededelingen der vereniging Gelre 24 (1921), blz. 1-50.
  • Meer, Ad van der, en Onno Boonstra, Repertorium van Nederlandse gemeenten vanaf 1812. DANS Data Guide, 2011.
  • Sloet, L.A.J.W., Bijdragen tot de kennis van Gelderland, Arnhem 1852.
  • Wolters, J., De gemeente Bemmel in het land van Overbetuwe. Geschiedenis van een vijf-dorpengemeenschap, Bemmel 1954.
  • Hemmen, F. van, Motor van het dorpsleven. Historische schets van de Gemeente Bemmel, 1818-1999, Bemmel 2000.
  • Buurman, D.J.G., 'Schets van de opeenvolgende bestuursinstellingen in Gelderland voor de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en Mededelingen der vereniging Gelre
  • 57 (1958), blz. 25-30.
  • Kocken, M.J.A.V., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van en geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851, Den Haag 1973.

Verantwoording



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden