header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Stadshovenier: verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
k
Regel 44: Regel 44:
  
 
===Bronnen===
 
===Bronnen===
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
+
*Gruppelaar, L., ''Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851'', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
+
*Gruppelaar, L., ''Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919'', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
*Nabuurs, N., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1945-1984', Gemeentearchief Nijmegen, 1996.
+
*Nabuurs, N., ''Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1945-1984'', Gemeentearchief Nijmegen, 1996.
  
 
===Verantwoording===
 
===Verantwoording===
 
{{Verantwoording bestuursgeschiedenis}}
 
{{Verantwoording bestuursgeschiedenis}}
  
<br style="clear:both;" />
 
== Commentaar ==
 
<comments hideForm="false"/>
 
of, lees [[Talk:{{PAGENAME}}|de overige commentaren ...]]
 
  
 
[[Categorie: Functionarissen]]
 
[[Categorie: Functionarissen]]
 
[[Categorie: 9.2 Natuurgebieden en parken]]
 
[[Categorie: 9.2 Natuurgebieden en parken]]

Versie van 11 okt 2019 om 14:07

Functie

Een vast, door de gemeente aangesteld personeelslid op het werkterrein van de plantagiën is de stadshovenier. Deze ambtenaar, voorkomend op de lijst van ambtenaren die in 1816 is opgemaakt, vinden we in de rekeningen terug als 'opzichter der Stads Plantagien' en als 'stadsplantagiemeester'. Deze heeft de dagelijkse leiding in de 'groene sector' en heeft mogelijk een vergelijkbare positie ten opzichte van de stadsarchitect als de stadswerkbaas. De stadsplan- tagiemeester is degene die de succesvolle en voor de gemeente winstgevende ontginning heeft aangepakt bij Heumensoord.

Een andere tak die onder de plantagiemeester ressorteert, is het toezicht op de bossen en landerijen die in bezit zijn van de gemeente. Voor het toezicht ter plekke zijn opzichters en vanaf 1907 een boswachter in dienst. Voor de diverse werkzaamheden op deze gemeentelijke bezittingen zijn losse arbeidskrachten aangesteld. Vanaf 1910 worden deze rechtstreeks door de gemeente betaald. In dat jaar staan zij in het gemeenteverslag te boek als 'vaste arbeiders bij werken onder beheer van den plantagemeester'.[1] Het is aannemelijk dat deze arbeiders, van wie het aantal tussen 1910 en 1918 rond de derig schommelt, niet alleen werkzaam zijn op de eigendommen buiten de gemeentegrenzen. Al vanaf 1890 heeft de plantagiemeester erop toe te zien dat zijn tuinlieden de gemeentelijke begraafplaatsen goed onderhouden.[2] Ook de zorg voor het groen langs de wegen zal aan hun toevertrouwd zijn. Een van de taken van de plantagiemeester is immers het toezicht op de wegen in de buitenwijken,[3]een functie waarin hij in feite ondergeschikt is aan de gemeente-architect.

Naamsveranderingen

De reinigigstaak is de plantagie-meester ontvallen en ook zijn bemoeienis met het toezicht op de wegen zal ingeperkt zijn. Het ligt voor de hand dat, naarmate zich duidelijker de structuur van een dienst gemeentewerken aftekent met een aparte opzichter voor de wegen, de plantagie-meester niet langer verantwoordelijk is voor de wegen zelf. Het gemeentelijk groen wordt zijn taak. Als in 1917 de plantagiemeester komt te overlijden, wordt de enigszins ouderwets aandoende functie-aanduiding vervangen door een nieuwe. Vanaf 1917 heet hij 'hoofdopzichter der plantsoenen'. Een plantsoenendienst als zelfstandige tak is er dan nog niet, ook al heeft de hoofdopzichter der plantsoenen op het eind van de hier beschreven periode een kleine vijftig man personeel onder zijn hoede.

Met ingang van 1 oktober 1947 wordt de benaming plantagemeester omgezet in directeur van de dienst van Gemeente-Plantsoenen. Wat later, in 1949 besluiten Burgemeester en Wethouders de naam van de dienst met ingang van 1 januari 1950 te wijzigen in Gemeente Plantsoenen en Bosbeheer.

Voetnoten

  1. Gemeenteverslag, 1910, p. 12.
  2. Gemeenteverslag, 1890, pp. 30, 31.
  3. Gemeenteverslag, 1853, p. 47.

Bronnen

  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851, Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
  • Nabuurs, N., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1945-1984, Gemeentearchief Nijmegen, 1996.

Verantwoording

Bewerking van de resultaten van onderzoek, gedaan in de jaren 1994-1996, naar lokaal bestuur en gemeentelijke overheid in Nijmegen door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden