header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeente Druten (1818-1983)

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Versie door RAN35 (overleg | bijdragen) op 6 sep 2016 om 10:58
Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Gemeente Druten (1818-1983)
Andere naam (namen):

Bestaansperiode: 1810 - 1983
Rechtsvorm:
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

De gemeente Druten ligt in het noordoostelijk deel van het Land van Maas en Waal in de provincie Gelderland. Vanaf 1 januari 1818 bestond de gemeente Druten uit de dorpen Afferden, Deest, Puiflijk en Druten. In de hieraan voorafgaande periode (1810 - 1817) vormden Afferden en Deest samen één gemeente. Puiflijk en Druten waren in die jaren zelfstandige gemeenten. De samenstelling van de gemeente Druten is van 1818 tot 1984 onveranderd gebleven. In laatstgenoemd jaar werden de gemeenten Druten en Horssen samengevoegd tot de nieuwe gemeente Druten.(1)
Op 1 januari 1818 woonden in de gemeente Druten 2606 mensen. In 1817 woonden in Afferden en Deest 1053 mensen, in Druten 1256 en in Puiflijk 401.(2)
Het aantal inwoners steeg langzaam: in het midden van de negentiende eeuw bedroeg het 3512, rond 1900 was het 4559 en aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog 6480. De naoorlogse periode laat een snellere stijging zien: er is dan haast sprake van een verdubbeling. Aan de vooravond van de gemeentelijke herindeling in 1984 telde Druten 12.401 inwoners.(3)
De gemeente Druten is altijd overwegend katholiek geweest. Aanvankelijk kerkten de katholieken in Megen, later vonden de godsdienstoefeningen plaats in een schuilkerk te Puiflijk. In 1800 werden de oude dorpskerken van Druten, Afferden en Deest weer aan de katholieken teruggegeven. In 1822 werd naast de oude kerktoren van Druten een nieuwe waterstaatskerk gebouwd, die in 1877 werd vervangen door de huidige, door P.J.H. Cuypers ontworpen neo-gothische kerk. In de dorpen Druten, Afferden en Deest bestond vanaf 1621 één Hervormde Gemeente, die vanaf het begin van de 19de eeuw over het eenvoudig kerkgebouw aan de Nieuwstraat in Druten beschikte. In 1860 werd een nieuwe Hervormde kerk aan de Kattenburg gebouwd. Het oude gebouw werd de synagoge van de pas opgerichte Israelitische gemeente van Druten. De Hervormden van Puiflijk gingen samen met die van Leeuwen. Deze twee dorpen maakten gebruik van de middeleeuwse dorpskerk in Puiflijk. (4)
De gemeente Druten heeft altijd een overwegend agrarisch karakter gekend. Landbouw en veeteelt vormden van oudsher de belangrijkste bronnen van inkomsten. De tabaksteelt was tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw van enige betekenis. Een deel van de bevolking vond werk bij de plaatselijke steenfabrieken, die vanaf het midden van de negentiende eeuw sterk groeiden. Het hoogtepunt van bedrijvigheid werd bereikt in 1871, toen de gemeente tien steenovens telde die werk boden aan 665 arbeiders. Als gevolg van schaalvergroting en sanering na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal steenfabrieken sterk af. (5) Vanaf het eind van de negentiende eeuw werd ook scheepsbouw van belang.
Het Land van Maas en Waal was lange tijd vooral een in economisch opzicht achtergebleven en geïsoleerd gebied, dat vaak werd geteisterd door overstromingen. Pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw werd, dankzij de grootschalige ruilverkaveling, de landbouwproductie vergroot en de economische positie van de streek aanzienlijk versterkt. De bouw van bruggen over de grote rivieren in de jaren zeventig verloste het gebied uit zijn isolement. De gemeente Druten slaagde er daarna in om diverse industrieën aan te trekken. (6)
In de loop van de tijd heeft Druten in toenemende mate een verzorgende rol voor de omliggende omgeving gekregen, met name op het gebied van onderwijs-, sport- en winkelvoorzieningen. (7) Van regionaal belang is verder de zwakzinnigeninrichting. Hiermee werd in 1903 een begin gemaakt nadat Franse zusters, les Filles de la Sagesse, met dat doel voor ogen het landgoed Boldershof hadden aangekocht. (8)

Ten tijde van de Republiek was de provincie Gelderland verdeeld in drie kwartieren, die op hun beurt waren onderverdeeld in steden, heerlijkheden en ambten. De dorpen Druten, Afferden, Deest en Puiflijk lagen in het ambt van Maas en Waal. In 1758 kocht het ambtsbestuur een groot pand in Druten aan en liet het verbouwen tot het fraaie Ambtshuis. Daarin werden o.a. de rechtbank en de dijkstoel van het ambt ondergebracht. Daardoor was het centraal gelegen Druten een bestuurlijk centrum geworden. (9) De Bataafse omwenteling van 1795 betekende het begin van een periode van grote veranderingen op bestuurlijk en territoriaal gebied. De organisatie van de dorpsbesturen in Gelders gebied bleef echter nog gedurende een aantal jaren in veel opzichten onveranderd.

Pas tegen het einde van de Bataafs-Franse tijd (1795 - 1813) trad met de invoering van de Franse bestuursorganisatie een ingrijpende wijziging op. Bij het Traktaat van Parijs van 16 maart 1810 stond de koning van Holland het ten zuiden van de Waal gelegen deel van Gelderland af aan het Franse keizerrijk. Door een Keizerlijk Decreet van 26 april 1810 werd dit gebied onderdeel van het nieuwgevormde departement des Bouches du Rhin (van de Monden van de Rijn), met aan het hoofd een prefect en als hoofdstad 's-Hertogenbosch. Dit departement was onderverdeeld in drie arrondissementen: Eindhoven, 's-Hertogenbosch en Nijmegen, aan het hoofd waarvan onderprefecten werden aangesteld.

De arrondissementen werden op hun beurt bij keizerlijk decreet van 14 mei 1810 in kantons onderverdeeld, die elk een aantal mairies (gemeenten) bevatten. De drie gemeenten Druten, Afferden en Deest en Puiflijk maakten deel uit van het kanton Druten, dat verder het westelijk gedeelte van het land van Maas en Waal besloeg. (10) Bij Keizerlijk Decreet van 8 november 1810 werd in het nieuw ingelijfde gebied per 1 januari 1811 een deel van de Franse wetgeving uitvoerbaar verklaard. Zo waren er enkele wetten die de gemeentelijke bestuursinrichting regelden. Aan het hoofd van de gemeente kwam een 'maire' te staan. In kleine gemeenten als Druten, Afferden en Deest en Puiflijk, werd deze bijgestaan door een 'adjoint' (adjunct), en bestond de 'conseil municipal' (gemeenteraad) uit tien leden. Alle functionarissen werden benoemd door de prefect. De nieuwe gemeentebesturen hadden slechts administratieve taken. De maire voerde de wetten en bevelen van hogerhand uit en hield toezicht op de gemeenteambtenaren. Hij was voorzitter van de gemeenteraad, maar geen lid. De raad had buiten de financiële controle over rekening en begroting slechts weinig bevoegdheden. (11)

Na het vertrek van de Fransen werd bij de Grondwet van 1814 de provincie Gelderland in ere hersteld. De titel prefect werd vervangen door gouverneur; de arrondissementen heetten weer als voorheen kwartieren en de maire werd burgemeester. (12) De door de Fransen ingevoerde gemeentelijke bestuursorganisatie bleef echter in hoofdzaak gehandhaafd. (13)

1) Gorissen, Städteatlas, p. 15-19.
2) Archief gemeente Druten, inv. nrs. 8, 22, 30 en 1072.
3) Verslag van den toestand der Provincie Gelderland over 1850, 1900; Archief gemeente Druten, inv. nrs. 1818 en 2238.
4) Van Capelleveen, "Zoo sloeg dan de ure ...…", p. 14; Schulte, Land van Maas en Waal, p. 64 - 66, 82; Tweestromenland, 1964, nr. 1, p. 10; 1994, nr. 79, p. 15; 1979, nr. 31, p. 13 - 15;
Boom, H. ten, 'De Hervormde gemeente te Puiflijk', p. 160 - 161.
5) Archief gemeente Druten, inv. nr. 783; Janssen, 'Steenfabricage in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal', in: Tweestromenland, 1985, nr. 44, p. 29 - 35; 1992, nr. 72,
p.3-10.
6) Manders, Van armoede tot welvaart, p. 167; inv.nr. 744.
7) Schulte, Het Land van Maas en Waal, p. 57.
8) M.G.P. van Os-Peters, 'Enkele Congregaties in Maas en Waal', geen paginanummering; J. van Os en A. Talsma, Boldershof 75.
9) Schulte, Land van Maas en Waal, 58.
10) Bulletin des Lois / Bulletin der Wetten, 4e serie, nr. 288 (14 mei 1810); Gorissen, Städteatlas, 14-16.
11) Bulletin des Lois B ulletin der Wetten, 4e serie, nr. 327 bis (8 november 1810); De Blécourt, Organisatie, 21- 22; Martens van Sevenhoven, Schets, 227; Kocken, Stads- en
plattelandsbestuur, 196 - 200.
12) Bijvoegsel tot het Staatsblad, 29 maart 1814; Buurman, Schets, 38-39; Ramaer, Fransche tijd, 100 - 101.
13) Kocken, Stads- en plattelandsbestuur, 203-204.

Geschiedenis

Per 1 januari 1818 trad het reglement voor het bestuur van het platteland van Gelderland in werking. Dit verdeelde het platteland in zeventien hoofdschoutambten, die weer bestonden uit een aantal schoutambten (gemeenten). Druten, Afferden en Deest en Puiflijk werden samengevoegd tot het schoutambt Druten, behorend tot het hoofdschoutambt Maas en Waal. Aan het hoofd van het plaatselijk bestuur stond de schout, die door de koning werd benoemd. Hij werd bijgestaan door twee assessoren, door Provinciale Staten gekozen uit de gemeenteraad.

Het aantal door Provinciale Staten aangestelde raadsleden bedroeg in totaal vier. Tot de taken van de schout behoorden de uitvoering van raadsbesluiten en de handhaving van wettelijke bepalingen en verordeningen. De plaatselijke verordeningen werden vastgesteld door de gemeenteraad, die verder voornamelijk controle uitoefende op de gemeentefinanciën. (1)

In 1825 kreeg het platteland van Gelderland een nieuw bestuursreglement, dat echter geen wezenlijke veranderingen bracht in de taken en bevoegdheden van de gemeentelijke bestuursorganen. Schout werd weer burgemeester, schoutambt werd nu gemeente. De burgemeester werd door de koning benoemd, de assessoren door de gouverneur en de raadsleden door Provinciale Staten. Voor kleine gemeenten als Druten bedroeg het aantal raadsleden zeven, inclusief burgemeester en assessoren. Geleidelijk werden de zeventien hoofdschoutambten vervangen door grotere districten met aan het hoofd een districtscommissaris. In 1837 werd uiteindelijk een nieuwe verdeling in vijf districten vastgesteld. Het hoofdschoutambt Rijk van Nijmegen, waartoe Druten behoorde, ging daarmee op in het district Nijmegen. (2)

Met de Grondwet van 1848 en de daarop gebaseerde Gemeentewet van 1851 kwam er een einde aan de wettelijke verschillen tussen stad en platteland. De districtscommissaris als tussenpersoon tussen de plattelandsgemeenten en het provinciebestuur werd daarmee overbodig. De districten werden dan ook per 1 januari 1850 opgeheven. Elke gemeente werd nu bestuurd door een gemeenteraad, een college van burgemeester en wethouders en een burgemeester. De burgemeester werd als voorheen door de koning benoemd. De leden van de gemeenteraad werden rechtstreeks door de stembevoegde mannelijke inwoners gekozen. Het kiesrecht was tot de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen in 1917 afhankelijk van de belastingsom die in de directe belastingen werd betaald (census). Vrouwen kregen in 1919 kiesrecht. De leden van de gemeenteraad kozen uit hun midden de wethouders. Gemeenten met minder dan drieduizend inwoners, zoals Druten, kregen zeven raadsleden en twee wethouders. (3)

Bij verordening van de rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied van 12 augustus 1941, werden in alle gemeenten de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders per 1 september 1941 ontbonden. Hun taken gingen over op de burgemeester; de wethouders werden nu diens medewerkers. (4)
Na de bevrijding werden de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders in ere hersteld. Toen het aantal inwoners van de gemeente Druten in 1971 de mijlpaal van 10.000 had bereikt, werd de gemeenteraad uitgebreid van zeven naar vijftien leden; het aantal wethouders bleef gelijk. (5)

Vóór 1841 vergaderde het gemeentebestuur in plaatselijke herbergen. Vanaf dat jaar kon de gemeente ten behoeve van de secretarie een ruimte huren in het Ambtshuis. Zij moest dat gebouw delen met de rechtsopvolgers van het ambt, het Kantongerecht en het Polderdistrict Maas en Waal. In 1933 werd het Kantongerecht naar Nijmegen verplaatst. (6) Ondanks deze ruimtewinst werd het Ambtshuis te klein voor de groeiende bestuursapparaten van de gemeente en het polderdistrict. In 1961, toen het bestuur van het polderdistrict naar Nijmegen verhuisde, kocht de gemeente Druten het voormalige Ambtshuis en nam het hele pand in gebruik als gemeentehuis. In de daaropvolgende jaren was de gemeente genoodzaakt om enkele onderdelen van de gemeentelijke organisatie onder te brengen in houten barakken achter het gemeentehuis. In 1969 werd het huidige gemeentehuis, gelegen aan de Heuvel, in gebruik genomen. (7)

Als gevolg van de bevolkingsgroei en de voortgaande ontwikkeling tot centrumgemeente na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal personeelsleden van de gemeente Druten fors toe. In 1976 en 1977 werden dienstverleningsovereenkomsten gesloten met de buurgemeente Horssen, waarbij de verschillende gemeentelijke taken onderling werden verdeeld. Druten nam de taken op het gebied van Gemeentewerken en Sociale Zaken waar. (8) Per 1 januari 1984 werden beide gemeenten in het kader van een gemeentelijke herindeling in het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen opgeheven en samengevoegd tot de nieuwe gemeente Druten. (9)

1) Reglement voor het plattelandsbestuur in Gelderland, 1817 (exemplaar aanwezig in Bibliotheek Arnhem, 374 B 27); De Blécourt, Organisatie, 26; Martens van Sevenhoven, Schets, 233 - 234; Gorissen, Städteatlas, 16 - 19; Buurman, Schets, 40 - 41.
2) Ramaer, Koninkrijk, 179 - 180; Martens van Sevenhoven, Schets, 234 - 236; Gorissen, Städteatlas, 20; Buurman, Schets, 41 - 42 en 47.
3) Staatsblad, 29 juni 1851 (nr. 85); Ramaer, Koninkrijk, 213 en 240; Gorissen, Städteatlas, 20; Buurman, Schets, 42 - 43; Kocken, Stads- en plattelandsbestuur, 459 - 556.
4) Verordeningenblad, 11 augustus 1941 (nr. 152).
5) Archief gemeente Druten, inv. nr. 1866.
6) Van den Heuvel, Mensen van Druten, 225.
7) Dobbelsteen, Gemeentehuizen: Druten, p. 80-82.
8) Archief gemeente Druten, inv. nrs. 1854, 1972 en 2930; Limburg, Bueslink en Wijnen, Herindeling, p. 119.
9) Staatsblad, 6 juni 1983 (nr. 327).

Locatie

-: Druten

-: Deest

-: Puiflijk

Bronnen

  • Adam, H.B.N.B., e.a. Inventaris van de archieven der gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd in Gelderland, 1795-1813. Arnhem 1982-1983, 7 delen (Gelderse inventarissenreeks, nr. 21).
  • Blécourt, A.S. de, De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795-1851, Haarlem 1903.
  • Boom, H. ten, 'De Hervormde gemeente te Puiflijk. Haar einde in het begin van de 19e eeuw', in: Nederlands Archieven van kerkgeschiedenis, LIII (1973), p. 160 - 170.
  • Buurman, D.J.G., 'Schets van de opeenvolgende bestuursindelingen in Gelderland vóór de invoering van de provinciale wet van 1850', in: Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre, 57 (1958), p. 23 - 50.
  • Capelleveen, H. van, "Zoo sloeg dan de ure…", De protestanten van Druten, Afferden en Deest, Druten 1985.
  • Dobbelsteen, W. van den, 'Druten', in: T. en J. de Roos, Gemeentehuizen: van Aalten tot Zutphen, Arnhem-Groningen 1995, p. 80 - 82.
  • Gorissen, F., Stede-atlas van Nijmegen, Arnhem 1956.
  • Heuvel, C. van den, Mensen van Druten. Een geschiedenis. (Wijchen 2002) (Tweestromenlandreeks 24).
  • Janssen, G.B., 'Steenfabricage in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal', in: Tweestromenland, 1985, nr. 44, p. 20 - 37; 1992, nr. 72, p. 3 - 10.
  • Kocken, M.J.A.V., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een
  • geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851, Den Haag 1973.
  • Limburg, R., B.P. Buessink en A. Wijnen, Herindeling in Tweestromenland. Een onderzoek naar de gevolgen van gemeentelijke herindeling in het Land van Maas en Waal, Amsterdam 1987.
  • Manders, H., Het Land tussen Maas en Waal, Zutphen 1976.
  • Manders, H., Maas en Waal. Van armoede tot welvaart, Arnhem 1988.
  • Martens van Sevenhoven, A.H., 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der gemeentewet van 1851', in: Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften, Arnhem 1977 (Werken der vereniging Gelre, nr. 35), p. 203 - 257.
  • Os, J. van, Duizend jaar Deest, Deest 1997.
  • Os. J. van en A. Talsma, Boldershof 75, Druten z.j.
  • Os-Peters, M.G.P. van, 'Enkele Congregaties in Maas en Waal', in: C. Visser en J. van den Burg (red.), Religie in Maas en Waal, Beneden-Leeuwen z.j..
  • Ramaer, J.C., Geschiedkundige atlas van Nederland: de Fransche tijd (1795 - 1815), Den Haag 1926.
  • Ramaer, J.C., Geschiedkundige atlas van Nederland: het koninkrijk der Nederlanden (1815 - 1931), Den Haag 1931.
  • Schulte, A.G. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst: het Land van Maas en Waal, 's-Gravenhage 1986, p. 56 - 93.
  • Sierksma, Kl., De gemeentewapens van Nederland, Utrecht 1960.
  • Keijmel, P.D., Statistieke beschrijvingen van de steden en het platteland van Gelderland, I: Het kwartier van Nijmegen, Arnhem 1971.
  • Volmuller, H.W.J., Nijhoffs geschiedenislexicon: Nederland en België, Den Haag/Antwerpen 1981.

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door Jan Boon, Peter van Os en Henk Trapman. (2004)



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden