header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Supervisor van de Wederopbouw Nijmegen: verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
 
Regel 19: Regel 19:
 
|Naamtoegang=Fineke te Raa
 
|Naamtoegang=Fineke te Raa
 
|Locatie={{Locatieformulier|-|Nijmegen}}
 
|Locatie={{Locatieformulier|-|Nijmegen}}
|Bronnen={{Bronnen|L. van Meijel, Wederopbouw Nijmegen Centrum. Deel 1: inventarisatie, z.pl., z.j.}}{{Bronnen|R. Verheijen, De wederopbouw van Nijmegen, in: Numaga XXIX (1982), 33-55, 82-96.}}{{Bronnen|Inleiding archief 2.17.03 VROM / Centrale Sector, Nationaal Archief, Den Haag 2004}}{{Bronnen|Structuuronderzoek Nijmegen 1945-1962, dl.1 (Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Organisme), inv.nr. 2405).}}{{Bronnen|Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Openbare werken), inv.nr. 43.}}{{Bronnen|Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Diensten), inv.nr. 4042.}}{{Bronnen|Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Diensten), inv.nrs. 4091-4095}}
+
|Bronnen={{Bronnen|Meijel, L. van, ''Wederopbouw Nijmegen Centrum. Deel 1: inventarisatie'', z.pl., z.j.}}{{Bronnen|R. Verheijen, De wederopbouw van Nijmegen, in: ''Numaga'' XXIX (1982), 33-55, 82-96.}}{{Bronnen|Inleiding archief 2.17.03 VROM / Centrale Sector, Nationaal Archief, Den Haag 2004}}{{Bronnen|''Structuuronderzoek Nijmegen 1945-1962, dl.1'' (Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Organisme), inv.nr. 2405).}}{{Bronnen|Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Openbare werken), inv.nr. 43.}}{{Bronnen|Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Diensten), inv.nr. 4042.}}{{Bronnen|Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Diensten), inv.nrs. 4091-4095}}
 
}}
 
}}

Huidige versie van 11 okt 2019 om 13:41

Algemene gegevens
Naam : Supervisor van de Wederopbouw Nijmegen
Andere naam (namen):

Bestaansperiode: 1944 - 1962
Rechtsvorm: Juli 1944- mei 1945 aangesteld krachtens Besluit Wederopbouw I (d.d. 21 mei 1940, Stbl. 0.550) en/of Besluit Wederopbouw II (d.d. 24 mei 1940, Stbl. 0.552);
1945- dec 1948 aangesteld krachtens KB 7 mei 1945, houdende voorzieningen betreffende de wederopbouw, art. 6 (Stbl. F.67).
jan 1949 aangesteld door de gemeente Nijmegen.
Voorganger(s):

Opvolger(s):

Hoger orgaan:

Archief
Het archief van deze organisatie is in beheer bij het Regionaal Archief Nijmegen. De toegang met de beschrijving van de stukken is bereikbaar via deze link:
Icoon archief.png
Naar beschrijving archief

Algemene context

Direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nam de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht twee besluiten met betrekking tot de wederopbouw van Nederland (Besluit I d.d. 21 mei 1940, Stbl. 0.550 en Besluit II d.d. 24 mei 1940, Stbl. 0.552). Om de werkzaamheden te organiseren werd dr. ir. J.A. Ringers aangesteld, die eind 1940 de functie kreeg van Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw en de Bouwnijverheid. In die hoedanigheid was hij in het voorjaar van 1944 betrokken bij de plannen van de gemeente Nijmegen om de stad te herbouwen na het bombardement van 22 februari.
Op 1 maart 1944 kreeg ir. A. Siebers, ontwerper van het Nijmeegse uitbreidingsplan van 1934, de opdracht van waarnemend burgemeester Hondius om een plan te maken voor de herbouw van de verwoeste stadsgedeelten. Om dit te verwezenlijken begon Siebers direct na 15 maart met de inrichting van een bureau dat later zou uitgroeien tot de Stedebouwkundige Dienst. Bij zijn aanstelling had hij bedongen dat hij hierin geen medewerkers hoefde aan te stellen van de nationaalsocialistische overtuiging van Hondius.
Kort na de opdracht van het gemeentebestuur aan Siebers, op 10 maart 1944 namelijk, droeg de secretaris van de Algemeen Gemachtigde ir. P. Verhagen Lzn. op om een wederopbouwplan voor Nijmegen te maken, bij voorkeur in samenwerking met Siebers. Verhagen had eerder het Groene Balconplan voor Nijmegen ontworpen en kreeg later, in 1945, als Algemeen Stedebouwkundig Adviseur van het dan opgerichte College van Algemene Commissarissen van de Wederopbouw, bemoeienis met de herbouwplannen van alle getroffen gemeenten.
Ook stichtte de Algemeen Gemachtigde, op grond van de twee wederopbouwbesluiten van 1940, in het voorjaar van 1944 een Plaatselijk Bureau voor de Wederopbouw te Nijmegen, ook wel Bouwbureau genoemd. Dit bureau werd belast met het algemeen toezicht, de coördinatie en het stimuleren van alle werkzaamheden voor de wederopbouw, inclusief die voor het opstellen van het herbouwplan. Per 1 juni 1944 werd ook de voorloper van de Stedebouwkundige Dienst opgenomen in het Plaatselijk Bureau. Hiermee kwam deze dienst, tot dan toe een gemeenteorgaan, direct onder rijkstoezicht te staan. Op die manier wilde de Algemeen Gemachtigde de planvorming van de wederopbouw onttrekken aan de invloed van het Nijmeegse collaborerende gemeentebestuur na het weer in functie treden van burgemeester Van Lokhorst.
Op 11 augustus 1944 presenteerde de Stedebouwkundige Dienst een wederopbouwplan voor het verwoeste centrum. Dit plan verloor een maand later zijn geldigheid, toen bij de bevrijding van de stad nog eens grote delen van Nijmegen door beschietingen en brand verloren gingen. De verwoestingen betroffen vooral de winkelstraten, het gebied tussen het station en het Keizer Karelplein en de omgeving van de Batavierenweg.
Direct na de bevrijding van geheel Nederland werd de wederopbouw onder de ministeriële verantwoordelijkheid gebracht van het nieuwe Departement van Waterstaat en Wederopbouw (KB 7 mei 1945, Stbl. F66). Hiervan splitste zich op 23 juni 1945 het Departement van Openbare Werken (en Wederopbouw) af, met voormalig Algemeen Gemachtigde Ringers als minister. De uitvoering van de wederopbouwtaak kwam in handen van het College van Algemene Commissarissen voor de Wederopbouw (KB 7 mei 1945, Stbl. F67).
De Dienst van dit college werd het belangrijkste instrument voor de verwezenlijking van de wederopbouw en nam vrijwel alle taken over van de voormalige Algemeen Gemachtigde. In gemeenten met veel schade werd zij bijgestaan door plaatselijke bureaus, waaronder het al bestaande Bouwbureau van Nijmegen. Met ingang van 1 januari 1949 werden de taken van dit Bouwbureau overgedragen aan de gemeente Nijmegen, met uitzondering van de vaststelling van de schade, wat een rijksverantwoordelijkheid bleef. De financiering van deze wederopbouwtaken kon door de gemeente worden geboekt op de wederopbouwrekening.
Hoe groot de materiële schade in Nijmegen was, blijkt alleen al uit de percentages van de verwoeste oppervlakte van de centrumbebouwing: winkels 87%, bijzondere gebouwen 80%, woningen 80%, bedrijven 72%, cafés, restaurants enz. 85%, pakhuizen 60%, kantoren 30%.
In de drie getroffen gebieden samen (centrum, omgeving Batavierenweg, gebied rond het station) was sloop noodzakelijk voor 4250 woningen, 600 winkels, 40 cafés, 95 kantoren, 17 scholen, 12 fabrieken, 14 garages, 7 hotels, 5 kerken, 5 bibliotheken, 5 boerderijen, 2 ziekenhuizen, het station, de brandweerkazerne, het oude deel van het stadhuis, het politiebureau, een leeszaal en een bejaardentehuis. Daarnaast telde de stad 13.000 woningen en 3 kerken die minder zwaar beschadigd waren en voor herstel in aanmerking kwamen.

Geschiedenis

Per 1 juli 1944 werd de Arnhemse architect Ir. W.J. Gerretsen (1887-1961) door de Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw benoemd tot supervisor over de wederopbouw van Nijmegen. Deze vroege benoeming, buiten de Stedebouwkundige Dienst of het gemeentebestuur om, was in lijn met de overige bemoeienis van de Algemeen Gemachtigde met de wederopbouw van Nijmegen. Ringers vond het belangrijk dat de supervisor de gehele planvorming van de wederopbouw zou meemaken en zo nodig kon beïnvloeden. Ook viel in Nijmegen, anders dan in veel andere gemeenten, de functie van supervisor niet samen met die van de ontwerper van het wederopbouwplan.
Nadat het eerste wederopbouwplan van augustus 1944 door de gebeurtenissen in september daaropvolgend was achterhaald, begon de Stedebouwkundige Dienst na de bevrijding aan een nieuw plan. De procedure die daarbij gevolgd moest worden was door het ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw vastgesteld en per circulaire bekend gemaakt. In die circulaire werd tevens voorgesteld een adviescommissie in te stellen waarin de meest betrokken autoriteiten en getroffenen vertegenwoordigd waren. Daartoe werd in Nijmegen op 11 oktober 1945 de Stedebouwkundige Adviescommissie geïnstalleerd. Supervisor Gerretsen maakte deel uit van deze commissie, die in totaal elf keer bij elkaar kwam. De laatste vergadering vond plaats op 15 maart 1947, waarna het wederopbouwplan bij het college van Burgemeester en Wethouders werd ingediend. Op 2 mei 1947 werd het met algemene stemmen goedgekeurd door de gemeenteraad. Het duurde nog tot 6 mei 1950 voordat het plan formeel werd goedgekeurd door het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw. Wel werden in tussentijdse besprekingen enkele gedeelten van het plan vastgesteld, waarvan men aannam dat ze niet meer veranderd hoefden te worden. Daarmee kon een begin gemaakt worden met de feitelijke wederopbouw. Blijkens de overgebrachte dossiers was de supervisor overigens al in 1945 begonnen met de uitoefening van zijn directe taak.
Tot de opheffing van het Plaatselijk Bureau in december 1948 was de supervisor in rijksdienst. Niet als ambtenaar, maar op basis van een dag- en reiskostenvergoeding.
Na medio 1949 stond het gemeenten vrij de supervisie over de wederopbouwwerken te handhaven dan wel te vervangen door het normale welstandstoezicht. De Schoonheidscommissie in Nijmegen meende dat supervisie noodzakelijk bleef en dat die thuishoorde bij de Stedebouwkundige Dienst. Dit standpunt werd overgenomen door het gemeentebestuur (zie NSAN/OW, inv.nr. 43).
Vanaf 1949 kwam de supervisor dan ook in dienst van de gemeente, tegen dezelfde dag- en reiskostenvergoeding als bij het rijk.
In 1961 overleed supervisor W.J. Gerretsen. De wederopbouw was toen vrijwel afgerond, een nieuwe supervisor werd niet aangesteld.

Taken en activiteiten

Volgens circulaire 226/096, d.d. 17 juni 1946 (zie NSAN/OW, inv.nr.43) was de supervisor belast met de supervisie over de architectuur van de te herbouwen panden. Zonder toestemming van de supervisor kon geen bouwvergunning afgegeven worden voor wederopbouwwerken. Beroep op de beslissing van de supervisor was mogelijk bij de Architectencommissie voor Nijmegen met de Betuwe en omgeving.
De taak van de supervisor was tweeledig en omvatte allereerst het inpassen van de afzonderlijke ontwerpen voor bouwwerken in het stedebouwkundig geheel van het Wederopbouwplan, zodat een harmonisch geheel zou worden verkregen. Ten tweede diende de supervisor toe te zien op het architectonisch uiterlijk van de bebouwing, zodat uit de ontwerpen zou blijken, dat de architecten naar hun volle vermogen hadden gewerkt. De bemoeienis van de supervisor strekte zich uit over het samenhangend geheel van gevels en plattegronden.,
In de praktijk betekende dit dat ieder ontwerp voor een te herbouwen object moest worden goedgekeurd door de supervisor. Hiertoe adviseerde hij allereerst de Architectencommissie, die de keus van de architect moest goedkeuren, dan wel een andere architect aanwijzen. Het oordeel van de Architectencommissie werd overigens niet meegedeeld aan de supervisor, maar rechtstreeks gecommuniceerd met de aanvrager. Dit om de onafhankelijke positie van de supervisor te waarborgen. Vervolgens beoordeelde de supervisor de (schets)ontwerpen van de architect en nodigde deze uit voor een bespreking indien hij aanmerkingen had op het ontwerp. Ook voorzag hij hem indien nodig van adviesschetsen, beoordeelde een verbeterd ontwerp, net zo lang tot hij het kon goedkeuren of tot de aanvrager besloot van het ontwerp af te zien.
Om zijn werk goed te kunnen doen diende de supervisor in nauw contact te staan met de stedebouwkundige, zodat hij goed op de hoogte bleef van de bedoelingen van het stedebouwkundig plan.
Ook diende hij in voortdurend contact te staan met het hoofd van het Plaatselijk Bureau dat de regie had over de aanvragen voor herbouw. Ten slotte diende het overleg met een eventuele welstandscommissie goed geregeld te zijn. Hoewel het College van Algemene commissarissen ernaar streefde welstandstoezicht en supervisie in een hand te brengen, was daarvan in Nijmegen geen sprake. De supervisor behandelde de objecten die verband hielden met de wederopbouw of die daarmee in het stadsbeeld een onverbrekelijk geheel vormden, terwijl de Schoonheidscommissie de objecten van de gewone bouwnijverheid behandelde. Beide instanties stelden elkaar regelmatig in kennis van de door hen ingenomen standpunten. Na medio 1949, toen supervisie niet meer werd voorgeschreven door het rijk, veranderde de verhouding in die zin dat de Schoonheidscommissie een repressief toezicht hield op de beslissingen van de supervisor door inzage te krijgen van elk door hem goedgekeurd bouwplan, waarna zij haar eventuele aanmerkingen over kon brengen aan de supervisor.

Organisatie

De supervisor bekleedde een onafhankelijke positie naast het Plaatselijk Bureau voor de Wederopbouw (een rijksinstelling, opgeheven in december 1948) en de Stedebouwkundige Dienst (vanaf augustus 1945 weer onder gemeentelijke verantwoordelijkheid en vanaf 1 oktober 1949 als afdeling Stedebouw opgenomen in de dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting).
In verband met het voorgeschreven voortdurende overleg dat Plaatselijk Bureau, stedebouwkundige en supervisor dienden te voeren, zetelden zij vanaf het begin in hetzelfde gebouwencomplex, of op zijn minst op loopafstand van elkaar. De supervisor had zijn werkplek in de vertrekken van de Stedebouwkundige Dienst.

Locatie

-: Nijmegen

Bronnen

  • Meijel, L. van, Wederopbouw Nijmegen Centrum. Deel 1: inventarisatie, z.pl., z.j.
  • R. Verheijen, De wederopbouw van Nijmegen, in: Numaga XXIX (1982), 33-55, 82-96.
  • Inleiding archief 2.17.03 VROM / Centrale Sector, Nationaal Archief, Den Haag 2004
  • Structuuronderzoek Nijmegen 1945-1962, dl.1 (Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Organisme), inv.nr. 2405).
  • Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Openbare werken), inv.nr. 43.
  • Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Diensten), inv.nr. 4042.
  • Secretariearchief Nijmegen, 1946-1984 (Diensten), inv.nrs. 4091-4095

Verantwoording

Inleiding van de toegang op het archief door Fineke te Raa.



KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden