header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Gemeenteontvanger: verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
k
(Verwijst door naar Gemeenteontvanger Nijmegen)
(Label: Nieuwe doorverwijzing)
 
Regel 1: Regel 1:
De stadsontvanger, vanaf 1851 gemeenteontvanger geheten, is een soort penningmeester van het stadsbestuur. Hij is belast met de invordering van alle inkomsten en ontvangsten van de gemeente en behoort dus tot de administratieve tak van het bestuur.
+
#DOORVERWIJZING [[Gemeenteontvanger Nijmegen]]
 
 
===Taken stadsontvanger===
 
De stadsontvanger moet duidelijk te onderscheiden worden van de [[belastingdienst|dienst belastingen]]. Naast de stadsontvanger kennen we immers de
 
ontvanger der stedelijke belasting die het hoofd is van de plaatselijke
 
belastingdienst. De functie van stadsontvanger is - misschien wat oneerbiedig
 
- te omschrijven als penningmeester van het stadsbestuur. Deze
 
functie is duidelijk geïncorporeerd binnen het lokaal bestuur.
 
De stadsontvanger dient begrote inkomsten te innen. Die inkomsten
 
bestaan niet alleen uit belastingen. Ook de pachtgelden van landerijen en
 
de opbrengsten van verpachtingen van diensten en instellingen als
 
bijvoorbeeld een [[Bank van Lening]] zijn voor de stad een bron van
 
inkomst. Verder ontvangt de stad bijvoorbeeld nog gelden door
 
opbrengsten van verkopingen van hakhout, gewassen en dergelijke. De
 
functie van stadsontvanger houdt dus heel wat meer in dan het innen van
 
de door de belastingdienst vergaarde gelden.
 
 
 
Een andere taak van de stadsontvanger is het doen van betalingen
 
overeenkomstig de op de begroting vermelde post uitgaven. Hij mag geen
 
betalingen doen dan met schriftelijke toestemming van een of meerdere
 
burgemeesteren èn de secretaris. Om er toch maar zeker van te zijn dat
 
de stadsontvanger zich onthoudt van financiële malversaties, is als extra
 
veiligheidsmaatregel een borgtocht ingesteld. De positie van de stadsontvanger blijft tot 1851 dezelfde.
 
 
 
===Gemeenteontvanger===
 
Als gevolg van de gemeentewet van 1851 krijgt de stadsontvanger een andere naam.
 
Na 1851 wordt de functie aangeduid met gemeenteontvanger. Mr. P.H.J.
 
baron van Wassenaer van St. Pancras behoudt zijn betrekking als ontvanger.
 
[[College van Burgemeester en Wethouders|Burgemeester en Wethouders]] doen een voordracht van twee
 
personen: Van Wassenaer en als tegenkandidaat J.V. Riveaux, hoofdontvanger
 
van de stedelijke belastingen te Nijmegen. De raad kiest voor
 
continuteit en geeft de voorkeur aan de vroegere stadsontvanger.
 
 
 
In dezelfde vergadering dat de instructie voor de gemeenteontvanger
 
wordt vastgesteld, stelt de raad de taakomschrijving op voor de gemeenteontvanger.<ref>Vergadering 21 november 1851, zie: raadssignaten 1851, 161 r. en volgende</ref> Krachtens de instructie staat de gemeenteontvanger "onder
 
de onmiddelijke bevelen van de Burgemeester en Wethouders". Hij is
 
belast met de invordering van alle inkomsten en ontvangsten van de gemeente,
 
en door hem worden alle betalingen der gemeente gedaan,
 
behoudens enkele uitzonderingen. Bij alle verkopingen en verpachtingen
 
is hij aanwezig. Dat de kas klopt en goed bewaakt wordt, is in zijn belang,
 
want hij is persoonlijk aansprakelijk voor alle gelden die kwijt raken.<ref>Voor de instructie van de gemeenteontvanger zie: S.A.N., seriedelen 455, f. 21 v. en volgende. De instructie wordt meerdere malen herzien (10 mei 1879, 12 november 1904 en 18 februari 1911). De laatste instructie opgesteld in deze periode dateert van 4 april 1911, zie Gemeenteblad, 1911, no. 18.</ref>
 
 
 
===Kantoor en personeel===
 
De instructie van de ontvanger maakt wel melding van diens kantoor,
 
maar van enig onder hem ressorterend personeel wordt geen gewag
 
gemaakt. Tot 1 januari 1906 heeft de ontvanger persoonlijk mensen in
 
dienst. Vanaf genoemde datum treedt zijn personeel in dienst van de
 
gemeente. Vanaf 1906 groeit het aantal onder de ontvanger ressorterende
 
ambtenaren van twee tot zes in 1919.<ref>Zie gemeenteverslag, 1905, p. 15 en gemeenteverslag, 1919, p. 34.</ref>
 
 
 
De gemeenteontvanger heeft dus een eigen kantoor en tot 1905 heeft hij
 
eigen mensen in dienst. In dat jaar richten de klerken ten kantore van de
 
gemeenteontvanger een adres aan burgemeester en wethouders waarin zij
 
verzoeken om een aanstelling als gemeenteambtenaar. Het college wil de
 
benoeming, behoudens goedkeuring van het gemeentebestuur, aan de
 
gemeenteontvanger laten blijven, maar de raad beslist anders. Benoeming
 
en ontslag van de klerken worden een zaak van het [[college van Burgemeester en Wethouders]]<ref>Gemeenteverslag, 1905, p. 19.</ref>
 
In 1905 bestaat het personeel op het kantoor van de gemeenteontvanger
 
uit een hoofdklerk en een tweede klerk. In 1908 komen daar nog een
 
tijdelijke klerk en een bediende bij. In 1915 zijn er op het kantoor, dat
 
samen met bouw- en woningtoezicht gevestigd is in een gebouw aan de
 
Ridderstraat, de volgende personen werkzaam: een hoofdklerk, een
 
tweede klerk, twee derde klerken en een bewaarder van het gebouw aan
 
de Ridderstraat.
 
Hoewel de gemeenteontvanger een relatief zelfstandige positie inneemt
 
binnen het gemeentelijk apparaat, vormt hij er wel een belangrijk
 
onderdeel van. Voor een goede uitoefening van zijn taken is hij afhankelijk
 
van de secretarie, de dienst belastingen en van het naar behoren
 
functioneren van allerlei ambtenaren die zorgen voor de inning van
 
gelden voor de gemeente.
 
 
 
In het begin van de 20e eeuw heeft het kantoor van de gemeenteontvanger
 
zich ontwikkeld van een onderdeel met 'eigen', door de ontvanger betaald,
 
personeel tot een in de lokale overheid volledig geïntegreerd apparaat met
 
gemeentelijk personeel. In 1919 werken er onder de gemeenteontvanger
 
een commies, een adjunct-commies, een klerk 1e klas en 3 klerken 2e
 
klas. In de oorlogsjaren bestaat het personeel behalve uit de gemeenteontvanger
 
nog steeds uit 6 personen: 2 commiezen, 2 adjunct-commiezen,
 
1 klerk 1e klas en 1 deurwaarder.
 
 
 
===Uitbreiding werkzaamheden===
 
Met het uitdijen van het gemeentelijk apparaat en van de binnenkomende
 
en uitgaande geldstromen nemen de werkzaamheden van het kantoor van
 
de gemeenteontvanger toe. Dat het personeelsbestand op het ontvangkantoor
 
slechts een bescheiden groei doormaakt, heeft deels te maken met
 
het feit dat tal van werkzaamheden al elders in het gemeentelijk apparaat
 
worden uitgevoerd en deels door de zelfstandige positie die de gemeentebedrijven
 
innemen. Vanaf 1910 zijn die bedrijven zelfs financieel
 
geheel zelfstandig. In de raadsvergadering van 11 juni 1910 is besloten
 
dat de gemeenteontvanger niet langer te belasten met de invordering van
 
alle inkomsten en ontvangsten en met het verrichten van alle betalingen.
 
De inkomsten, ontvangsten en betalingen ter zake van de exploitatie der
 
[[Gemeente Electriciteitswerken Nijmegen|Electriciteitswerken]], [[Gemeente Gasfabriek en Waterleiding Nijmegen|Gemeente Gasfabriek en Waterleiding]] vallen niet langer onder
 
de gemeenteontvanger.<ref>Gemeenteverslag, 1910, p. 27.</ref>De gemeenteontvanger beheert daarnaast het [[Eversfonds]] en het [[Van Schaeck Mathonfonds]].
 
 
 
===Voetnoten===
 
<references/>
 
 
 
===Bronnen===
 
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
 
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
 
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945', Gemeentearchief Nijmegen, 1995.
 
 
 
===Verantwoording===
 
{{Verantwoording bestuursgeschiedenis}}
 
 
 
<br style="clear:both;" />
 
== Commentaar ==
 
<comments hideForm="false"/>
 
of, lees [[Talk:{{PAGENAME}}|de overige commentaren ...]]
 
 
 
[[Categorie: Functionarissen]]
 
[[Categorie: Administratie]]
 
[[Categorie: 1.2 Bestuurders]]
 

Huidige versie van 10 jul 2019 om 12:39

Doorverwijzing naar:

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden