header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Pensioenfonds der Gemeente Nijmegen

Uit Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Versie door RAN114 (overleg | bijdragen) op 19 jul 2017 om 10:33
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Algemene gegevens
Naam : Pensioenfonds der Gemeente Nijmegen
Andere naam (namen):
  • Pensioenfonds voor de ambtenaren en bedienden der Gemeente Nijmegen en voor hunne weduwen & weezen
  • Pensioenfonds van de ambtenaren der gemeente Nijmegen en van hunne weduwen en kinderen

Bestaansperiode: 1854 - 1913
Rechtsvorm: fonds
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

In de negentiende eeuw begon zeer geleidelijk de opbouw van een pensioenstelsel voor overheidsdienaren. Aanvankelijk regelden de Nederlandse gemeenten dit zelfstandig. Aan het begin van de twintigste eeuw begon de rijksoverheid zich met de bezoldiging en de pensionnering van gemeenteambtenaren te bemoeien. De pensioenwet van 1913 regelde de oprichting van een nationaal pensioenfonds voor alle gemeenteambtenaren, dat – na de pensioenwet van 1922 – werd overgeheveld naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) voor alle ambtenaren.

Geschiedenis

In 1854 besloot de gemeenteraad tot oprichting van ‘een pensioenfonds voor de ambtenaren en bedienden der Gemeente Nijmegen en voor hunne weduwen & weezen’. Deelname aan dit fonds, waarvoor een korting van drie procent over het loon werd geheven, was verplicht; ambtenaren maakten aanspraak op een pensioen vanaf 65 jaar, mits hun diensttijd minimaal tien jaar bedroeg. De loonkorting, de verplichte diensttijd en de pensioengerechtigde leeftijd werden in volgende verordeningen verschillende malen gewijzigd. Een belangrijke blijvende verandering was dat het fonds vanaf 1865 ook het invaliditeitspensioen uitkeerde, ‘in geval van gebreken in de dienst bekomen’. Veranderingen aan de pensioenregeling werden nooit zonder protest doorgevoerd, in 1905 en 1913 was er zelfs sprake van ‘pensioenkwesties’, waarbij anonieme brievenschrijvers in de krant de gemeente opriepen ‘ten onrechte’ ingehouden kortingen terug te storten. Het aantal deelnemers aan het fonds groeide sterk, vooral door de uitbouw van de gemeentelijke nutsbedrijven (gasfabriek, elektriciteitscentrale, waterleiding, slachthuis). Bepaalde groepen werden echter juist van deelname uitgezonderd zoals de wethouders (1870), de leraren van het gymnasium (1877), de geneeskundigen van gemeentelijke instellingen (1888) en de leraren van de hbs (1905), omdat voor hen andere regelingen werden getroffen. Voor de burgemeester en de commissaris van de politie was deelname facultatief (1870). Formeel werd in 1913 een einde gemaakt aan afzonderlijke gemeentelijke pensioenfondsen. De gemeente-ontvanger, de instantie die het pensioenfonds beheerde, bleef bovendien verantwoordelijk voor de afdracht van gelden aan het nieuwe, landelijke pensioenfonds.

Taken en activiteiten

Het innen, beheren en uitkeren van gelden ingehouden op het salaris en gereserveerd voor het pensioen van ambtenaren van de gemeente Nijmegen.

Organisatie

Het pensioenfonds stond onder beheer van de gemeente-ontvanger. Na 1913 – toen het fonds verdween – werd deze taak overgenomen door de Pensioenraad in Den Haag; de gemeente-ontvanger had nu de taak ingehouden loonkortingen in het ABP te storten en de Pensioenraad in te lichten over personele mutaties.

Locatie

-: Nijmegen

Verantwoording



Tekst Andreas caspers, 2015- Marcel Vleugels e.a., 85 jaar ABP; Heerlen 2007.

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden