header wiki – Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Wijkmeester: verschil tussen versies

Uit Huis van de Nijmeegse geschiedenis

Ga naar: navigatie, zoeken
k
 
Regel 51: Regel 51:
  
 
===Bronnen===
 
===Bronnen===
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851' (Gemeentearchief Nijmegen, 1994).
+
*Gruppelaar, L., ''Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851'', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919' (Gemeentearchief Nijmegen, 1994).  
+
*Gruppelaar, L., ''Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919'', Gemeentearchief Nijmegen, 1994.  
*Gruppelaar, L., 'Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945' (Gemeentearchief Nijmegen, 1995).  
+
*Gruppelaar, L., ''Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945'', Gemeentearchief Nijmegen, 1995.  
  
 
===Verantwoording===
 
===Verantwoording===

Huidige versie van 11 okt 2019 om 13:53

Wijkmeesters hebben in de 19e eeuw een vooral controlerende taak bij het Algemeen Armbestuur op het gebied van openbare orde en veiligheid. Vanaf begin 20e eeuw worden ze bevolkingscontroleurs genoemd. Tevens wordt hun functie dan meer administratief dan controlerend. In 1937 wordt hun functie opgeheven.

Rol bij het Algemeen Armbestuur[bewerken]

Drie personen zijn als betaalde ambtenaren in dienst van het Algemeen Armbestuur: een wijkmeester, een assistent-wijkmeester en een amanuensis. De wijkmeesters, die ook een grote rol spelen bij de openbare orde en veiligheid, leveren een belangrijke bijdrage aan de uitvoering van het stringente toelatingsbeleid van het Algemeen Armbestuur.

Contolerende taken[bewerken]

De wijkmeesters zijn werkzaam op het terrein van de openbare orde. [1] De wijkmeesters zorgen ieder, in een van de vier wijken waarin Nijmegen verdeeld is, voor controle op de bewoning van de huizen. Maandelijks behoren zij aan de (president-)burgemeester rapport uit te brengen, wie waar woont, hetzij in huizen, hetzij op kamers. Ook moeten zij dan verslag uitbrengen van de morele en financiële omstandigheden van de bewoners. Het recht inwoner te zijn van de stad is niet onvoorwaardelijk aan ieder voorbehouden. Vreemdelingen kunnen geweerd worden. Het toezicht op de vreemdelingen is een taak die de wijkmeesters samen met de commissaris van politie uitvoeren. Expliciet gaat het reglement van de wijkmeesters in op de verplichting van de politiecommissaris ervoor te zorgen dat vreemde inwoners gesignaleerd worden. Hij dient daarover ook rapport uit te brengen aan het stadsbestuur.

De wijkmeesters zijn een soort toezichthouders. Voor hun controlerende werkzaamheden kunnen zij een beroep doen op de diensten van dag- en nachtwachten. Van overtredingen en andere voor de handhaving van de openbare orde relevante zaken dienen de wijkmeesters rapport op te maken. Dat dienen zij vervolgens de commissaris van politie te overhandigen. Aangezien de stedelijke wijkmeesters uit de betere burgerij en dus ook uit de bestuurslaag gerecruteerd worden, ontstaan er ingewikkelde gezagsverhoudingen tussen hen en de leiding van het politie-apparaat. In de uitvoering van taken staan zij immers onder de politiecommissaris, als bestuurders van de stad staan zij hiërarchisch boven hem. In de buitenwijken van de stad, Hees, Neerbosch en Hatert, zijn er drie wijkmeesters. Voor hun werkzaamheden krijgen zij ieder jaarlijks een traktement van 100 gulden. Zij geven als betaalde krachten leiding aan de dag- en stadswachten, een soort burgerwacht.

Bevolkingscontroleurs[bewerken]

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw kunnen we constateren dat de registrerende functies van de secretarie en de controlerende functies van de wijkmeesters naar elkaar toegroeien. Vanaf het begin van de 20e eeuw heten de (assistent-)wijkmeesters bevolkingscontroleurs. Zij worden in de personeelsoverzichten van de gemeente Nijmegen direct na de secretarie-ambtenaren gerangschikt. Wel blijven gedurende heel het tijdvak de onderwijkmeesters van Hatert en van Hees/Neerbosch gehandhaafd.

De bevolkingscontroleurs, vier in getal, blijven ook tijdens de wereldoorlogen actief. Hun werkzaamheden veranderen van aard: hun werk bestaat op het eind van Tweede Wereldoorlog niet langer meer uit huis-aan-huis controles maar uit schriftelijke controle-werkzaamheden. Zij zijn meer en meer administratieve ambtenaren geworden.[2]

Opheffing functie[bewerken]

De wijkmeesters zijn functionarissen die werkzaam zijn op een wat schimmige overgangsgebied tussen armenzorg en openbare orde. Daarbij is het accent steeds meer op de sociale zorg komen te liggen. Nijmegen kent in deze periode nog gedurende een groot aantal jaren twee wijkmeesters. Hun (deeltijd)functies worden medio 1937 opgeheven.[3] De komst van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon maakt hen overbodig.

Voetnoten[bewerken]

  1. Voor het reglement van de wijkmeesters zie: Raadssignaten, 1816, f. 51 r. - f. 53 r.
  2. Zie S.A.N., nr 19.17928, personeelsdossier H. van Kerkfort.
  3. Zie S.A.N., 19.24598, brief no 549/'37, d.d. 9 april 1937.

Bronnen[bewerken]

  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en stedelijke overheid te Nijmegen, 1816-1851, Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1851-1919, Gemeentearchief Nijmegen, 1994.
  • Gruppelaar, L., Lokaal bestuur en gemeentelijke overheid te Nijmegen, 1919-1945, Gemeentearchief Nijmegen, 1995.

Verantwoording[bewerken]

Bewerking van de resultaten van onderzoek, gedaan in de jaren 1994-1996, naar lokaal bestuur en gemeentelijke overheid in Nijmegen door Lisette Kuijper (Regionaal Archief Nijmegen, 2010)

KENNISBANK
Verder graven in de historie van stad en omgeving
FACEBOOK
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws van het Huis
EDUCATIE
Projecten en maatwerk voor het onderwijs
VERHALEN
Verteld verleden